Florijn wil ook met dubbelvier naar Olympische Spelen Roeier met de eeuwige lach

ROTTERDAM-WENEN, 20 AUG. Ronald Florijn roeit in de zware dubbelvier bij de wereldkampioenschappen in Wenen. Hij belooft dat zijn ploeg aanstaande zondag op een plek op het erepodium zal gokken. Vandaag al kan het team in de voorwedstrijd de plaatsing voor de halve finale afdwingen. “We zullen op het nippertje klaar zijn”, zegt de ongecompliceerde sportman. “Dat is niet echt mijn manier. Maar als het goed gaat zal ik niets zeggen.”

Voor Florijn, in 1988 met Nico Rienks Olympisch kampioen in de dubbeltwee, is het zijn laatste WK. Alleen de Spelen van Barcelona staan nog op de verlanglijst van de krachtroeier. Spanje ligt aan het einde van een lange weg. Een ontelbaar aantal trainingskilometers maakte Florijn, die ruim 110 medailles in de kast heeft liggen. “Ik loop mijn hele leven gegarandeerd met een glimlach rond. Bij elke tegenslag kijk ik om naar mijn medailles en voel ik me gesterkt.”

De student psychologie is een roeier die geen maat kent. Wat telt is de wedstrijd, hoe dan ook. In mei dit jaar bleef Florijn in de skiff-finale van de Keulse regatta per ongeluk aan het startponton liggen. De andere finalisten waren al vertrokken en de achterstand was op slag hopeloos. Een andere roeier had opgegeven, maar Florijn wrong zich in een dolle inhaalrace nog naar een tweede plaats. Een verklaring voor zijn inzet heeft hij niet, evenmin als een uitleg voor zijn eetgewoonten. Jarenlang werkte hij zo'n vijftien bananen per dag naar binnen. Nu zijn dat er nog maar vijf, maar hij gaat “als een blinde” voor een pak griesmeelpap per dag. “Ik probeer niet aan bijgeloof te doen”, zegt hij. “Maar soms kloppen die rare koppelingen op onverklaarbare wijze.”

Pijn speelt voor Florijn geen rol. “De pijn die twee kilometer roeien oplevert is snel vergeten. De mens is net een dier. Voor pijn hebben we maar een heel kort geheugen. Na de laatste haal van dit WK richt ik me onmiddellijk op de Olympische Spelen. Iedere vezel in mijn lichaaam staat al richting Barcelona. Niet voor een tweede plaats, die telt absoluut niet mee. Naar een verhaal over een zilveren medaille wordt niet meer geluisterd. Hoe zuur het ook is, ik ben het daarmee eens.”

De dubbelvier van coach Jan Klerks is gretig, volgens Florijn. Met Rutger Arisz (“een fanatiek baasje”), Koos Maasdijk (“een serieuze”) en Hans Kelderman (“die doet in de training misschien af en toe een dutje, maar je weet dat hij in de wedstrijd diep gaat”) concentreert Florijn zich op harde rustige halen. “Ongecompliceerd roeien, dat was dit seizoen ook mijn bedoeling.”

Voor volgend jaar staat voor de roeier van het Leidse Die Leythe een overstap naar de Amsterdamse vereniging De Hoop op het programma, de club van wereldkampioen in de lichte skiff Frans Göbel. In welke discipline Florijn verder geschiedenis wil schrijven is nog niet te zeggen. Overleg met Nico Rienks, dit WK in de dubbeltwee met Henk-Jan Zwolle, staat al op het programma. Maar ook deelneming aan de skiff of dubbelvier sluit Florijn niet uit.

“Minister-president worden”, zegt Florijn als hem wordt gevraagd naar zijn plannen na de roeicarrière. “Ik ga er vanuit dat ik er niet geschikt voor ben, maar er valt in het leven veel te verbeteren. Ook al stoot je duizend keer je neus, je weet nooit waar je progressie eindigt. De essentie van de sport en van het leven is dat de menselijke mogelijkheden altijd verder liggen dan je zelf voor mogelijk houdt. Ik vind het leuk om dat mensen voor te houden. Als een klein mannetje mij vraagt of hij wereldkampioen roeien kan worden zeg ik dan ook ja.”

De Nederlandse roeibond rekent in Wenen weer op enkele medailles van de nationale equipe. De pogingen tot professionalisering van de begeleiding van de bond worden door Florijn niet hoog aangeslagen. “Het succes van de laatste jaren is toevallig. De bondscoach heeft alleen tijd voor de top. De duizenden roeiers in het land modderen nog steeds maar wat aan. Alleen de echt gedrevenen komen bovendrijven. Als ik de roeibond was, zou dat een doorn in mijn oog zijn.”