SVB-complex

Met verbazing las ik het ingezonden stuk van de afdeling PR van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg over de voormalige Sociale Verzekeringsbank te Amsterdam (NRC Handelsblad, 13 augustus).

Wie zich verdiept in de herbestemmingsperikelen over het SVB-complex ontdekt hoe onzorgvuldig de bewuste rijksdienst bij de gewraakte vergunningafgifte te werk is gegaan: niet alleen is men gedurende de desbetreffende procedure gemakshalve vergeten een aantal bezwaarschriften te behandelen - te weten die van de Rijksbouwmeester en van onze vereniging - maar bovendien heeft men systematisch de Raad voor het Cultuurbeheer voor de voeten gelopen. De leden van deze raad waren intensief bezig met de waardebepaling van het SVB-complex voor de definitieve plaatsing op de monumentenlijst. Men was nog in afwachting van het kunsthistorisch onderzoek van de rijksdienst, toen diezelfde dienst besloot alvast vergunning te gaan verlenen. Dit werpt een merkwaardig licht op het functioneren van die dienst. Kennelijk heeft men geen behoefte aan een gedegen waardebepaling van de eigen kunsthistorici, alvorens besloten wordt wat aan een complex als dat van de SVB gewijzigd kan worden en wat niet. Ook ziet men niets in de wettelijk geregelde inspraak van derde-belanghebbenden als de Rijksbouwmeester of het Cuypers Genootschap. Inspraak is een sympathiek instrument, maar het mag vooral niet het onafhankelijke oordeel van de vergunningverlenende "hoofden' in de rijksdienst doorkruisen.

Daarom wordt telkens weer de "schaamlap' van de herbestemming tevoorschijn gehaald. Het is natuurlijk gechargeerd om het zo voor te stellen als wordt de besluitvorming rond de afgifte van een vergunning op grond van de Monumentenwet uitsluitend gedicteerd door artikel 2 met betrekking tot het rekening houden met het gebruik van een gebouw. Het is toch onvermijdelijk dat bij een consequent doorvoeren van de hier gehanteerde sleutelwoorden: “naast representatieve architectuur: effectief ruimtegebruik, klimaatbeheersing en een eigen parkeergarage”, ruim de helft van het Nederlandse monumentenbestand zwaar verminkt zou zijn en dus op die status nauwelijks meer aanspraak zou kunnen maken. Waar het aan lijkt te ontbreken bij de rijksdienst is de gave om bij een herbestemmingsproces van de nood een deugd te maken door in het spanningsveld tussen "alles of niets' een verantwoord akkoord te treffen. Daardoor resteert treurig genoeg zoals ook bij het SVB-complex het klakkeloos volgen van willekeurig welke eigenaar of architect, die zijn zinnen heeft gezet op een "eigentijds' gebruik van een monument. Om te voorkomen dat voor deze "Jan Salie'-geest opnieuw een zeer bijzonder complex moet wijken, heeft een aantal groeperingen, waaronder het Cuypers Genootschap, de Raad van State verzocht de afgegeven vergunning te vernietigen.