Filmromance Credit Lyonnais wordt nachtmerrie

Crédit Lyonnais Bank Nederland - voorheen Slavenburg - behoort tot de grootste filmfinanciers in Hollywood. Maar door omstreden leningen aan de Italiaanse zakenman Parretti is de bank nu in grote moeilijkheden gekomen. Aanstaande donderdag, op de aandeelhoudersvergadering, volgt een nieuwe aflevering in dit drama. Dan zullen ingrijpende maatregelen worden aangekondigd.

Als in een spaghetti-western staan twee voormalige kameraden met getrokken pistolen tegenover elkaar. Crédit Lyonnais Bank Nederland (CLBN), een van de machtigste financiers van films in Hollywood, en Giancarlo Parretti, gewezen Italiaanse filmmagnaat van omstreden reputatie die CLBN als huisbankier benutte. Inzet is de heerschappij over de Amerikaanse filmstudio MGM-Pathé waarin miljarden guldens van de bank zijn verdwenen en waar volgens schattingen nog honderden miljoenen guldens ingepompt moeten worden om de onderneming overeind te houden.

Nadat deze zomer al een aantal koppen rolde binnen de bank, wordt steeds duidelijker dat de filmfinanciering bij de Rotterdamse bank de afgelopen jaren dramatisch uit de hand is gelopen. CLBN krijgt de rekening gepresenteerd van slordige kredietverstrekking en een interne competentiestrijd. Hoe hoog die rekening uitvalt is niet te voorspellen, want tot nu toe is de bank er in geslaagd zijn verliezen in de verstrekking van filmkredieten handig voor zich uit te schuiven.

Alleen al op de Parretti-kredieten zouden de risico's in de honderden miljoenen guldens kunnen lopen. In ieder geval is de nood dermate hoog dat Crédit Lyonnais, de Franse moederbank van CLBN, heeft besloten orde op zaken te stellen en de Rotterdamse filmfinanciering grondig door te lichten.

Eind 1989 liet CLBN, toen al veruit de grootste kredietverschaffer in de markt van filmproducenten die niet behoren tot de grote studio's, haar klanten weten het wat rustiger aan te willen doen in de financiering van filmprodukties. De kredietverlening in deze sector was uit de hand gelopen, zo luidde de boodschap op het hoofdkantoor aan de Rotterdamse Coolsingel.

Bijna twee jaar later is er nog weinig van de voornemens van de bank terecht gekomen. Des te meer is inmiddels bekend over de problemen waarmee CLBN worstelt. Volgens betrouwbare schattingen zijn de filmkredieten vanaf eind 1987 tot eind vorig jaar niet verminderd maar verdrievoudigd tot meer dan 5 miljard gulden. Dat is een kwart van het totaalbedrag aan leningen dat CLBN had uitstaan.

CLBN - genoteerd op de Amsterdamse beurs, maar voor ongeveer 95 procent in handen van Crédit Lyonnais - zit daarbij met aan aantal omvangrijke kredieten in de maag, waarvan terugbetaling onzeker is geworden. Die "probleemkredieten' hebben een dermate grote omvang bereikt dat de Franse moederbank zich genoodzaakt zag om zich garant te stellen voor het nakomen van de verplichtingen van haar Rotterdamse dochter.

Pag.17:

Risico's schoven van het ene bedrijf naar het andere; De bank smeet gewoonweg met haar geld.

Verreweg het grootste en bekendste zijn de leningen en voorschotten aan Parretti - oplopend tot naar schatting een bedrag van ongeveer 2,3 miljard gulden. Parretti, die begin dit jaar in Napels in hoger beroep werd veroordeeld tot bijna vier jaar gevangenisstraf wegens fraude, benutte het geld november vorig jaar om samen met zijn eveneens omstreden zakenpartner Florio Fiorini de filmstudio MGM-UA over te nemen. MGM-UA werd vervolgens samengevoegd met Pathé Communications, het vroegere Cannon dat Parretti in 1987 in handen kreeg.

çStonden de studio's afzonderlijk er al niet zo best voor, de fusie bleek ronduit rampzalig. MGM-Pathé kwam in mei in geldnood, de broodnodige kassucessen bleven uit en het tafelzilver in de vorm van de filmbibliotheek bleek voor de komende jaren te zijn verpand. In juni werd Parretti door de bank uit zijn leidende posities verwijderd, met als gevolg een aantal rechtzaken over en weer.

Volgens betrouwbare schattingen heeft CLBN naast MGM-Pathé nog eens ruim 800 miljoen gulden aan kredieten uitstaan bij filmondernemingen die om een of andere reden in moeilijkheden verkeren. Genoemd worden ondermeer de produktiemaatschappij Epic waar volgens publicaties in het Amerikaanse vakblad Variety een schuld van ongeveer 400 miljoen gulden uitstaat.

Uit processtukken, persverklaringen en gesprekken met betrokkenen blijkt dat CLBN de afgelopen jaren nogal onzorgvuldig te werk is gegaan bij het verstrekken van leningen aan filmmakers. Leningen werden verstrekt zonder voldoende onderpand, gespreksnotities en memoranda ontbraken, de bank bleek niet in staat de aanwending van de kredieten voldoende te begeleiden en bij de banktop van de Franse moederbank in Parijs ontbrak het overzicht van de uitstaande risico's.

Een voorbeeld van een probleemkrediet dat eind 1989 werd stopgezet, betreft FilmAccord, een kleine produktiemaatschappij waarvan de aktiviteiten inmiddels zijn gestaakt. FilmAccord kreeg in vijf jaar tijd ongeveer 26 miljoen dollar aan lenigen toegeschoven, waarbij de bank een strop van 13 miljoen dollar moest incasseren op een onverkoopbare film.

Tony Friscia, de vroegere financiële manager van FilmAccord, trof bij zijn aantrden begin 1989 volgens eigen zeggen “een administratieve chaos” aan. “Noch bij Filmaccord, noch bij de bank was er een overzicht waaraan de leningen waren gespendeerd”, herinnert Friscia zich in de tuin van zijn villa in een buitenwijk van Los Angeles. “De bank smeet gewoonweg met haar geld.” Zijn verklaring wordt bevestigd door verschillende zakenlieden die rechtstreeks met FilmAccord te maken hadden. Friscia is inmiddels naar de rechter in Californië - waar de wettelijke bescherming van crediteuren tegenover hun bank vrij streng is - gestapt. Hij eist van CLBN een schadevergoeding van 5 miljoen dollar. Na het ruimhartige kredietbeleid van jaren draaide de bank immers plotseling de kraan dicht, waardoor hij zijn baan verloor, zo luidt zijn aanklacht.

Bij het verstrekken van de filmleningen door CLBN heeft de bankier George Vigon de afgelopen jaren een belangrijke rol gespeeld. Vigon was sinds begin 1988 directeur "kredieten Europa en Midden-Oosten' bij het moederbedrijf in Parijs. Daarvoor was hij vanaf begin jaren tachtig bestuursvoorzitter van de Nederlandse CLBN. Binnen de bank genoot hij aanzien als de man die de vroegere, in opspraak geraakte Slavenburg's Bank na een moeilijke periode onder een nieuwe naam weer op poten had gezet. Eigenmachtig optreden in de filmfinanciering door diezelfde bank was er echter de oorzaak van dat Vigon in juni met vervroegd pensioen werd gestuurd.

Gedurende zijn jaren in Rotterdam raakte Vigon steeds meer geïnteresseerd in de filmfinanciering. Onder zijn leiding kreeg de in Hollywood zeer bekende Nederlandse bankier Frans Afman de ruimte om CLBN in de jaren tachtig uit te laten groeien tot de de nummer één in de financiering van producenten buiten de grote studio's. Maar gaandeweg bemoeide Vigon zich ook persoonlijk steeds meer met de filmkredieten. Een betrokkenheid die hij ook na zijn promotie naar het hoofdkantoor in Parijs bleef voortzetten. Zo werd CLBN het Nederlandse loket waarlangs de filmfinanciering geschiedde, terwijl veel van de beslissingen in Parijs werden genomen.

CLBN-topman J.J. Brutschi, die Vigon als bestuursvoorzitter opvolgde, werd in verband met de affaire begin vorige maand uit zijn funktie ontzet. Dat geschiedde naar verluidt op verzoek van De Nederlandsche Bank. Ten onrechte menen velen, omdat hij voornamelijk diende als doorgeefluik voor de orders uit Parijs. Het CLBN-bestuurslid Griffault, dat de afgelopen vier jaar zeer nauw betrokken is geweest bij de filmfinanciering, bleef daarentegen opmerkelijk genoeg wel gehandhaafd. Hij dient - bij gebrek aan goede documentatie over de kredietverlening in de vorm van memoranda en gespreksnotities - als de belangrijkste getuige ter verdediging van de bank in de processen met Parretti.

Afman trad halverwege 1988 bij de bank uit vaste dienst en werd onafhankelijk adviseur van de bank. De filmbankier verklaarde het wat rustiger aan te willen doen, maar volgens ingewijden was het ook de onvrede met zijn tanende invloed binnen de bank, die een reden waren voor zijn vertrek. Adviezen van Afman zouden, zeker na zijn vertrek uit vaste dienst systematisch zijn genegeerd. “Vigon en later ook Bastin (directeur "entertaiment divisie', red.) en Brutschi hadden verachting voor hem”, zo weet een betrokken zakenman. “Ze waren jaloers op zijn succes en op het inkomen dat hij als onafhankelijk adviseur verdiende. Vigon wilde zelf het groene licht kunnen geven.”

Afman is sinds enkele weken financieel directeur van ICM, een van de belangrijkste agentschappen van filmsterren in Hollywood. De ex-bankier behoudt daardoor een zeer centrale rol in het filmwereldje van Hollywood. Hoewel zichtbaar tevreden in zijn nieuwe funktie blijft het verleden bij de Rotterdamse bank hem achtervolgen, zo constateert Afman gelaten in zijn nieuwe kantoor aan Beverly Boulevard. Hij onderstreept dat bij zijn vertrek uit vaste dienst de portefeuille met filmkredieten voor het grootste deel was afgedekt met distributiecontracten en ander zekerheden.

Eén verliespost wil Afman wel voor zijn rekening te nemen: een bedrag van maximaal 10 miljoen dollar op de produktiemaatschappij Empire. “Niemand is perfect en na al die succesvolle jaren mocht ik ook wel eens een foutje maken”, meent de bankier. In plaats van het liquideren van Empire - wat volgens het advies van Afman diende te gebeuren - werd de produktiemaatschappij ondergebracht in de produktiemaatschappij Epic. Epic behoort op dit moment tot de probleemgevallen van de bank.

De problemen bij Cannon - de filmmaatschappij van de Israeliërs Globus en Golan die jaren door Afman werden begeleid - zijn volgens de ex-bankier ook buiten zijn schuld ontstaan. Terwijl Afman gemaand zou hebben tot een grotere terughoudendheid en zelfs op zeker moment zou hebben voorgesteld Cannon te liquideren, gebeurde het tegendeel. In 1987 redde Parretti - met een miljoenensteun van CLBN en tegen het advies van Afman in - Cannon van de ondergang. Cannon werd daarbij omgedoopt tot Pathé Communications. De Italiaan deed daarbij rechtstreeks zaken met Vigon, nadat een introductiegesprek met Afman op niets was uitgelopen.

Met bijnamen in Hollywood als “the happy check-book” is Afman dan ook weinig gelukkig. “Vigon, overigens een zeer kundig man waar ik altijd een uitstekende relatie mee heb gehad, was veel agressiever dan ik”, meent hij. “Hij heeft zich er op verkeken dat je jaren in Hollywood moet hebben gezeten en deze zaken niet vanuit een kantoor op de Coolsingel kunt regelen.” Vigon heeft zich sinds zijn vertrek onthouden van ieder commentaar en was ook nu niet bereid zijn visie op de gang van zaken te geven.

De indruk bestaat dat CLBN veel van de probleemkredieten die de afgelopen jaren ontstonden voor zich uit heeft geschoven door ze onder te brengen in nieuwe ondernemingen die op hun beurt weer van nieuwe kredieten van de bank werden voorzien. Zo werden de leningen van Cannon doorgeschoven naar Pathé. In Pathé werd een filmproduktie van het kwakkelende FilmAccord ondergebracht. De in problemen verkerende produktiemaatschappij Empire Pictures verdween in het nieuw geformeerde Epic Productions, dat wederom met omvangrijke kredieten van de bank op poten werd gezet.

Het gevolg was dat op deze wijze ook de verliezen van de bank doorgeschoven werden. Alleen al op de Parretti-kredieten loopt de bank daarbij een risico voor vele honderden miljoenen guldens. “Je begint met een pinda, die schuif je vervolgens onder een walnoot en dan leg je er weer een cocosnoot overheen”, zo beschrijft een filmfinancier in Hollywood de taktiek van de bank.

De afgelopen maanden heeft het Parijse hoofdkantoor van de bank de filmkredieten van CLBN aan een nauwgezet onderzoek onderworpen. De bank zal zich, in weerwil van geruchten in Hollywood, niet geheel terugtrekken uit de filmfinanciering. Wel wordt een aantal maatregelen getroffen die de filmfinanciering moet herstructureren. Deze worden nader toegelicht op de buitengewone aandeelhoudersvergadering aanstaande donderdag.

Ook kan de bank zich op korte termijn niet terugtrekken uit MGM- Pathé. Want liquidatie van de filmmaatschappij zou de bank een enorme strop opleveren: ondanks het ferme ingrijpen zit de bank niet op de eerste rij als het op afrekenen aankomt. Ongeveer een miljard gulden van de kredietverlening is via een aantal ingewikkelde omwegen gedekt met aandelen van MGM-Pathé en de moedermaatschappij Pathé Communications als onderpand. Bij een faillissement worden de aandeelhouders pas als laatste uitbetaald. Eerst komen de obligatiehouders aan de beurt. In het geval van de filmstudio betekent dit dat er eerst 1,2 miljard gulden aan uitstaande obligatieleningen moet worden afgelost voordat de bank iets op haar aandelen als onderpand terugontvangt.

Bovendien is de negatieve publiciteit wel het laatste wat men op dit moment in Parijs kan gebruiken. De Franse bank heeft twee weken geleden via de Amerikaanse verzekeringsmaatschappij Executive Life voor 2,7 miljard dollar aan Amerikaanse junk bonds in het bezit gekregen en wordt daarmee een belangrijke speler op deze markt. Het liquideren van een van de grote Amerikaanse filmstudio's met alle problemen van dien is daarbij geen goede uitgangspositie voor de bank.

Om een verdere escalatie van het schandaal met Parretti te bezweren heeft CLBN de bemiddeling ingeroepen van de Italiaanse filmmaker Dino de Laurentiis (als producent bekend van spaghetti westerns). Parretti zou daarbij een zeker geldbedrag en wellicht bepaalde onderdelen van zijn voormalig imperium wordt geboden als hij afziet van verdere bemoeienis met de filmstudio MGM-Pathé en zijn juridische gevechten opgeeft.

Parretti heeft een belangrijke publicitaire troef in handen. De Italiaan heeft gedreigd, ondermeer in een interview met Het Financieele Dagblad, CLBN in Nederland voor de rechter te slepen wegens het omzeilen van de regels van De Nederlandsche Bank bij het verstrekken van de kredieten. Door de honderden miljoenen dollars aan kredieten via verschillende omwegen in het zakelijke netwerk van Parretti en diens zakenvriend Fiorini te sluizen, zou de bank zijn betrokkenheid hebben verhuld. Daarbij suggereert Parretti dat de bank de zogenoemde "grote posten-regeling' heeft overschreden. Volgens deze regel is het uitlenen van meer dan 25 procent van het garantievermogen aan een cliëntengroep niet toegestaan.

Deze maximale grens bedroeg eind vorig jaar 400 miljoen gulden, slechts een fractie van de miljardenleningen aan Parretti en Fiorini. Door echter voortdurend de leningen heen en weer te schuiven onder in naam veschillende bedrijven, zou de bank lange tijd onder de werking van de "grote posten regeling' uit hebben willen komen, zo beweert Parretti.

De beweringen van de Italiaan lijken te worden gestaafd door de ingewikkelde tussenholdings die de bank benut heeft om de leningen door te sluizen. Volgens bankiers die goed op de hoogte waren van de kredietverlening aan Parretti zou de Nederlandsche Bank pas vorig jaar achter de werkelijke omvang van de kredietverlening zijn gekomen.

CLBN en haar Franse moeder zitten na alle publiciteit bepaald niet verlegen om een rechtzaak waarin de integriteit van de banken ter discussie wordt gesteld. En dus hebben Parretti en Fiorini (wiens Zwitserse holdingmaatschappij ook nog honderden miljoenen guldens aan de bank moet terugbetalen) een zekere onderhandelingsruimte. Waarmee de bank en zijn Italiaanse klanten vooralsnog elkaars gevangenen blijven. STEVEN ADOLF