Bezwaren tegen belasting milieu door snelle trein

DEN HAAG, 20 AUG. De inspraakprocedure over de aanleg van een nieuwe spoorlijn door Nederland ten behoeve van de hoge-snelheidstrein Amsterdam-Parijs heeft 705 schriftelijke reacties opgeleverd, die overwegend negatief zijn.

In het algemeen wordt gevreesd dat de hoge-snelheidstrein enorm negatieve milieu-effecten zal hebben, die niet opwegen tegen de economische voordelen ervan.

Dit blijkt uit een inventarisatie van de Raad van advies voor de ruimtelijke ordening (RARO). Tot de reacties behoren ook 27 (lokale) acties tegen de snelle-treinlijn waaraan ongeveer 21.000 mensen deelnamen. De inspraak is een verplicht onderdeel van de wettelijke procedure die aan de (eventuele) aanleg van de lijn vooraf dient te gaan. De reacties worden naar de Tweede Kamer gestuurd, evenals diverse adviezen. Ook het kabinet kan er bij de bepaling van zijn definitieve standpunt rekening meehouden. Volgend jaar moet de Kamer volgens het tijdschema een beslissing nemen.

Eerst houdt de Raad van de Waterstaat - een van de adviesorganen - nog een reeks openbare hoorzittingen, waarop insprekers hun reactie mondeling kunnen toelichten. Die hoorzittingen beginnen 28 augustus in Zoetermeer en worden 11 oktober in Leiderdorp afgesloten.

Blijkens de reacties bestaan in Zuid-Holland vooral bezwaren tegen de doorsnijding van het Groene Hart dan wel van bestaande woonwijken. Het kabinet heeft twee mogelijke tracés op het oog, een ten westen en de ander ten oosten van Zoetermeer. Een goed alternatief is volgens de bezwaarmakers het gebruik van de bestaande spoorlijn Rotterdam-Amsterdam, waardoor bovendien Den Haag als halte kan fungeren. In Noord-Brabant pleiten sommige insprekers ervoor een eventueel nieuw tracé niet via Roosendaal, maar langs Breda en rijksweg 16 te laten lopen.

De meeste mensen die reageerden vinden echter een nieuw tracé voor de hoge-snelheidstrein niet nodig. De bouw van dijklichamen of tunnels dwars door het landelijke of stedelijke gebied van Zuid-Holland en Noord-Brabant wijzen zij af. Beter is het volgens hen de trein over de bestaande infrastructuur te laten rijden en het geld dat de nieuwe lijnen zouden kosten aan de verbetering daarvan te besteden.