Historicus Petrov heeft door protesten "een heel klein beetje hoop'

AMSTERDAM, 20 AUG. “We hebben een heel klein beetje hoop. Als de mensen protesteren tegen de militaire junta, gaan staken en demonstreren, dan komt het misschien goed.”

Ook voor Nikitia Petrov uit Moskou kwam de machtsovername in de Sovjet-Unie volkomen onverwacht. De historicus, na een bezoek aan Duitsland een week te gast bij het Tweede Wereld Centrum in Amsterdam, blijft er tamelijk nuchter onder. Voordat hij naar Moskou terugreist, maakt hij nog wat toeristische uitstapjes in Nederland. “Belangrijk is de reactie van de Westerse landen. Die moeten duidelijk maken dat ze de nieuwe leiders niet steunen”, zegt hij. “Janajev en de zijnen staan in de Sovjet Unie bekend als “zeer slechte mensen. Ze willen de communistische partij redden, daarom doen ze dit.”

“De mensen zijn bang. Ze realiseren zich wat er aan de hand is, ook al zijn er alleen officiële communiqués en zendt de radio de hele dag klassieke muziek uit.” Het kost hem grote moeite contact te leggen met familie en vrienden in zijn land. “Met de moeder van mijn vrouw gaat het gelukkig goed. Ik denk dat de situatie nu nog niet zo gevaarlijk is. Er is zo weinig informatie dat heel moeilijk te zeggen is wat er gaat gebeuren.”

Petrov reist donderdag, zoals hij al voor de coup van plan was, terug naar huis. Dat zal geen problemen opleveren, vermoedt hij. “Ik heb de tickets en alle papieren.” Eenmaal thuis wil hij proberen weer zoveel mogelijk te studeren.

Ook het Tweede Wereld Centrum heeft de grootste moeite hun contacten in het land te bereiken. “Wat we van die mensen horen stemt somber,” zegt medewerker Van Voren. “We krijgen steeds meer berichten over beknotting van de persvrijheid, televisie - en radiostations die onder curatele worden geplaatst. Mensen die worden gearresteerd.” Het centrum, dat zich nu vooral bezighoudt met voorlichting over de Sovjet-Unie en Oosteuropese landen, steunde lange tijd dissidenten uit het voormalige Oostblok. “Wij staan klaar om onze oude stijl van werken weer op te vatten. Dat wil zeggen dat we informatie verzamelen over slachtoffers van het nieuwe autocratische regime, dat we acties organiseren voor hun vrijlating en dat we hun familieleden ondersteunen.”

Van Voren hoopt dat dat met meer steun van het ministerie van buitenlandse zaken gepaard zal gaan dan in het verleden het geval was. “Zelfs de afgelopen jaren hebben we hier vaak verzucht, dat we veel meer voor de democratische bewegingen in de Sovjet-Unie kunnen doen als we meer financiële steun van officiële zijde hadden gekregen.”

Voorzover dat nu te beoordelen is, lijkt het er volgens Van Voren op dat het de nieuwe leider Janajev vooral gaat om een terugkeer naar het beleid van Andropov. “Dat wil zeggen economische hervormingen, perestrojka, maar dan gecombineerd met minder vrijheid en meer discipline, dus zonder glasnost. Vooral de situatie in de deelrepublieken baart grote zorgen, zo meent Van Voren. “Wanneer de nieuwe machthebbers daar willen ingrijpen, dan zal dat tot ernstig bloedvergieten leiden.”