Banger voor de Bundesbank

De nieuwe president van de Bundesbank heeft het dubieuze voorrecht verantwoordelijk te zijn voor de koers van een van de weinige reserve-valuta's in de wereld. Een positie die de Bundesbank lang heeft proberen te vermijden. De dollars, ponden sterling, Zwitserse franken en wat yen zweven immers als enorme wolken boven de reële economie, waar ze - als ze door angst vloeibaar worden - in het normale geldverkeer neerslaan, grote golfbewegingen veroorzakend.

De mark heeft in politiek opzicht een unieke positie tussen die reservevaluta's. In het net vergrote territorium waar de D-mark wettig betaalmiddel is, zijn 320.000 Sovjet-soldaten gelegerd. Wanneer hun collega's in Moskou een coup plegen heeft de beleggende wereld de neiging impulsief marken om te wisselen in dollars.

Maar de val van de Berlijnse muur toonde dat economische aantrekkingskracht sterker is dan militaire vuurkracht. De valutamarkt leert dat soort lessen sneller dan orthodoxe communisten. Tot dusverre is de koersdaling van de mark ten opzichte van de dollar beperkt gebleven tot een pfennig of zes. Blijkbaar zijn de markten banger voor de bankraad van de Bundesbank die tot een verdere renteverhoging kan besluiten dan voor de heren die in het Kremlin een ad hoc comité hebben opgericht.

Lastige dochters 1

Akzo was de eerste die in de VS aandeelhouders uitkocht voordat deze lastig konden worden. Akzona werd 100 procent Akzo voordat Shell Oil en North American Philips helemaal binnen hun moederconcern werden getrokken.

Maar Akzo heeft geen bod willen uitbrengen op de beurs genoteerde aandelen van haar dochter La Seda. Misschien omdat de beurskoers voor LaSeda vergeleken met Akzo's boekhouding onrealistisch was, of misschien omdat in Spanje niet zoiets als onze uitkoopregeling voor de laatste 5 procent bestaat en er altijd lastige aandeelhouders kunnen overblijven.

Nu moet de advocaat aan wie Akzo haar 57,5 procent belang in LaSeda voor 1 peseta heeft verkocht van de Spaanse beurscommissie een openbaar bod uitbrengen op de rest, voordat hij zijn rechten als aandeelhouder kan uitoefenen. Volgens Akzo is dit een formaliteit. De onderneming, die vorige maand nog in allerhaast de salarissen voor de LaSeda werknemers vanuit Arnhem moest overmaken, doet alsof alle heisa haar niet meer aangaat. Begrijpelijk: de Akzo-top kwam vorige week in Barcelona voor een gesloten deur toen het onderhandelingsresultaat met de banken zou worden bekrachtigd. Dat de directeur van LaSeda bezwoor dat die overeenstemming er was, hielp niet. “Dit is die overeenstemming,” riep de advocaat van de banken uit, het papier verscheurend. Volgens Akzo betaalt LaSeda deze maand zelf de salarissen uit.

Lastige dochters 2

De tweede helft van de jaren tachtig werd gekenmerkt doordat ondernemingen soms op uitgesproken onvriendelijke wijze nieuwe dochters verwierven. Nu stoten bedrijven die dochters weer af. Soms op aandrang van de banken, soms omdat verkoop als bij Vendex en Internatio door banken en aandeelhouders wordt afgedwongen.

Bedrijven kunnen bij verkoop van dochters net zo vriendelijk of onvriendelijk zijn als bij aankoop. Akzo probeert ondanks alles de financiële toekomst van LaSeda veilig te stellen en doet dat door de negen betrokken banken individueel over te halen, nadat met het collectief onder leiding van BankAmerica geen zaken was te doen.

Volmac lijkt met het zo kort geleden verworven ICS minder mededogen te hebben en gaat over tot onvriendelijke afstoting. De verlaten dochter praat nu met de NMB Postbank. Maar die bank heeft met aandelen Newtron en HCS al zoveel automatisering in huis.