Joodse gemeenschappen herleven in Sovjet-Unie

Chisinau, de hoofdstad van Moldavië, het vroegere Bessarabië, op tweehonderd kilometer van Odessa gelegen, telt zo'n kleine zevenhonderdduizend inwoners, van wie tot voor kort zo'n tachtigduizend een J in hun paspoort hadden staan. Tot voor kort, want ongeveer veertigduizend joden zijn in de afgelopen twee jaar uit angst voor het antisemitisme naar Israel geëmigreerd. Volgens de onlangs benoemde opperrabbijn van Moldavië, rabbi Zalman Abelski, zullen er nog eens twintigduizend het land verlaten, hetgeen betekent dat eenzelfde aantal zal achterblijven. Het werkelijke aantal blijvenden is aanmerkelijk groter, omdat er volgens onze zegsman in Chisinau veel meer joden wonen dan uit de officiële cijfers blijkt.

Iedereen wil weg, maar lang niet iedereen kan het land verlaten en het is natuurlijk een open vraag of in de tegenwoordige omstandigheden het emigratiebeleid ongewijzigd blijft. Afgezien hiervan zijn sommigen te oud om zich opnieuw ergens anders te vestigen. Anderen vrezen terecht, dat de vestiging in Israel niet gemakkelijk zal zijn en zo zijn er nog tal van andere redenen waarom lang niet iedereen deze stap durft te zetten. Toch zijn vrijwel alle joden, die wij in zeer verschillende delen van Rusland hebben ontmoet, het erover eens, dat de Sovjet-Unie voor hen geen toekomst biedt. Wie een redelijke baan heeft, zou in principe kunnen blijven, maar dat geldt niet voor jongeren, die nog moeten beginnen. In gebieden als Moldavië, met zijn tientallen verschillende nationaliteiten, waar de etnische conflicten via de arbeidsmarkt worden uitgevochten, kan een jood er zeker van zijn, dat een behoorlijke carrière niet tot zijn mogelijkheden behoort. Als regel worden joden geweerd uit de hogere beroepen, alhoewel velen van hen een voortgezette opleiding hebben gevolgd. Datzelfde geldt evenzeer voor allerlei andere minderheidsgroepen in Moldavië. Niettemin spannen de joden, wat dit aangaat, wel de kroon. Bovendien vrezen de Russische joden, in elk geval in de Europese delen van de Sovjet-Unie, voor pogroms.

In Chisinau is die angst het gesprek van de dag. Sinds de pogroms van 1903 en 1905 staat deze stad bekend om de gruwelijke wijze, waarop daar de joodse bevolking werd vervolgd. In de Tweede Wereldoorlog werden de joden door de lokale bevolking verraden en op afschuwelijke wijze omgebracht. Een meisje van een jaar of twintig studeerde informatica. Ze vertelde ons dat ze orthodox was geworden onder invloed van de rabbijn en nu niet langer op de sabbat colleges wilde volgen. Het gevolg was, dat ze niet verder kon studeren.

Anderen zijn bang om al te duidelijk als joden herkenbaar te zijn. In sommige stadswijken zou dat tot handtastelijkheden kunnen leiden. Kinderen worden op school uitgescholden en er zijn allerlei vormen van kleinere en grotere discriminatie. Iedereen is het erover eens, dat de etnische conflicten wel zullen eindigen in een aanval op de joden, de historische zondebokken. In Chisinau is het antisemitisme misschien groter dan ergens anders, maar ook uit andere plaatsen hoort men dezelfde geluiden. Tijdens het bezoek van president Bush, was ik er getuige van hoe een Moskouse politieagent enige bezoekende Europese rabbijnen, die naar zijn mening niet voldoende snel achter een dranghek verdwenen, met zijn vuist bedreigde en ik hoorde een furieus "zhjids', joden. Deze scène riep herinneringen op aan taferelen van een halve eeuw geleden: diezelfde haat en diezelfde vertrokken gezichten.

Toch is er een interessant lichtpunt. Sinds enkele jaren is er in Chisinau en vele andere steden sprake van een ware herleving van de soms nog maar nauwelijks zichtbare joodse gemeenschap. Rabbijn Abelski, geboren in Moskou, emigreerde in 1949 naar Israel. Hij werd een jaar of wat geleden voor de duur van drie maanden in het kader van een hulpprogramma naar Chisinau uitgezonden. Hij en zijn vrouw zitten er nu al langer dan anderhalf jaar en zij zijn van plan om er te blijven. In die tijd is er heel wat gebeurd. Abelski is door de regering van Moldavië als opperrabbijn van de regio erkend. Hoewel hij aanvankelijk slechts van plan was de emigratie te bevorderen, stuurt hij nu tevens jongeren naar Israel voor een religieuze opleiding, die vervolgens weer terugkeren naar hun geboorteplaats. Zo is er een jongeman, die geleerd heeft hoe hij ritueel kippen moet slachten, zodat er nu tenminste iets van kosjer vlees beschikbaar is. Rabbijn Abelski heeft ook voor andere kosjere voorzieningen gezorgd, zoals kosjer brood en kosjere melk. Er zijn plannen voor de fabricage van andere kosjere produkten. Wanneer in de toekomst iemand een kosjer hotel in dit mooie en zonnige gebied zou willen openen, dan zou dat in principe kunnen. De noodzakelijke basisprodukten zijn ervoor het eerst sinds jaren te krijgen.

Rabbijn Abelski heeft een drukke nering. Elke dag wordt hij door tientallen mensen bezocht, die hem willen spreken. Kinderen krijgen dagelijks van hem les in Ivrieth en in de grondbeginselen van het jodendom, want hoewel velen in Chisinau nog steeds Jiddisch spreken, zijn zelfs de meest gangbare joodse gebruiken na zeventig jaar communisme onbekend. Wat de joden van Chisinau enkele jaren geleden niet voor mogelijk hadden gehouden, is intussen gebeurd. De zeventig synagogen van voor de oorlog bestaan weliswaar niet meer, maar rondom die ene is een nieuw joods leven ontstaan. De rabbijn verschijnt regelmatig op de televisie. Hij wordt geïnterviewd voor de radio en artikelen van zijn hand verschijnen in de media. De jongemannen, die zijn talmoedische academie bezoeken, zijn vrijgesteld van militaire dienst en hij heeft toestemming gekregen om een eigen joodse school met internaat te openen. De regering heeft al grond ter beschikking gesteld en hoewel de eerste steen nog gelegd moet worden, zijn er al meer dan honderd aanmeldingen. De regering heeft zelfs besloten om alle huizen in de straat van de synagoge, die voor 1940 aan de joodse gemeenschap behoorden, terug te geven. Alle ministeries ontvingen een brief van de Moldavische regering om rabbijn Abelski bij te staan in zijn activiteiten. En dat is niet het enige. De rabbijn organiseerde enige maanden geleden ter gelegenheid van een joodse feestdag een optocht dwars door het centrum van de stad waaraan tweeduizend joden deelnamen. De eens zo gevreesde politie begeleidde de stoet. De president van Moldavië behoorde tot de toeschouwers. Hij heeft ondertussen zijn ambt aan een ander moeten overdragen, omdat hij te "judenfreundlich' was.

Hoe nu deze bijna pro-joodse houding te verklaren in een van de traditionele haarden van jodenhaat? Heeft men een morele ommekeer doorgemaakt? Dat is, vrees ik, niet het geval. Het antwoord ligt echter besloten in de uiterst moeilijke economische situatie. Hoewel er heel wat te koop is voor wie marken of dollars bezit, geldt dat niet voor de gemiddelde Rus. De gemiddelde maandelijkse inkomsten bedragen per persoon driehonderd roebel, zo'n twaalf dollar. Westerse produkten kunnen onmogelijk van dit bedrag worden aangeschaft en er zijn nauwelijks mogelijkheden om aan meer geld te komen. Kerkelijke gemeenschappen, waarvan sommige een beroep op zusterinstellingen in het buitenland kunnen doen, zouden wel eens de meest efficiënte mogelijkheid kunnen vormen om het land op korte termijn van harde valuta te voorzien. Pelgrimages en ander religieus toerisme kunnen veel geld opleveren. Ze leiden ook tot projekten, die op langere termijn van belang zijn. De joodse gemeenschap in Chisinau vormt er een goed voorbeeld van. De regering van Moldavië lijkt zich hiervan bewust te zijn. Uit de houding van de regeringen van andere Sovjet-republieken blijkt trouwens hetzelfde.

Een veelzeggende illustratie: Tijdens ons verblijf ontmoetten we een Braziliaanse filantroop, die per privévliegtuig Rusland deed. Hij was al in zeven grote steden geweest en in elk had hij een slordige honderdduizend dollar toegezegd ten behoeve van de joodse gemeenschap. In Chisinau zou hij de bouw van de nieuwe school bekostigen. Er zou een passende behuizing voor de rabbijn komen, die in een onmogelijk krot woonde. Hij zou voor een joods-rituele slachtplaats zorgen, die ook voor grootvee geschikt zou zijn, en hij was bereid om nog tal van andere zaken te financieren.

Deze gelden, die in eerste instantie de joodse gemeenschap ten goede komen, betekenen echter veel meer. Er wordt een nieuwe, goed betaalde werkgelegenheid geschapen, waarvan - naar het zich laat aanzien - vele inwoners van Chisinau zullen profiteren. Het zijn voornamelijk joden, die soms al tientallen jaren geleden naar het Westen zijn geëmigreerd. Juist deze mensen, die de taal spreken en die de bevolking kennen, tonen belangstelling om in het land te investeren. Het land biedt namelijk goede mogelijkheden om kosjere artikelen te produceren tegen concurrerende prijzen. Dat kan dankzij de aanwezigheid van een functionerende joodse gemeenschap en een ook elders erkende rabbijn. Het is de bedoeling om deze produkten te exporteren naar West-Europa en de Verenigde Staten.

Wat de joodse bevolking betreft is er sprake van twee tegenovergestelde bewegingen. Enerzijds heeft een groot aantal joden het land verlaten. Anderzijds hebben er zich, dankzij de hulp van uit het Westen afkomstige religieuze functionarissen, nieuwe joodse gemeenschappen ontwikkeld. De volgende stap is het ontplooien van economische activiteiten, die wel eens een belangrijke impuls zouden kunnen zijn voor het herstel van de Sovjet-Unie. Het is te hopen, dat niet alleen de overheid, maar ook de man-in-the-street dit tijdig inziet. Er is tenslotte nog veel antisemitisme als de historische erfenis van zowel de tsaristische als de communistische terreur. De houding van de overheid, zoals deze zijn weerslag vindt in de media, in officiële maatregelen en in de veroordeling en bestraffing van discriminatie, zal bepalend in dit opzicht zijn. Geen mens weet of dit beleid nu zal worden voortgezet. Chisinau vormde tot nu toe een schoolvoorbeeld van een nieuwe Russische politiek. Hoewel Gorbatsjov bepaald niet geliefd is in Moldavië, zijn de Moldaviërs zeker niet te vinden voor een stap terug. De nieuwe machthebbers zullen echter korte metten maken met alles wat zweemt naar een decentralisatie van hun gezag en elke vorm van vrijheid en van initiatief zal zo geïnterpreteerd worden. De vele minderheidsgroeperingen in het land, in het bijzonder de joden, zouden wel eens zwaar getroffen kunnen zijn. In de geschiedenis van Rusland ontbreekt het, wat dit betreft, niet aan voorbeelden.