Sovjet-leider bracht de wereld aan het schuiven, maar verloor de strijd van een miljoenenkoppige draak; Gorbatsjov: slachtoffer van zijn eigen revolutie; Gorbatsjov verkeek zich op etnische problematiek; Hervorming van de Sovjet-Unie gaat krachten v...

In 1985 bond Michail Gorbatsjov, als een laat-twintigste-eeuwse ridder zonder vrees of blaam, de strijd aan tegen de ideologische en economische verstarring van 's werelds grootste land. Na zes jaar haalde de complexiteit van de problemen hem in. Het verhaal van een gevecht dat verzandde.

De revolutie verslindt haar eigen kinderen. In de Sovjet-Unie lijkt vandaag een onheilige coalitie van conservatieven en militairen een eind te hebben gemaakt aan de politieke carrière van Michail Gorbatsjov, de vader van de perestrojka. Hij laat zijn land achter in een toestand van volslagen ontreddering.

De knoop, zo moeten de daders van wat voorlopig een ouderwetse coup lijkt hebben gedacht, is onontwarbaar: de hervormingen bijten elkaar in de staart en de oplossing van elk conflict veroorzaakt onmiddellijk een nieuw probleem. Incompetentie, desorganisatie en wereldvreemdheid teisteren de Sovjet-Unie en er zijn niet veel mensen die nog begrijpen hoe het verder moet. De militairen en conservatieven weten het kennelijk wel.

Het is de economische crisis geweest die waarschijnlijk de stoot heeft gegeven tot het ingrijpen van de militairen en conservatieven. Het lukte Gorbatsjov niet de centraal geleide planeconomie ook maar enigszins in de richting van een vrije markt te hervormen. Dat had deels politiek-ideologische en deels gewoon praktische oorzaken. De oude garde wilde er niet aan en werkt tegen, de nieuwe garde wilde wel maar weet niet hoe. Het gevolg was - is - een zo snel om zich heengrijpende crisis dat wilde stakingen uitbraken, die de situatie alleen maar erger maakten. Sinds het aantreden van premier Valentin Pavlov, die wanhopig is blijven proberen de centrale teugels weer aan te trekken, leek Gorbatsjov ieder contact met de economische werkelijkheid te hebben verloren. Vroegen de mijnwerkers vorig jaar nog om het aftreden van premier Nikolaj Ryzjkov, de enige hardere eis die ze nu konden stellen was het vertrek van Gorbatsjov zelf.

Eind vorig jaar, met het vertrek van minister van buitenlandse zaken Edoeard Sjevardnadze, de laatste der Mohikanen uit Gorbatsjovs oorspronkelijke omgeving, werd de politieke atmosfeer in het land grimmig. Moe van de lastercampagne tegen zijn persoon en zijn buitenlandse politiek waarschuwde Sjevardnadze: “Er dreigt een dictatuur. Niemand weet wat voor dictatuur dat zal zijn of wat voor dictator. Maar ik kan mij niet verzoenen met het lijden dat ons volk te wachten staat.” Een paar weken later kwamen veiligheidstroepen in actie in Litouwen en Letland: twintig doden. Gorbatsjov was, zei hij, niet van te voren op de hoogte gesteld, maar vond dat de Balten de actie zelf hadden uitgelokt. Het is kenmerkend voor zijn beleid van de laatste jaren. Hij bewandelde een voorzichtige middenkoers, die zijn politiek zowel voor 'links' als voor 'rechts' onbegrijpelijk en onacceptabel maakte. Hadden de conservatieve communisten de indruk gekregen dat Gorbatsjov hen in de Baltische coup zou steunen, op het laatste moment zette hij niet door. Hadden de democraten gehoopt dat hij het zo ver niet zou laten komen, op het cruciale moment liet Gorbatsjov leger en veiligheidstroepen toch hun gang gaan met twintig doden tot gevolg. En weer werd niemand ter verantwoording geroepen.

Toen Sjevardnadze voor de dictatuur waarschuwde, had hij niet Gorbatsjov op het oog. Gorbatsjov was geen dictator. Hij was de twijfelaar tussen links én rechts, die beide krachtig optreden eisten omdat het land in chaos verzinkt. Zijn pogingen om een krachtdadig beleid te voeren door een steeds grotere opeenstapeling van volmachten leidden tot niets. In een land waar de wet jarenlang niet serieus is genomen blijkt het normaal gevonden te worden als de decreten van de president in de wind worden geslagen. In een land waar geen sociaal contract bestaat tussen overheid en burgers kan het naleven van de wet alleen met geweld worden afgedwongen, en daarvoor is de Sovjet-Unie te groot.

Zes jaar was Michail Gorbatsjov de leider van een wereldrijk. Hij veroorzaakte aardverschuivingen waarvan de reikwijdte nog niet is te overzien. Hij begon in de overtuiging dat het zieke socialisme hervormbaar was en dat die hervormingen beheersbaar waren. Zo werd hij het slachtoffer van de propaganda van zijn eigen partij, die in zeventig jaar een vertekend beeld van de maatschappij heeft geschapen. Dit leidde tot een grove onderschatting van de ernst van de situatie en tot politieke fouten, die tot zijn ondergang hebben geleid.

Drie grote binnenlandse problemen moest Gorbatsjov tegelijkertijd oplossen: de macht van de partij breken, de economie ingrijpend hervormen en de nationale tegenstellingen vertalen in een nieuwe staatsstructuur.

Verreweg de meeste energie heeft hij in de interne partijstrijd gestoken. Daar was hij een meester in. Een boerenzoon die tot de partijtop weet door te dringen is een killer. Gorbatsjov verbaasde vriend en vijand steeds weer door de sluwheid van zijn strijdmethoden. Hij drong het veelkoppige monster van de partij steeds verder van het toneel af en bestreed het daarbij met zijn eigen methoden.

Maar die energie ging ten koste van de hervorming van de economie. Daardoor ging kostbare tijd verloren. Bovendien werden de economische hervormingen gehinderd door de hardnekkige ideologie die de hele bevolking heeft misvormd. Gorbatsjovs grootste misrekening was de kracht van het ontluikende nationalisme, dat het hem steeds moeilijker maakte een centraal beleid te voeren. Hij miste daarnaast de veerkracht om een gedurfde decentralisatie van de macht door te voeren.

Succesvoller was zijn buitenlands beleid, waarvoor hij terecht de Nobelprijs voor de vrede kreeg. De psychologische gevolgen van het doorbreken van het vijandbeeld in Oost en West zijn moeilijk te overschatten, evenals de praktische gevolgen, de ontwapening, de bevrijding van Oost-Europa, de Duitse eenheid. Maar de kloof tussen de binnenlandse en buitenlandse politiek werd steeds groter en het was uitgerekend het briljante brein achter die buitenlandse politiek, Edoeard Sjevardnadze, die de natie waarschuwde voor het naderende onheil.

Michail Gorbatsjov werd in 1931 als boerenzoon geboren in het dorp Privolnoje in de provincie Stavropol, het vruchtbare steppegebied van de Kozakken van de Noord-Kaukasus. Het was het jaar van de hongersnood na de gedwongen collectivisering van de landbouw. Zijn ene grootvader werd voorzitter van de kolchoz, de andere slachtoffer van de campagne tegen de "koelakken', de zogenaamde rijke boeren. Misja was leergierig, kon goed met mensen omgaan, speelde verdienstelijk toneel, had leiderskwaliteiten en een tomeloze ambitie. Op zijn negentiende was hij al kandidaat-lid van de partij. Hij ging in Moskou rechten studeren en trouwde er in 1954 met de studente filosofie Raisa Titorenko. De Tsjechische ex-communist Zdenek Mlynar, een studiegenoot, herinnerde zich Gorbatsjov als “een open man wiens intelligentie nooit verwerd tot arrogantie, die in staat was te luisteren en ook wilde luisteren”. Na zijn studie keerde Gorbatsjov terug naar Stavropol voor een partijcarrière die in 1971 werd bekroond met het partijleiderschap van de provincie. Zo werd hij een van de rond honderd feodale heren die in de Sovjet-Unie op regionaal niveau de dienst uitmaakten.

In die tijd maakte Gorbatsjov kennis met KGB-voorzitter Joeri Andropov, die wel wat zag in de jonge, energieke, alcoholvrije partijsecretaris. Als KGB-voorzitter wist Andropov beter dan wie ook in de top hoe groot de crisis was. In 1978 haalde hij de 48-jarige Gorbatsjov naar Moskou. Toen Andropov in 1982 Leonid Brezjnev opvolgde begon Gorbatsjovs ster te rijzen. Hij ging naar het buitenland, naar Canada, waar hij de als ambassadeur verbannen Aleksandr Jakovlev oppikte, en naar Engeland, waar Margaret Thatcher tot haar eigen verbazing tot de conclusie kwam “that he is a man I could do business with”.Na het korte en onbetekenende leiderschap van de doodzieke Konstantin Tsjernenko was Gorbatsjov aan de beurt. Zijn kandidatuur werd op het opvolgingsplenum op 12 maart 1985 voorgesteld door de grijze Andrej Gromyko, die hij later zelf genadeloos aan de kant zette. Gorbatsjov haalde een krappe meerderheid. De Sovjet-Unie kreeg een jonge, onbekende leider van 54 jaar. Een nieuw tijdperk was begonnen.

In mei lanceerde Gorbatsjov zijn perestrojka in een toespraak in het Smolny-instituut in Leningrad, Lenins hoofdkwartier tijdens de Oktoberrevolutie. Gorbatsjov, een leninist in hart en nieren, beschouwde zich als de voortzetter van Lenins revolutionaire politiek. De reis naar Leningrad toonde voor het eerst zijn onconventionaliteit: hij week af van het programma en nam "baden in de menigte', een gewoonte die later tot een wat geforceerd vast programmapunt op zijn reizen werd. Zijn eerste jaar besteedde hij geheel aan het uitbezemen van de partij. “Wie zich niet wil aanpassen en een obstakel vormt bij het oplossen van onze nieuwe taken moet het veld ruimen! Wees geen hinderpaal!”, zei hij dreigend. In het najaar had Gorbatsjov zijn eerste ontmoeting met Ronald Reagan, in Genève, en al werd er weinig resultaat geboekt, er kwam een barst in het ijs.

Gorbatsjov maakte ook al gauw zijn eerste fouten: de anti-alcoholcampagne, ingegeven door de op zichzelf juiste gedachte dat de alcohol de grootste vijand van de Russen is, liep op een fiasco uit en maakte de "secretaris-mineraal' onbemind bij de bevolking en het stevig innemende partijkader. De behandeling van de kernramp van Tsjernobyl in april 1986 was de eerste grote teleurstelling. Het nieuws werd pas twee dagen na de ramp onder druk van het buitenland vrijgegeven. Nog op 1 mei lieten de autoriteiten de bewoners van Kiev onbekommerd in een zwaar besmette stad aan de 1-mei-parade deelnemen om aan te tonen dat de situatie onder controle was.

Meer succes boekte Gorbatsjov met zijn glasnost-politiek, al hebben de intellectuelen de vrijheid van meningsuiting millimeter voor millimeter moeten bevechten. Gorbatsjovs verhouding met hen is altijd moeizaam geweest. Zij waren de eersten die profiteerden van zijn hervormingsbeleid: het vrijgeven van verboden boeken, films en toneelstukken was een verademing na het verstarde culturele leven van de jaren zeventig. Gretig stortten populaire bladen als Ogonjok zich op de "witte plekken' in de geschiedenis. Maar de vloed van onthullingen stuitte op fel verzet van de stalinisten die zich groepeerden rondom een aantal literaire bladen die het antisemitisme niet schuwden.

Gorbatsjovs eerste echte handreiking aan de intellectuelen was de vrijlating van Andrej Sacharov uit Gorki, in december 1986. De gespannen relatie tussen beiden was typerend voor Gorbatsjovs opstelling tegenover intellectuelen: hij bewonderde ze en had ze nodig maar als ze te lastig werden liet hij ze vallen. Gorbatsjov na Sacharovs dood: “Het is een groot verlies. Je kon het met hem eens zijn of niet, maar je wist dat hij een man was van overtuiging en oprechtheid. Hij was geen politieke intrigant. Dat waardeerde ik in hem.”

In de zomer van 1987 groeide het verzet en ontpopte Jegor Ligatsjov zich als politieke tegenstander. Hij maakte van Gorbatsjovs vakantie gebruik om een felle aanval te lanceren op hen die “het socialisme proberen voor te stellen als een aaneenschakeling van fouten”. Kort daarop voer KGB-chef Tsjebrikov uit tegen de vrijheid van meningsuiting. De bom barstte toen Boris Jeltsin, de radicale partijleider van Moskou, ontslag nam uit protest tegen Ligatsjovs tegenwerking. Gorbatsjov liet Jeltsin hard vallen: het begin van een heftige vijandschap tussen beide leiders. Een van de weinige lichtpunten voor Gorbatsjov was de ondertekening, in december 1987, van het ontwapeningsakkoord voor middellange-afstandsraketten, in Washington.

Begin 1988 ontbrandde tussen Armeniërs en Azeri het conflict om de Armeense enclave Nagorno Karabach. In Soemgait vielen bij een anti-Armeense pogrom 36 doden. Moskou was verbijsterd en reageerde voortdurend te laat waardoor het conflict in de loop der jaren uitgroeide tot een halve grensoorlog, die resulteerde in de bezetting van Bakoe door Sovjet-troepen, waarbij 138 doden vielen.

Nagorno Karabach bleek maar een van de vele brandhaarden te zijn: Georgiërs trokken op tegen Abchazen en Osseten, Oezbeken tegen Mescheten-Turken, Moldaviërs tegen Gagaoezen. Het rijk begon te scheuren en al wat Moskou inviel was de binnenlandse veiligheidstroepen als politieagent laten optreden en de noodtoestand afkondigen. De oorzaken van de spanningen waren duidelijk: een jarenlange russificatie, sociaal-economische ongelijkheid en een staatsstructuur die met kolonialistische willekeur door Stalin was gecreëerd. De nieuwe vrijheid leidde tot een sterke opleving van het nationale zelfbewustzijn en hier lag de voedingsbodem voor jarenlange ellende waarop Gorbatsjov alleen als brandblusser reageerde. Dat de Sovjet-Unie als centralistische eenheidsstaat misschien haar langste tijd had gehad en dat het in 1922 afgedwongen Unie-akkoord door de geschiedenis was achterhaald, kon of wilde hij niet inzien.

Ligatsjov waagde in de lente van 1988 een nieuwe poging toen Gorbatsjov in Joegoslavië was. Het beruchte "antiperestrojka-manifest' van de staliniste Nina Andrejeva verscheen, met steun van Ligatsjov, in de Sovjetskaja Rossia. Iedereen hield de adem in. Maar Gorbatsjov sloeg krachtig terug met een hoofdartikel in de Pravda en de hele zomer hadden de democraten de wind in de zeilen. Tijdens de 19de partijconferentie klonk voor het eerst openlijke kritiek op hooggeplaatste communisten, in de Baltische republieken ontstonden de eerste volksfronten, die na de parlementsverkiezingen de macht zouden overnemen. De televisie toonde nog wat onwennig massale demonstraties met nationale vlaggen en oude volksliederen. Gorbatsjov reageerde behoedzaam maar liet over één ding geen misverstand bestaan: “Ik ben ervan overtuigd dat het realiseren van zelfbeschikking via afscheiding het opblazen van de Unie betekent, het opzetten van het ene volk tegen het andere en het veroorzaken van twisten, bloedvergieten en dood.”

In de herfst van 1988 gonsde Moskou opnieuw van de geruchten over een machtsgreep tegen Gorbatsjov. Weer toonde hij zijn kracht: vier politburoleden werden gewipt, onder wie Gromyko. De gevaarlijke KGB-chef Viktor Tsjebrikov werd weggepromoveerd en Ligatsjov overgeplaatst van de belangrijke post ideologie naar de riskante post landbouw. Een dag later trad Gromyko af als president en liet Gorbatsjov zich in zijn plaats benoemen.

Behalve het jaar van de bevrijding van Oost-Europa was 1989 het jaar van de eerste min of meer vrije verkiezingen in de Sovjet-Unie. Gorbatsjov leek vast van plan de alleenheerschappij van de partij te breken door een geleide democratie in te stellen. De leninistische leuze "Alle macht aan de Sovjets' werd nieuw leven ingeblazen. De verkiezingen voor het Volkscongres waren een verrassing en het begin van de spectaculaire come-back van Boris Jeltsin. De opkomst was groot en hoewel de communisten als enige georganiseerde partij volop konden manipuleren lieten veel kiezers hun afkeer van de partij duidelijk blijken door alle leidende communisten van de lijst te schrappen.

Het eerste Volkscongres, in juni, was hemelbestormend: een twee weken lang durende stortvloed van onthullingen over de feilen van het systeem. Het hele volk zat dag en nacht aan de televisie gekluisterd. Het hek leek van de dam. Het Poesjkinplein veranderde in een openbare debating club, politieke organisaties schoten als paddestoelen uit de grond en je kon de Gorkistraat plaveien met ongecensureerd drukwerk. Het volk was in één klap wakkergeschud uit zijn politieke apathie.

Het Volkscongres koos het eerste echte parlement, dat onder leiding van Gorbatsjovs rechterhand, de jurist Anatoli Loekjanov, een vloed van wetten en verordeningen afleverde. Niet dat het hielp: de ontwikkelingen kregen een eigen dynamiek. Na de parlementsverkiezingen in de republieken werd het Unieparlement een steeds schimmiger instituut dat wetten uitvaardigde die de republieken eenvoudig naast zich neerlegden. De republieken namen soevereiniteitsverklaringen aan en eisten het beheer over hun eigen grondstoffen op. Na de gemeenteraadsverkiezingen nam de bestuurlijke chaos nog verder toe. Beslissingen werden genomen maar niet uitgevoerd. De gemeenteraadsvergaderingen verzandden in eindeloze proceduredebatten, waarbij de onervaren politici maar één doel voor ogen leek te staan: hun kiezers bewijzen dat hun democratische gehalte hoog was. De uitvoerende macht werd lamgelegd. Gorbatsjov probeerde wanhopig het centrale gezag overeind te houden door om steeds meer volmachten te vragen.

In 1990 begon Gorbatsjov het spoor bijster te raken. De bliksemsnelle omwenteling in Oost-Europa was koren op de molen van de kwade partijconservatieven. Ze verweten Gorbatsjov het "verkwanselen' van Oost-Europa. Bovendien was de partij razend op de Litouwse communisten, die zich afscheidden van de CPSU. Dat werd terecht beschouwd als de eerste stap op weg naar de onafhankelijkheid. Gorbatsjov werd naar Litouwen gestuurd en hij bleek opnieuw weinig begrip op te kunnen brengen voor een klein volk dat zich gekoloniseerd voelt. Jullie willen de vrijheid, maar die heb ik jullie toch juist gegeven, riep hij oprecht verbaasd tegen de Litouwse intellectuelen. Men liet hem beleefd uitspreken. Maar op 11 maart 1990, precies vijf jaar na Gorbatsjovs machtsovername, riep het nieuwe Litouwse parlement de onafhankelijkheid uit. De eerste dominosteen was gevallen.

In het Volkscongres nam de kritiek op Gorbatsjov toe en hij werd na veel gesjoemel met de stemprocedure maar met een kleine zestig procent voor vijf jaar als president gekozen. Gorbatsjov reageerde woedend op de stap van Litouwen. Onderhandelingen werden geweigerd, er werd een economische blokkade ingesteld, er vonden onduidelijke troepenmanoeuvres plaats. In Litouwen begon het besef door te dringen dat de onafhankelijkheid onaangename economische gevolgen had. De Letten en Esten trokken hier lering uit. Nieuwe oorlogen volgden: tegen Jeltsin, wiens verkiezing als president van Rusland Gorbatsjov met grove middelen trachtte te verhinderen; een bankenoorlog, een grondstoffenoorlog en een budgettenoorlog.

Conservatieve Russische communisten, verontrust door Jeltsins toenemende macht, dwongen intussen de oprichting van de Russische communistische partij af. Dat kwam Gorbatsjov slecht uit, want de nieuwe partij zou getalsmatig grote invloed hebben in de CPSU. Het oprichtingscongres was één lang requisitoir tegen Gorbatsjov, een generale repetitie voor het 28ste partijcongres.

Hoewel de CPSU al in februari afstand had gedaan van haar leidende rol in de maatschappij - het befaamde artikel 6 van de grondwet - bleek ze tijdens het 28ste congres niet tot democratisering bereid te zijn. De liberale Jakovlev en Sjevardnadze werden vijandig bejegend en traden uit de partijleiding. In een indrukwekkende afscheidsspeech wierp Jakovlev de congresgangers voor de voeten dat de partij verworden was tot een "partij van de macht', wier contradictie gelegen is in de "wrede botsing tussen het inspirerende idee van de volksmacht en de demoraliserende praktijk van de volksonderdrukking'. Velen hadden gehoopt dat Gorbatsjov zou breken met de partij, maar weer durfde hij niet. Ook de partij durfde niet met hem te breken. Het deed zijn toch al zeer gedaalde populariteit in eigen land geen goed: de bevolking wendde zich walgend van het treurige schouwspel af. Wel lukte het Gorbatsjov het politburo uit te schakelen en zich te ontdoen van zijn aartsrivaal Ligatsjov. Boris Jeltsin stapte uit de partij en met hem vertrok een grote groep democraten, die begrepen niets meer in de partij te zoeken te hebben. De partij leek zichzelf op een zijspoor te hebben gemanoeuvreerd.

Gorbatsjov wierp zich nu op de in doodsnood verkerende economie. In augustus gloorde er hoop: Jeltsin en Gorbatsjov sloten een gewapende vrede. Ze vonden elkaar op een radicaal economisch hervormingsplan, het 500-dagen-plan, opgesteld onder leiding van de econoom Stanislav Sjatalin. Welke economische onvolkomenheden het plan ook had, het had één sterk punt: het ging uit van de realiteit dat in bijna alle republieken soevereiniteitsverklaringen waren aangenomen, waarin ze hun onafhankelijkheid ten opzichte van Moskou opeisten. Het plan koos dan ook voor een verregaande decentralisatie van de economie. Voor het eerst zouden de republieken als gelijke partners worden behandeld. Dat zou Moskous macht aanzienlijk inperken.

En weer durfde Gorbatsjov niet. Terwijl in Moskou druk werd geconfereerd over het nieuwe Unie-akkoord en de republieken bilaterale verdragen afsloten verwierp hij het plan op het laatste moment. Sjatalin wendde zich teleurgesteld van hem af en Jeltsin voelde zich verraden. Gorbatsjov brak zijn flirt met de democraten weer af en wendde zich steeds meer tot de gekrenkte militairen en conservatieve communisten, die hem haten. Het fiasco van het communisme in het Oostblok leek over te slaan naar het moederland. Voor het leger doken tal van pijnlijke problemen op in verband met het uiteenvallen van het Warschaupact en de eerloze terugtrekking van de troepen, die vervolgens ook in eigen land steeds vaker voor bezettingstroepen werden uitgemaakt. Gebruikmakend van de besluiteloosheid van de democraten - er waren nog steeds geen serieuze alternatieven voor de CPSU - sloten de communisten nog eenmaal de rijen. De bevolking werd intussen steeds razender over de dalende levensstandaard. De rijen werden langer, de winkels leger en de wanhoop dieper. In de herfst koos Gorbatsjov de kant van recht en orde, uit angst voor het uiteenvallen van de Unie, het kwijtraken van zijn macht en een toename van de anarchie.

Na het kunstmatig opvoeren van de spanning deden de communisten in januari een poging tot staatsgreep in Litouwen en Letland. Gorbatsjov, die steun had gesuggereerd, deinsde opnieuw terug. Daarmee vervreemdde hij zich definitief van de conservatieven, die hem zwakheid en besluiteloosheid verweten. De democraten wendden zich van hem af uit woede over zijn poging de jonge democratie de nek om te draaien. En het volk ging in staking uit protest tegen de prijsverhogingen en de economische malaise. Gorbatsjov stond alleen. Hij heeft het honderden malen herhaald: er is geen weg terug. Maar de weg vooruit zag hij ook niet meer.

Gorbatsjov had zichzelf een bovenmenselijke taak gesteld. Hij wilde het vastgeroeste systeem losweken, initiatief stimuleren, ideologische oogkleppen vervangen door pragmatisme. Tegelijkertijd wilde hij zelf de baas blijven. Hij heeft een loodzware strijd gestreden tegen het wangedrocht dat zijn eigen partij heeft voortgebracht en dat hem nu lijkt te hebben geveld. Hij begon vol vertrouwen in zijn eigen kracht en in de mogelijkheid om het socialisme te hervormen. Met het verstrijken der jaren daalde zijn populariteit en verloor hij steeds meer van de glans die hem de eerste tijd tot zo'n opmerkelijk leider maakte. In het binnenland boekte hij geen concrete resultaten en met elke stap zakte hij dieper weg in het moeras. De laatste stap heeft hij niet durven zetten: de erkenning dat de communistische partij te belast, te misdadig en te vastgeroest is om de hervormingen door te kunnen voeren. Gorbatsjov wilde de geschiedenis ingaan als de Redder des Vaderlands. Hij kwam, zag, vocht en verloor.

Het is een Shakespeariaanse tragedie van Russisch formaat.

Foto: Secretaris-generaal Michail Gorbatsjov in zijn werkkamer in het Kremlin, november 1986. (Foto NRC Handelsblad- Vincent Mentzel)