Wao-voorstellen bestuurlijk te mager

Het voortreffelijke politieke hoofdartikel Keuze en Risico, Heldrings poging wat zich rond de WAO voltrekt in een cultureel kader te plaatsen, Steenbergens beschouwing uit de hoek van de vakverenigingen en de economische bijdrage van De Kam in NRC Handelsblad van 13 augustus 1991 gaven een prachtig overzicht van de WAO-perikelen.

Er ontbrak echter één facet: het - altijd wat bescheiden op de achtergrond blijvende - bestuurskundige. Toch speelde dit, naast de zich duidelijker in de publiciteit profilerende politieke en culturele aspecten, van meet af aan een hoofdrol op de achtergrond. En dan niet eens in de eerste plaats omdat het kabinetsbesluit de burgers werd aangeboden in de vorm van een bezuinigingsvoorstel, maar al veel eerder in die zin dat men de WAO, nadat ze tot stand was gekomen, maar rustig haar gang heeft laten gaan zonder daaraan tijdig hard nodige uitvoeringsmaatregelen en misschien kleine wetswijzigingen te verbinden.

Er is bij de uitvoering van deze wet maar zo'n beetje aan gerotzooid, zonder dat van een adequate evaluatie sprake was. Bij de WAO werd te veel uit het oog verloren dat zij, die op grond ervan soms al jong een uitkering kregen, daarna wat hun gezondheid, krachten, kennis en bekwaamheden betreft wellicht niet onveranderd bleven; dat door bijscholing hier wellicht nog veel te bereiken was; dat nieuwe operatiemethoden en geneesmiddelen wellicht nieuwe perspectieven konden openen.

Hoewel de WAO toch een typisch sociale wet is, is de menselijke kant bij de tenuitvoerlegging ervan onvoldoende tot zijn recht gekomen; is de mens verschrompeld tot uitkeringsgerechtigde, zonder dat aan zijn mogelijkheden als mens verder aandacht werd besteed. In die zin zal de wet moeten worden bijgeslepen. Het gaat er niet om de uitkeringsgerechtigde met een verworven-recht-op-uitkering naar huis te sturen, maar om periodiek te toetsen wat hij nu zou kunnen, in aanmerking genomen zijn eigen gezondheid, eventueel veranderde levensomstandigheden, veranderde maatschappelijke inzichten, veranderde medische mogelijkheden en wat zich in het leven meer voordoet. Wat die veranderde maatschappelijke omstandigheden betreft gaat het bijvoorbeeld ook om zich wijzigende ideeën over de wenselijkheid van meer persoonlijke verantwoordelijkheid tegenover overname door de overheid van allerlei specifieke verantwoordelijkheden.

Wat praktisch bestuurlijk gezien wenselijk was geweest, was dat de regeringsvoorstellen niet gegoten waren in de vorm van bezuinigingsvoorstellen, maar dat een deugdelijke, zorgvuldig uitgewerkte herziening van deze wet met de nodige uitvoeringsvoorschriften was voorbereid, herijkt op grond van veranderde politieke ideeën. Dan had daarbij niet de minister van financiën een hoofdrol gespeeld maar de minister waaronder de sociale zaken vallen. Die moest nu nota bene in een interview de aandacht op zichzelf vestigen. Zou dit zo zijn aangepakt dan zou het stellig ook de nodige politieke strubbelingen hebben opgeleverd - het gaat nu eenmaal om een echte politieke strijdvraag, die belangrijke veranderingen markeert in de kijk op de verzorgingsstaat - maar een en ander had dan toch een wat waardiger sfeer geschapen, meer in overeenstemming met de politieke belangrijkheid, dan nu ontstaan is. Die is in elk opzicht schadelijk. De bonden verwijten het kabinet nu dat het te veel een "prijsbeleid' voert en te weinig een "volumebeleid'. Maar ook dat woord volumebeleid past hier maar matig. Je kunt er wel aardig rond cijferen, maar het begraaft de mens onder getallen. Een hard standpunt van de bonden viel overigens te verwachten. Het gaat daar immers steeds om het strikt vasthouden aan eerder gedane financiële veroveringen. Maar wat het thans bereikte resultaat in de partijtop van de PvdA betreft, ligt het wat anders. Van een politieke partij, en zeker wanneer deze niet langer in de oppositie zit maar regeringsverantwoordelijkheid heeft aanvaard mag een soepeler houding worden verwacht dan blijkt uit de opdracht van de gewestelijke bestuurders aan "hun' ministers en parlementsleden, waarin zinsneden voorkomen als "mag niet veranderen' en "onbespreekbaar'. De PvdA heeft kennelijk nog steeds niet geleerd dat je, vooral in een tijd van snelle ontwikkelingen en belangrijke culturele en politieke veranderingen, heel voorzichtig moet zijn met het woord onbespreekbaar. Het enige punt van de opdracht die een wat menselijker sociale instelling ademt is dat zij "die geen enkel alternatief hebben', door mevrouw Sint in een interview "de mensen die het echt nodig hebben' genoemd, te allen tijde aan hun trekken moeten komen. Dit is het enige werkelijk acceptabele uitgangspunt, dat wel een nauwkeurig onderzoek en definiëring vereist: wie zijn dat? gevolgd door een werkelijk zorgvuldige tenuitvoerlegging van de wet.