PRI wint verkiezingen in Mexico

MEXICO-STAD, 19 AUG. Na telling van twintig procent van de stemmen, lijkt de trend die zichj gisteren al aftekende te bestendigen: de Institutionele Revolutionaire Partij (PRI) wordt met 60,6 procent winnaar van de Mexicaanse verkiezingen. De conservatieve PAN komt op 20,6 procent en de democratische oppositiepartij PRD op 7,7 procent.

In 1988 kon de PRI-kandidaat voor het presidentschap, Carlos Salinas de Gortari, alleen maar winnen dank zij grootscheepse electorale fraude. In hoeverre met de uitslagen van gisteren is geknoeid, kan nog niet worden vastgesteld, al klonken hier en daar beschuldigende stemmen. De definitieve uitslagen zullen pas in de loop van de week bekend worden gemaakt.

Nog voordat het Federale Verkiezingsinstituut (IFE) de voorlopige uitslagen bekend had gemaakt, gaf de rechtse oppositiepartij PAN al toe dat de tendens in de hoofdstad Mexico-Stad “gunstig is voor de PRI”. De regeringspartij verloor in 1988 met name in Mexico-Stad.

Er werd gisteren gekozen voor 500 gedeputeerden en 32 senatoren, alsook de vertegenwoordiging van het Federale District, dat de hoofdstad van Mexico omvat. De verkiezingen werden vooral gezien als een belangrijke tussentijdse populariteits-poll voor het beleid van president Salinas, die nu halverwege zijn ambtstermijn is.

De verkiezingsdag zondag verliep over het algemeen rustig. Uit voorzorg waren duizenden eenheden van politie en leger op de been in de potentieel explosieve gebieden zoals de deelstaten Guanajuato en San Luis Potos. Opvallend was de hoge opkomst van boven de vijftig procent. In Guanajuato, waar evenals in vijf andere staten ook om het gouverneurschap werd gestreden, eisten zowel de PRI als de PAN in een vroeg stadium de zege op. De PAN en de linkse oppositiepartij PRD beschuldigden de PRI er van in Guanajuato "Operatie Tamal' in werking te hebben gezet, waarbij de kiezers middels een ontbijt (met Mexicaanse tamales) werden verlokt om op de regeringspartij te stemmen.

Ook bij de verkiezingen van gisteren werden van alle kanten beschuldigingen geuit over gevallen van kleinere fraude tijdens het kiesproces zelf. De meeste klachten richtten zich tegen de PRI maar ook de regeringspartij stelde de openbare aanklager een lijst ter beschikking met gevallen van obstructie door de oppositie. Veelal ging het om het gebruik van valse kiezers-legitimatiebewijzen, te laat geopende stemlokalen en in enkele gevallen om intimidatie door politie en knokploegen.