De scheppingskracht van kinderen

Expositie: Les Mines d'Argent, Hôtel de Ménoc, Melle (Deux-Sèvres), tot 15 september. Voor de muziekschilderijen: contact Jaap Brouwer, telefoon 09-33.49.291706.

Al direct stoot ik mijn kop en het "au' echoot even door de lage gewelven, waar vlagen elektrisch licht perspectief brengen in de grillige oker-bruin-rode combinaties van gangetjes en manshoge openingen. Lichter van tint is een gestolde kalkmassa, die van bovenaf zich golvend naar beneden stort. Jaap Brouwer streelt wellustig de vochtige steenrondingen. “Kijk”, zegt hij, met een grijns naar mij omkijkend, “dat is toch net een immense zaaduitstorting in het diepste binnenste van een vrouwenlichaam.” Het is de vraag of koning Dagobert er ook zo over gedacht heeft. Dat hij, blijkens het kinderliedje, zijn broek achterstevoren aan had, zou misschien eerder op andere fixaties kunnen duiden.

Maar in ieder geval kan de Nederlandse schilder Jaap Brouwer (46) zijn erotische fantasmen uitleven dank zij de Frankische vorst, die hier in Midden-Frankrijk de zilvermijnen liet ontginnen, waar we nu in rondkruipen. Lood en zilver kwamen er uit, waarvan de Merovingische en Karolingische vorsten ter plaatse munten lieten slaan met namen als Medolus en Metallum. Daaraan weer ontleende het stadje zelf zijn huidige naam: Melle. Het ligt vijftig kilometer van Poitiers. Jaap Brouwer woont er nu vier jaar in een ommuurd 19de-eeuws kapitaal herenhuis, met bijgebouwen, gazons, tennisbaan en zwembad. Vroeger kunsthandelaar en antiquaar in Amsterdam bepaalt hij zich nu tot tekenen en schilderen als laatste der pointillisten.

De zilvermijn, een zeldzaamheid in Europa, fascineert hem bovenmate. Karel de Kale en Karel de Grote hebben er hun voetstappen liggen. Na de elfde eeuw raakte de mijn in verval omdat er geen bossen meer waren - l'histoire se repète - voor de vuren waarmee explosies in de rots werden geforceerd om nieuwe lagen toegankelijk te maken en voor het stoken van de smeltovens. Pas in de vorige eeuw werd het uitgestrekte net van mijnschachten herontdekt en van de meer dan twintig kilometer is nu 350 meter toegankelijk voor toeristen. Sommigen van hen waagden zich wel eens ver in het labyrint en moesten later door de pompiers worden opgespoord na een nacht van verschrikkingen tussen de vleermuizen.

De cavernen, lage doorgangen en grillige holten in alle aardkleuren tussen oker en diepbruin, geven Brouwer een overvloed aan sensuele gewaarwordingen. Hij voelt zich er gulzig verdwijnen in een immens moederlichaam, maar, liefhebber van la bonne table, treft hij in de steenformaties even gretig een oester van jewelste of een kapitale foie gras, bien truffé, beide trouwens ook niet haaks op het domein der erotica.

Maar deze zomer trekt Brouwer in de Haut Poitou vooral de aandacht met werk van zijn leerlingen: scholieren van circa elf jaar uit Melle, die hij aan het schilderen zette in de zilvermijn, zijn eigen associaties daarbij. De kinderen drukken zich uit in abstracte vormen, steeds met een eigen signatuur en in weelderige harmonieën van kleur. Er hangen in de vijftiende-eeuwse ontvangsthal van het huidige Palais de Justice tegen de vijftig schilderijen en tekeningen, waaronder ook enkele van Brouwer zelf.

“Het mijninterieur laat je de oorsprong zien van de vormentaal”, zegt de schilder-kunsthistoricus. “De natuur is de meesteres, je ziet het maar weer, en kinderen zijn gevoelig voor die oervormen, die verwant zijn aan de oorsprong van het leven.” Om ze nog dichter bij deze kern te brengen liet Brouwer ze zelf hun kleuren mengen uit de sepia-, siena- en verwante pulvers, die hij uit de plooien en spleten in het gesteente te voorschijn krabde. Maar de kleine Amélie Gadioux trok zich van de "echte' kleuren niets aan en schiep een verrukkelijke Matisse uit kobalt, violet, zwart en grijzen, pronkstuk aan de ingang van de expositie.

Tijdens een muziekfestival ter plaatse in mei konden de boeren en buitenlui uit het 4.500 zielen tellende Melle nog een andere uitkomst van Brouwers appel aan de spontane creativiteit bewonderen. Op twee scholen zette hij de kinderen aan hun expressiviteit de vrije loop te laten bij het horen van muziek. Zelf dansend en stampend door het klaslokaal en ongeremd dirigerend en aanvurend bracht hij de gloed van Mozart, Johann Strauss of Benjamin over op de kinderen, die zich met hartstocht aan de action painting overgaven. Op een videoband is hun aanstekelijke gedrag vastgelegd.

Je hart springt open bij het zien van de resultaten. Op forse formaten juichen de kleuren en dansen de vormen. De een schiep een vroege Kandinsky, anderen een Benner, Beuys of Michaud. Als de grafiek van Stockhausen ogen soms de exercities met Oostindische inkt op muziekpapier en Dada doemt feestelijk op uit de drieste collages rondom portretten van dirigenten.

Wat kinderen aan scheppingskracht in zich hebben, heeft Jaap Brouwer er op glorieuze wijze uitgehaald.

Foto: Schilderij door een Frans kind op de stimulans van muziek gemaakt.