Ter Beek ziet geen aanleiding defensieplannen bij te stellen

DEN HAAG, 20 AUG. Minister Ter Beek (defensie) ziet in de machtsgreep in de Sovjet-Unie geen aanleiding om de Nederlandse defensieplannen bij te stellen. Met instabiliteit in Oost-Europa heeft Nederland rekening gehouden bij het opstellen van het nieuwe tienjarenplan voor defensie.

Dat we van een koude oorlog meteen in een warme vrede zouden vallen, noemt minister Ter Beek een te grote illusie. Ter Beek vindt het "vreselijk' wat in de Sovjet Unie gebeurt, maar hij vindt het ook vreselijk wat in andere delen van de wereld gebeurt. Met het wegvallen van het IJzeren Gordijn, het verdwijnen van de Berlijnse Muur en het uiteenvallen van het Warschaupact, was er niet meteen een stabielere wereld, aldus Ter Beek. Een kleiner leger dat beter tegen zijn nieuwe taak is opgewassen met een moderne uitrusting geeft voldoende garanties tegen deze instabiliteit. Maar behalve met reducties in personeel en materieel zal volgens Ter Beek wel snel met de herstructurering van de krijgsmacht moeten worden begonnen.

Voor Ter Beek is het een vraag of de staatsgreep in de Sovjet-Unie een rechtstreeks veiligheidsrisico voor Europa inhoudt. Hij hoopt dat de normalisering van de verhoudingen tussen Oost en West en het opheffen van de tegenstellingen hun beslag aan de onderhandelingstafel krijgen en "niet ergens anders'.

De VVD wil dat de bezuinigingen bij defensie voorlopig worden stopgezet. “We moeten een pas op de plaats maken”, zegt het VVD-Kamerlid S. Van Heemskerck- Pillis Duvekot. “Ik heb al gewaarschuwd dat de bezuinigingen op defensie niet onomkeerbaar mogen zijn. En als ik dan hoor dat er bij de nieuwe begroting opnieuw 400 miljoen gulden op defensie wordt bezuinigd, dan wil ik opnieuw waarschuwen. Dit kan niet. Je moet je kruit op dit moment droog houden en je nu eerst afvragen wat de NAVO in deze nieuwe situatie wil.”

Maar de woordvoerders van de regeringscoalitie zijn het niet met de VVD eens. Vos (PvdA): “Wat er nu gebeurt is redelijk dramatisch, maar we moeten geen kunstmatige relatie leggen tussen deze coup en onze defensiegelden. Het is geen zaak om de messen te slijpen. Die nieuwe machthebbers zullen ook wel willen dat allereerst de winkels vol komen te liggen. Daar hebben ze het Westen bij nodig. Dat weten ze heel goed. Maar dan moet je geen verkeerde signalen geven. Als zou blijken dat dat nieuwe staatscomité de afgesloten internationale verdragen over wapenbeheersing niet wil nakomen, dan wordt het een heel ander verhaal. Maar ik neem geen woord terug van wat ik in juni heb gezegd. Nederland moet verder op defensie bezuinigen.”

Hillen (CDA): “We moeten voorzichtigheid betrachten, dat wel. Tot nu toe waren de ontwikkelingen in Oost-Europa bemoedigend. Wat we nu leren, dat wisten we al. Het vredesdividend zal pas op termijn effect hebben, maar dat is geen reden om het defensiebeleid op dit moment aan te scherpen.”

De Hoop Scheffer (CDA): “Het is zaak de relaties met andere Oosteuropese landen aan te halen. Het Westen ontkomt er niet aan hun veiligheidsproblemen serieus te nemen en die buren van de Sovjet-Unie die voor een nieuwe werkelijkheid staan, meer uitzicht te bieden.”

Ter Veer (D66): “Ik ben geneigd terughoudend te zijn. Met een verharding speel je de nieuwe machthebbers in de kaart. Dat kan nooit de bedoeling zijn en dat moeten we koste wat kost vermijden. De defensieplannen die we hebben goedgekeurd geven de NAVO voldoende capaciteit. Eerder heb ik al gewaarschuwd dat er niet veel meer af kan. Dat de Sovjet-Unie een formidabele militaire supermacht is, weten we. Maar dit is niet het moment om een link te leggen tussen de staatsgreep en een grotere militaire inspanning van het Westen.”

Sipkes (Groen Links): “Het verloop van het conflict wordt ook bepaald door de manier waarop je reageert. Het is absoluut uit den boze nu te dreigen met meer geld voor defensie. Het gaat om diplomatieke en politieke oplossingen. We moeten contacten zoeken met de republieken en de vernieuwende tendenzen in de Sovjet-Unie blijven steunen. Directe diplomatieke contacten met de republieken, bemoediging en economische steun zijn daarvoor nodig.”