Verkoop Akzo-dochter La Seda ongeldig

MADRID, 19 AUG. De poging van het Nederlandse chemieconcern Akzo om via verkoop van aandelen aan een tussenpersoon af te komen van zijn meerderheidsbelang in de Spaanse dochteronderneming La Seda de Barcelona is niet rechtsgeldig. Dit heeft het overheidsorgaan dat toezicht houdt op de handel in aandelen eind vorige week besloten.

In een eerste reactie bestrijdt Akzo de bevoegdheid van de commissie de transactie ongeldig te verklaren. “Dit is onomkeerbaar”, aldus een woordvoerder.

De Comision Nacional del Mercado de Valores (CNMV) sluit niet uit dat tussen de advocaat Jacint Soler Pardo en Akzo een overeenkomst bestaat waaraan beide partijen tegenover elkaar rechten kunnen ontlenen, maar zeker is dat deze overeenkomst op dit moment geen gevolgen voor derden heeft.

Akzo maakte eind juli bekend zijn belang van 57,5 procent in de verlieslijdende kunstvezelfabriek aan Soler Pardo te hebben overgedragen, waardoor het bedrijf niets meer met La Seda te maken zou hebben. De advocaat zou proberen de aandelen onder te brengen bij de overige aandeelhouders en de directie van La Seda.

De beurscommissie heeft de advocaat nu verboden stukken aan te bieden die volgens de letter van de wet niet zijn eigendom zijn. Volgens de CNMV moet zo'n transactie via een erkende makelaar geschieden of na een openbaar bod. Akzo heeft zijn stukken voor één peseta rechtstreeks aan de tussenpersoon overgedragen.

De CNMV heeft alle betrokken partijen er schriftelijk op gewezen “dat er binnen het handels- en vennootschapsrecht andere, meer gebruikelijke en orthodoxe manieren zijn voor een aandeelhouder om zich terug te trekken uit een bedrijf”, aldus voorzitter Luis Carlos Croissier gisteren in het Catalaanse dagblad La Vanguardia. Als het werkelijk de bedoeling van AKZO zou zijn geweest de stukken aan andere aandeelhouders over te dragen, dan zouden ze bij het bedrijf zelf kunnen worden gedeponeerd om afgeschreven of verdeeld te worden, aldus Croissier. De inschakeling van een tussenpersoon noemt hij onbegrijpelijk, verwarrend en kennelijk bedoeld om druk uit te oefenen op anderen.

De beslissing van de CNMV is een nieuwe complicatie in de onderhandelingen tussen Akzo en de banken die vorderingen van zo'n 13 miljard peseta's op La Seda hebben. Het Nederlandse concern heeft zich bereid verklaard 57,5 procent van deze schulden te voldoen, maar een groep van zes banken onder aanvoering van de Bank of America eist meer. Ze voeren hierbij aan dat de leningen aan de dochtermaatschappij op de goede naam van het hele concern zijn verstrekt.

De zes beschuldigen de Akzo-directie ervan La Seda te hebben leeggehaald alvorens zich terug te trekken en zijn een strafprocedure tegen de directeuren begonnen wegens “oplichting en diefstal”. Akzo eist dat deze aanklacht, die in gevangenisstraf voor de betrokkenen kan resulteren, wordt ingetrokken als onderdeel van een toekomstig akkoord. Een dergelijk akkoord leek afgelopen woensdag nabij, toen vertegenwoordigers van Akzo via La Seda werden gevraagd naar Barcelona te komen voor een gesprek met de banken. Dit ging echter op het laatste moment niet door. Akzo probeert nu met alle banken afzonderlijk tot een oplossing te komen. La Seda is inmiddels onder leiding van een interim-directie met een ingrijpende reorganisatie begonnen. Jhr.mr. A.A. Loudon, bestuursvoorzitter van Akzo, zei onlangs dat alle inspanningen van het concern erop zijn gericht La Seda te laten voortbestaan, zij het in afgeslankte vorm. Een woordvoerder van Akzo-Spanje liet echter eerder weten dat La Seda, waar 2600 mensen werken, op geen enkele manier te redden is en als technisch failliet moet worden beschouwd.