Economen van morgen

Zeker voor buitenstaanders heeft de economische wetenschap zich altijd gekenmerkt door methoden- en richtingenstrijd.

Toch wordt de economie als discipline meer serieus genomen dan andere sociale wetenschappen. Haar onderzoeksprogramma's worden nog steeds gewaardeerd, zo niet overschat, om hun al dan niet vermeende degelijkheid en consistentie. Er kan geen politiek besluit worden genomen zonder attest van economische rekenmeesters, zelfs al weet bijna iedereen dat de voorspellingen niet altijd betrouwbaar zijn.

In de komende decennia zal het karakter van de economische wetenschap ingrijpend veranderen. Dit valt althans op te maken uit een speciaal nummer van The Economic Journal. Ter gelegenheid van zijn 100-jarig bestaan verzocht dit eerbiedwaardige tijdschrift een gezelschap vooraanstaande economen hun gedachten over de volgende 100 jaar op te stellen. In het Nederlandse economen-vakblad Economisch-statistische Berichten geven H. van Ees en J.H. Garritsen daarvan een becommentarieerde samenvatting waar ik op mijn beurt mijn beschouwing op baseer.

We lezen dan dat in de economische wetenschap van de toekomst meer aandacht zal worden besteed aan de gevolgen van economische integratie en aan duurzame economische groei. Het evenwichtsbegrip in de economie is op zijn retour. De deductieve methode heeft zijn langste tijd gehad, waarmee de economie haar karakter van positivistische wetenschap opgeeft. De econoom van morgen richt zijn aandacht op alle facetten van het economisch handelen, bij voorkeur door middel van simulatiestudies of gecontroleerde experimenten. Van de econometrie valt geen bijdrage van belang meer te verwachten.

We kunnen deze ontwikkelingen toetsen aan de criteria die de wetenschapsleer aanlegt. In de eerste plaats valt het dan op dat het paradigma van de algemene evenwichtstheorie zijn betekenis verliest. Als er al ooit sprake is geweest van een theoretische grondslag die algemeen werd aanvaard als voorbeeld voor de manier waarop problemen moeten worden aangepakt, dan was het wel dit leerstuk. Het was Keynes die een bres schoot in dit gesloten denkmodel, dat door zijn statische karakter niet bij machte bleek oplossingen te bieden voor anomalieën waarbij de markten niet worden geruimd en hardnekkige werkloosheid ontstaat. Keynes veroorzaakte een ware wetenschappelijke revolutie die echter niet tot een nieuwe, algemeen aanvaarde theorie heeft geleid. Integendeel, vandaag de dag bestrijden neo-klassieken, post-Keynesianen, monetaristen en aanbodeconomen elkaar. Dat zal in de toekomst niet veranderen. De verscheidenheid van methoden die zullen worden toegepast bij de verschillende onderzoeksprogramma's duiden op het uiteenlopen van paradigma's. Het lijkt erop dat de economische wetenschap nooit tot volle rijpheid zal komen.

Een tweede opvallende conclusie is de afnemende betekenis van de econometrie. Dit specialisme, dat toch de pretentie had de economie de hardheid te geven van een exacte wetenschap, blijkt geen nieuwe informatie meer te kunnen opleveren waarmee het als een degenererend onderzoeksprogramma kan worden afgedaan.

De belangrijkste ontwikkeling is naar mijn gevoel de verruiming van het rationaliteitsbegrip. Volgens Van Ees en Garritsen zou die ertoe leiden dat het evenwichtsconcept plaats zou maken voor de werkelijk dynamische benadering van veranderingsprocessen, waarbij vooral het proces van beslissen meer aandacht van de econoom van de toekomst zal vragen. De economische wetenschap ontwikkelt zich meer en meer als een sociale wetenschap. De puur rationele benadering van economisch handelen, de "scherp calculerende burger' bij wie de hedendaagse sociaal-democraten zweren, biedt onvoldoende ruimte voor het bestuderen van sociale interactie.

Pas als de economische wetenschap deze eendimensionale benadering inruilt voor theorievorming met een meer normatieve inslag wordt een werkelijk rationele discussie mogelijk. Op dit ogenblik zitten we met onze neus op zo'n discussie. De partijen die elkaar bestrijden over de aanpak van de WAO-problematiek hebben elk voor zich goede redenen voor hun standpunt aan te voeren, ook de vakbeweging die volgens sommigen niet rationele argumenten hanteert bij de verdediging van het verworven recht op een uitkering van onbeperkte duur. In de actuele discussie zijn niet alleen economische argumenten, maar ook normatieve uitgangspunten in het geding. Of een oplossing te bereiken is zonder het machtwoord van de politiek of zonder sociale strijd valt steeds meer te betwijfelen. In beide gevallen vallen we terug op de door macht opgeworpen blokkade die werkelijke rationele oplossingen van maatschappelijke vraagstukken in de weg staat.