Een wanhoopsdaad van een stervende orde

De machtsgreep in Moskou, door conservatieve communisten die ernaar streven de door Michail Gorbatsjov begonnen politieke revolutie terug te draaien, is een wanhoopsdaad van een ten dode opgeschreven orde die liever haar eigen ondergang tot stand brengt dan dat aan anderen over te laten.

Als het standhoudt zou het Comité voor de Noodtoestand, zoals de leiding van de opstand zichzelf betitelt, ook de Sovjet-Unie wel eens naar de ondergang kunnen voeren. Het comité heeft ingegrepen om te verhinderen dat de vijftien republieken waaruit de unie bestaat meer macht zouden krijgen; maar zijn onwettige optreden kan de krachten in de republieken die tenderen naar afscheiding van een afbrokkelend centrum, dat zijn gezag alleen met gebruik van bruut geweld zou kunnen handhaven, alleen maar versterken.

Het afzetten van president Gorbatsjov lost voor de plegers van de coup niet veel op. Gorbatsjov was niet het primaire probleem waarvoor zij stonden: dat is Boris Jeltsin. De opstandelingen sloegen maandagochtend voor dag en dauw toe om te verhinderen dat Gorbatsjov formeel het nieuwe unieverdrag zou ondertekenen waarbij reële macht van het Kremlin zou overgaan op de Russische Federatie van Jeltsin en de overige republieken.

Het lot van Boris Jeltsin wordt nu de beslissende factor in de aanstaande strijd om de macht die is ontketend door de coup tegen Gorbatsjov. De legitimiteit en de prolongatie van Jeltsins gezag dienen dan ook de beslissende factoren te zijn in de duidelijke, krachtige wijze waarop het Westen moet reageren op deze poging tot herinvoering van een orthodoxe marxistisch-leninistische dictatuur.

De eerste vraag, of dat zal lukken, zal worden uitgemaakt in de straten van Moskou. Maar intussen hebben de bureaucraten van KGB, het militair-industriële complex en de communistische partij met hun samenzwering om president Gorbatsjov te wippen wel een verbluffend hoogstandje geleverd: met hun verklaring hebben zij in alle vroegte de wereld met één ruk teruggeplaatst in een tijdperk waarvan de meeste mensen meenden dat het voor altijd voorbij was.

Ineens was daar weer de wereldomroep van Radio-Moskou die de hele dag lang één onveranderlijk communiqué uitzond, afgewisseld met Russische klassieke muziek. In dat communiqué beweerde het anonieme Comité voor de Noodtoestand dat het had ingegrepen om de Sovjet-Unie te redden uit “de afgrond van geweld en tuchteloosheid” waarin ze was gevallen en om “trots en eer van de Sovjet-burger” te herstellen.

Dat was de taal van een verleden dat, zo meenden wij, met het eind van de Koude Oorlog in een historisch graf was verzegeld. Maar deze generatie van communistische functionarissen blijkt moeilijker te hervormen dan president Gorbatsjov heeft voorzien. Hij negeerde Karl Marx' hoogst scherpzinnige aantekening dat “de tradities van alle dode generaties zwaar drukken, als een angstdroom, op het bewustzijn van de levenden”.

Als een onbedoelde illustratie van de marxistische leer hebben de rebellen aangetoond dat politieke veranderingen niet “onomkeerbaar” waren geworden louter doordat Gorbatsjov en zijn aanhangers in het Westen dat keer op keer zeiden. Voor elke overwinning moet nog steeds strijd worden geleverd, en een zeer hachelijke strijd, zoals Boris Jeltsin aantoonde door voor het parlementsgebouw van de Russische Federatie op een pantservoertuig te klimmen en op te roepen tot verzet.

De strijd die nu in Moskou gaande is zou weleens de laatste veldslag van de Koude Oorlog kunnen blijken. Het is van cruciaal belang dat de westerse regeringen door hun reactie bijdragen tot de eindoverwinning van de hervormingsgezinde krachten.

De conservatieve communisten lieten Radio-Moskou zeggen dat zij de internationale verplichtingen van de Sovjet-Unie “onwankelbaar” zullen nakomen. Het is een belofte die het Westen moet aannemen voor wat ze waard is zolang de machtsstrijd voortduurt. Na de coup tegen president Gorbatsjov heeft het Westen geen enkele reden meer om bij zijn beleid ten aanzien van de Sovjet-Unie slagen om de arm te houden. Elk gevoel van verplichting jegens Michail Gorbatsjov als factor in de omgang met Moskou is erdoor weggenomen.

De dringendste taak waarvoor het Westen thans staat is te zorgen dat de Sovjet-Unie haar troepen uit het oostelijk deel van Duitsland blijft terugtrekken en afspraken maakt over de toegezegde terugtrekking van Sovjet-troepen uit Polen. Dat houdt in dat de Duitse economische hulp en andere middelen om Moskou te motiveren tot die terugtrekking moeten worden gehandhaafd.

Maar een bredere economische samenwerking, zoals de belofte van president George Bush de Sovjet-Unie aan te merken als “meest begunstigde handelsnatie” en hulp van de EEG, moet worden opgeschort.

Als zou blijken dat de orthodoxen hun dictatoriale greep op het land weten te behouden, zal de bijzondere relatie tot het Internationaal Monetair Fonds waartoe op de topconferentie van de G7 in Londen is besloten, moeten worden heroverwogen, evenals de Amerikaanse toezegging om deelname van de Sovjet-Unie aan een vredesconferentie in het Midden-Oosten toe te staan.

Tijdens zijn laatste ontmoeting met westerse leiders heeft Michail Gorbatsjov bij herhaling gezegd dat zijn geschipper tussen hervorming en orthodoxie bedoeld was om “tijd te winnen”. Uiteindelijk zocht hij een weg terug naar een politiek centrum dat al niet meer bestond. De conservatieven die hem hebben afgezet zullen weldra ontdekken dat de grond waarop zij stelling hebben genomen al even weinig houvast biedt.