Wie zijn woord niet houdt, hoeft niet terug te komen op Wall Street; Snel ingrijpen wellicht redding Salomon

NEW YORK, 19 AUG. Toen tien dagen geleden bekend werd dat handelaren van de effectenfirma Salomon hun concurrenten en de overheid hadden bedrogen, door te proberen de markt in staatsobligaties te monopoliseren, brak de hel los. De koers van het aandeel Salomon daalde 15 procent in vier dagen.

Kwade tongen op Wall Street beweerden dat de handelaren niets anders deden dan de instructies van topman John Gutfreund te volgen - of althans in de geest van zijn leiderschap handelden.

Maar in diezelfde week kwam ook de andere kant van John Gutfreund aan het licht, in feite de keerzijde van dezelfde medaille: hij besefte onmiddellijk dat als hij deze affaire zou laten voortslepen, hij daarmee niet alleen de reputatie maar zelfs het bestaan van “zijn” firma zou hebben bedreigd. Daarom nam hij ontslag.

Niemand weet hoeveel druk op Gutfreund is uitgeoefend voordat hij tot die slotsom kwam, maar zijn aftreden past bij zijn reputatie.

Als iemand die vanaf zijn 24ste op Wall Street had gewerkt, altijd voor Salomon Brothers, wist hij dat Wall Street een haaienvijver is waar je altijd slimmer moet zijn dan de anderen en de regels zo ruim mogelijk moet interpreteren om te kunnen meezwemmen.

Maar hij moet ook doordrongen zijn geweest van de andere waarheid van Wall Street: dat ieder huis drijft op zijn reputatie.

Iedere dag verwisselen miljarden dollars aan aandelen en obligaties van eigenaar op Wall Street. De transacties worden per telefoon verricht, in soms fracties van een seconde, met als enige garantie het woord van de partijen. Wie zich niet aan zijn woord houdt, hoeft niet meer terug te komen. De snelheid waarmee Gutfreund en de andere topmanagers hun conclusies trokken, hebben de vooruitzichten voor de firm ongetwijfeld aaanzienlijk verbeterd.

De misgrijpen van de Salomon-handelaren waren bijna even erg als die waarvan Drexel Burnham Lambert en E.F. Hutton in de jaren tachtig werden beschuldigd. Die twee effectenhuizen hebben nooit schuld bekend en zijn schikkingen aangegaan met de overheid. Maar ze wachtten weken en maanden alvorens actie te ondernemen, zodat de aantijgingen een eigen leven gingen leiden. De één is nu failliet, en de ander is voor een fractie van de waarde overgenomen door een concurrent. Salomon maakt een veel betere kans te overleven door de rappe ingreep in de eigen huishouding.

Gutfreund (die zijn naam uitspreekt als “good friend”) heeft al eerder getoond dat hij verantwoordelijkheid niet licht opvat. In 1987 zag hij af van een bonus van twee miljoen dollar nadat de firma zware verliezen had geleden en 800 mensen had ontslagen. En toen de winst in 1989 tegenviel, gaf hij 500.000 dollar van zijn honorarium van 3,5 miljoen terug en zei geen recht te hebben aan te blijven als de resultaten slecht zouden blijven.

Ook het feit dat Warren Buffett in 1987 700 miljoen dollar investeerde in Salomon moet worden gezien als een bewijs van Gutfreunds integriteit. Buffett, die in zijn jaarverslagen regelmatig schampert over de mores van Wall Street, staat erom bekend dat hij zwaar tilt aan de reputatie van de mensen die bedrijven leiden. Pas als hij vertrouwen in ze heeft, belegt hij in het bedrijf. Buffett is de meest succesvolle belegger van de Verenigde Staten.

In 1987 prees hij Gutfreund om diens “deskundigheid en integriteit”. Hij vermeldde dat Gutfreund er niet voor terugdeinsde om bepaalde zaken af te raden, zelfs als Salomon er geld aan had kunnen verdienen. “Dat soort service-boven-eigenbelang stellen is allesbehalve automatisch op Wall Street”, schreef Buffett.

Maar de vraag blijft knagen: hoe heeft dit kunnen gebeuren? De handelaren probeerden zoveel mogelijk obligaties in de eerste ronde in handen te krijgen, zodat zij vervolgens het aanbod zouden controleren - en dus zelf de prijs zouden kunnen vaststellen.

Juist om dit soort misbruik te voorkomen, mag niet een van de 40 primaire dealers meer dan 35 procent per emissie kopen. Salomons handelaren omzeilden die regel door obligaties vantevoren te kopen, in de "when-issued' markt, in naam van klanten die daar soms niet van wisten.

Vrijwel iedere handelaar in aandelen of obligaties, waar ook ter wereld, komt vroeg of laat in de verleiding om greep te krijgen op de markt, dat onvoorspelbare monster dat nooit doet wat van hem wordt verwacht. De meest simpele manier is door de meerderheid van het aanbod in handen te krijgen: dan immers heb je het aanbod, en dus de prijs, in de hand.

Iedere firma probeert op zijn eigen manier zijn handelaren in bedwang te houden. Maar hoe meer een firma de nadruk legt op resultaten, hoe groter de druk en des te groter de verleiding wordt om mazen in de wet te vinden.

Dit is de andere kant van het Salomon van Gutfreund: nergens was de druk groter, nergens was de beloning groter als je het goed deed. Salomon is het huis waar handelaren de koningen zijn, en waar handelaren in sommige jaren meer verdienen dan Gutfreund zelf.

Afgezien van het persoonlijke drama van John Gutfreund en de plotselinge onzekerheid rond het instituut Salomon, is de affaire belangrijk voor de obligatiemarkten van de Verenigde Staten, de grootste financiële markt ter wereld.

De Amerikaanse overheid geeft regelmatig obligaties uit, die in eerste instantie worden opgekocht door 40 primaire handelaren. Van hen is Salomon zo niet de grootste, dan toch één van de drie belangrijkste. Als beleggers niet snel overtuigd raken dat de markt is gesaneerd, kan dat leiden tot minder vertrouwen en misschien zelfs hogere rentes voor de Amerikaanse federale overheid.

Vandaar dat de zaak zo hoog wordt opgevat door de verschillende departementen in Washington. En vandaar dat juristen en Wall Streeters verwachten dat Salomon forse straffen te wachten staan, ondanks de zelfkastijding van gisteren.