Spelletje

Beste Flip,

In het diepste geheim (zelfs Liesbeth was er onkundig van) heb ik mij op een zaterdag in maart onderworpen aan een opname van het tv-spelletje Een Tien voor Taal. Maar als jij het niet verder vertelt dan wil ik er wel iets over kwijt, want het was weer een schokkende ervaring. Bovendien komen die dingen op den duur toch uit (uitzending op dinsdag 20 augustus, VARA).

Ik had het natuurlijk niet moeten doen, maar ik zég al tegen bijna alles ”nee'. Dus hoe gaat zoiets? Ik noem het voor mezelf Herman Emmink: af en toe moet je met je kop op de verrekijk om in de running te blijven. En je krijgt er niet alleen geld voor, maar na afloop ook een cadeautje, in dit geval een Sheaffer-pen, die, toen ik er later op de dag mee in een winkel was om er inkt voor te kopen, door de vulpendokter werd gediagnostiseerd als ”echt zilver' (de ombouw), winkelwaarde zeshonderd gulden.

Nou ja, dit keer was het John de Mol b.v. (zoals je weet maken de omroepverenigingen nooit meer iets zelf), weer zo'n hele zooi van die mooie, doch wezenloze produktie-grieten, kennelijk geselecteerd op het algemene gemiddelde van het modale eigentijdse damesbladen-ideaal. Ze weten niks, ze begrijpen niks, ze spellen je naam op twee manieren verkeerd, maar glimlachen en koffie halen als de beste.

Het zootje werd voorgebracht door Robert Long, die er die ene zaterdag vier afleveringen doorjaste (!) en die zich dan ook gedroeg als een geheel op de automatische piloot draaiende zombie. Alles wat hij in het midden bracht, tot de meest onnozele mededelingen toe, las hij voor van kartonnen afkijkborden, bij iedere verspreking werd de opname gestopt om het over te doen, en de tribune moest vooral veel klappen.

Maar vooral moest alles verlopen zoals tevoren bepaald. Hier werd een produkt gerealiseerd volgens een concept, zoals de slasauzen van Simon de Wit de uitkomst zijn van proefséances met honderden huisvrouwen, met als uitkomst een gemiddelde smaak waar alle oorspronkelijkheid uit is wegverwijderd. Maar die produkten verkopen blijkbaar het best. En op het etiket wordt dan een ”pittige' slasaus aangeprezen.

Die spelletjes uit Een Tien voor Taal zijn op zich best aardig, maar onverwachtheden worden niet geduld. Zo was er een onderdeel waar je bij voorbeeld het volgende zag:

WINTER

.....

KAAS

Op de vijf stippeltjes moest je dan TENEN invullen, zodat je kreeg Wintertenen en Tenenkaas.

Wat gebeurt mij! Op het scherm verschijnt:

BROM

.....

WIEL

De Nederlandse ploeg was aan de beurt (de andere ploeg waren radiomakers uit Vlaanderen). Ik druk onmiddellijk op de knop en zeg: FIETS. “Nee, dat is niet goed”, zegt R. Long, waarna er verder gedacht kon worden. Maar ik zeg: “Wat mankeert er aan fiets?”, waarop de producer naar voren stapt en zegt: “Jongens, stop maar even.”

“Wat is er mis”, vraag ik. “Tja”, zegt R. Long beteuterd, “fiets kan ook, zie ik nu, maar wij hadden VLIEG” (ook vijf letters).

Het moest dus over en of ik dan Vlieg wilde antwoorden, want dat stond in hun computer geprogrammeerd als het goede antwoord. En “dat begreep ik toch zeker wel?” “Nee”, zei ik, “daar begrijp ik niks van.” Het leuke was dat ik toen de tribune op mijn hand kreeg, die begon te joelen naar R. Long.

Maar het eind van het liedje was natuurlijk dat het overging en ik braaf Vlieg antwoordde.

Overigens: wéér verloren - maar dit keer lag het niet aan mij, geloof ik.

Omhels Annie van me. Als immer, je