Emigratie

“Heb je het nieuws uit Moskou gehoord”, vroeg Lubosh Kavalek. “Nu krijgen we weer een Amerikaanse wereldkampioen.” Hij bedoelde dat Kasparov, die nu in Los Angeles schijnt te zijn, zich misschien in de Verenigde Staten zal vestigen.

Kavalek is secondant van Nigel Short bij de schaakkandidatenmatches in Brussel. Hij is Amerikaan, vroeger Tsjech. Tijdens de Russische inval in 1968 speelde hij een toernooi in Polen. Hij reed terug naar Praag, pakte thuis een schoon overhemd en een paar dozen met de notaties van alle partijen die hij in zijn leven gespeeld had, verder niets, en reed door naar Duitsland. Vorig jaar was hij voor het eerst een keer terug in Tsjechoslowakije.

De gedachte aan een plotselinge emigratie is hem vertrouwd, maar het ligt ook voor de hand om te speculeren over Kasparovs verhuisplannen. Bijna alle Russische topspelers denken over emigratie de laatste jaren. Als er heel af en toe iemand zegt dat hij wil blijven, is dat een schokkend nieuwtje dat op ongelovige toon wordt doorverteld. Er is al een uittocht geweest. De voertaal in de Amerikaanse en Israelische landenteams is Russisch. Je vraagt je af hoe al die schakers moeten leven, als ze niet zo sterk zijn. Er zijn er die een kamertje krijgen boven het plaatselijke schaakcafé en iedere dag een maaltijd en daar tevreden mee zijn. Karpov maakte tegenover goede bekenden laatst de stand op. Wie zouden er van de topspelers in de Sovjet-Unie blijven? Hijzelf en Ivantsjoek, want die dacht alleen maar aan schaken. Verder kon hij niemand bedenken. Hij maakte toespelingen op een schandaal waarin Kasparov verwikkeld zou zijn, dat hem zou dwingen om zijn land te verlaten. In ieder geval heeft Kasparov een hoge functie in een radicaal democratische splinterpartij en hij heeft geld geïnvesteerd in een krant. Die partij en die krant zullen nu wel opgerold worden. Wat moet hij nog doen in de Sovjet-Unie? In Los Angeles zal hij zeker een persconferentie hebben gegeven om het uit te leggen, maar daar hebben we nog niets over gehoord.

Maandagochtend was de Belgische radio al om negen uur in het hotel om de Russische schakers om commentaar op de gebeurtenissen te vragen. Ze waren het liefst tot Karpov doorgedrongen natuurlijk, want dat is de politicus van het gezelschap. Lid van het parlement en voorzitter van het Vredesfonds. Hij is een politicus van het praktische soort, die bij voorkeur over de pensioenen en de voedselvoorziening praat. Vol minachting voor de amateuristische bevlogenheid van Kasparov. Het zou hem vast niet goed uitkomen om nu een duidelijk standpunt in te nemen en het is maar goed dat zijn staf er op kan wijzen dat hij aan een schaakmatch bezig is die hem geheel in beslag neemt.

In de perskamer laat Aleksander Rosjal, schaakmedewerker van Pravda, zich verleiden tot een radiointerview. Ik verwachtte dat hij zich tot een paar nietszeggende algemeenheden zou beperken, want ik ken hem als een belangrijk man onder het oude regime uit de tijd voor Gorbatsjov. Hoe belangrijk hij was hoorde ik vijftien jaar geleden in een Italiaans dorp. Een paar maanden eerder was Rosjal daar geweest als begeleider van Karpov. Karpov maakte een uitstapje en kwam te laat terug. Rosjal was zenuwachtig geworden. Er waren veel politieke aanslagen in Italië in die tijd. De Italianen vertelden dat Rosjal zo zenuwachtig was geworden dat hij tot hun grote verbazing plotseling een pistool had getrokken. Een Sovjet-burger die op zijn dienstreis een pistool meekrijgt, dat is niet de eerste de beste. Ik heb me toch in Rosjal vergist, want nu houdt hij een ferm toespraakje voor de Belgische radio. Hij begint te zeggen dat zijn Russisch op dit sombere moment niet zo goed meer is. Hij zegt dat de leiders van de coup niet weten wat ze doen. Hij laat de woorden burgeroorlog en bananenrepubliek vallen. Aan het eind wordt gevraagd of de omwenteling gevolgen voor zijn beroepsuitoefening zal hebben. Rosjal zegt dat hij toch geen verschrikkelijke dingen heeft verteld die hem de kop zouden kunnen kosten. Zo was de vraag niet bedoeld, maar zo denkt hij wel. Allicht.

Een paar dagen daarvoor had hij aan Sosonko gevraagd wat hij moest doen om in het Westen te kunnen publiceren. Een openhartig boek schrijven, had die aangeraden. Alle intriges en misdaden waar hij bij betrokken was eerlijk vertellen, voor dat boek zou belangstelling zijn. Rosjal had nadenkend gekeken en gezegd dat hij het zou overwegen.

Iemand heeft Bronstein opgezocht, die ook hier in Brussel rondloopt. Hij was ooit bijna wereldkampioen, maar dertig jaar lang mocht hij niet in het buitenland spelen. Waarom men zo gebeten op hem was weet ik niet. Misschien had het er mee te maken dat hij zijn zoon Lev noemde, die daardoor Lev Davidovitsj Bronstein heette, net als Trotski. Het afgelopen jaar heeft hij zijn schade ingehaald, maanden achter elkaar is hij in West-Europa. Maandagochtend schakelde hij van het ene televisiestation naar het andere. Overwoog hij nu niet om hier te blijven? O nee, hij is een echte Rus en daarom speet het hem heel erg dat hij nu niet in Moskou is. Die moeilijke toestand van nu zal trouwens heel kort duren, alles komt goed, dacht hij. Al tientallen jaren wordt gespeculeerd over een mogelijke emigratie van Bronstein, maar nu blijkt hij een van de weinige Russische schakers te zijn die er niet aan denken.

Ik bel naar Amsterdam. Is er geen geweldige opwinding bij jullie in Brussel, met al die Russen? Ja, dat zou je denken, maar zo is het toch niet. Af en toe een oude mop of een ter plekke verzonnen cynische grap over de gebeurtenissen. Voor de rest lijkt alle aandacht naar het televisiescherm te gaan, waar geen beelden uit Moskou op te zien zijn, maar de stelling van de afgebroken partij die wordt uitgespeeld. Alles gewoon, op de schaakverdieping zou niemand merken dat er in de buitenwereld belangrijke dingen gebeuren. Ik moet denken aan het toernooi in Mannheim, dat werd gestaakt toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Daartegen rees protest. Dat de wereld gek geworden was, daar hoefden de schakers zich toch niet aan te storen? Dat protest baatte niet, want de volgende dag werd de toernooizaal opgeëist door het Duitse leger.