PSV-ers falen op alle fronten ondanks winst

EINDHOVEN, 19 AUG. PSV heeft gisteren voor de tweede keer in vijf dagen gemerkt dat een topploeg zonder samenhang en winstdrift het aflegt tegen een hechte, gretige middenmoter. Woensdag ging de landskampioen in de strijd om de Super Cup al met 0-1 futloos ten onder tegen bekerwinnaar Feyenoord. Dat de Eindhovenaren gisteren hun eerste wedstrijd van de competitie thuis tegen FC Utrecht nipt met 2-1 wonnen, zo erkenden PSV-coach Bobby Robson en elftalbegeleider Frank Arnesen, was alleen maar te danken aan geluk.

Welgeteld vier minuten zagen de ruim 25.000 toeschouwers een zweem van het spel dat PSV het lopende seizoen voor ogen staat. Robson, vorig jaar jaar soms afgeschilderd als een taktische Neanderthaler, wil in zijn tweede seizoen bij PSV nadrukkelijker zijn stempel drukken op het eerste elftal. Dat betekent dat hij zijn team ook probeert te verleiden tot een meer eigen, uitgebalanceerde speelwijze die minder afhankelijk van Romario is. Als fundament gebruikt hij het 3-4-3 systeem, waarop hij een aantal offensieve en defensieve varianten heeft bedacht.

De beginfase van de wedstrijd tegen FC Utrecht toonde die 'Robson-shuffle' in rudimentaire werking. Het trio Heintze, Van Aerle en Valckx speelde één op één in de verdediging, waarbij bijter Van Aerle aan de altijd lastige Smolarek gekoppeld was. Voor hen troonde Giga Popescu, de Roemeen met de grote atletische passen aan wie Robson de rol van stuwende kracht heeft toegedacht. Naast hem op het middenveld stonden Erwin Koeman, Eric Gerets en Gerald Vanenburg, die regelmatig doorschoof naar de rechtsbuitenplaats. De voorhoede werd gevormd door Ellerman, Kieft en Romario, waarbij Ellerman en Kieft voortdurend van positie wisselden.

Maar nadat FC Utrecht al in de vierde minuut een vroege tegengoal noteerde, stortte het prille bouwwerk spontaan in elkaar. Alsof er onvoldoende vertrouwen bestond in de deugdelijkheid van de constructie. Alsof er geen geloof in eigen kunnen was. Van Breukelen begon al direct met ballen heel ver uit te trappen in plaats van rustig op te bouwen. Popescu kon het toch niet laten zijn geteisterde defensie te ondersteunen. Eric Gerets wist zich op rechts geen raad zonder directe tegenstander en doolde langs de zijlijn. Erwin Koeman voetbalde de hele wedstrijd tegen zichzelf. Vanenburg leed opvallend veel balverlies, terwijl ook zijn passes en voorzetten meestal terecht kwamen bij een tegenstander. En Romario die weinig bespeelbare ballen kreeg, maakte de indruk alsof hij met zijn gedachten nog in Rio de Janeiro was.

De hulpeloosheid en desorganisatie bij de Eindhovenaren waren voor een belangrijk deel de verdienste van FC Utrecht. Domstad-trainer Ab Fafié verraste PSV door in de defensie een op een te laten spelen, daarbij volledig vertrouwend op de kracht van zijn achterste linie. Marcel Liesdek kon daardoor naar voren schuiven, waar hij steeds de aanzet gaf voor snelle counters. In theorie zou deze open speelwijze de Eindhovenaren juist in de kaart moeten spelen. Maar in werkelijkheid moest PSV het gistermiddag op alle fronten afleggen tegen FC Utrecht: in de duels, in snelheid, in scherpte. De Utrechtse spitsen Bijl en Smolarek zetten Valckx en Van Aerle regelmatig op het verkeerde been, terwijl het Utrechtse verdedigingsduo Roest-De Kock Romario en Kieft volledig onder controle had.

Pas nadat Robson dertig minuten voor tijd Romario en Gerets had gewisseld voor Jerry de Jong en Peter Hoekstra kwam er een eind aan de Utrechtse overheersing. De Jong posteerde zich in het hart van de defensie, waardoor Van Aerle de zwakke rechterflank offensief kon versterken. Hoekstra zorgde eindelijk voor gevaar ter linkerzijde, terwijl Popescu zich volledig op de aanval concentreerde. Zo schiep PSV zich toch nog de druk waaronder FC Utrecht uiteindelijk bezweek.

Een gelukkige goal van Wim Kieft zeven minuten voor tijd hielp PSV aan een fortuinlijke overwinning. Het schot van Kieft, aangegeven door Erwin Koeman, belandde via een Utrechts been in de rechter benedenhoek: 2-1. Daarvoor had FC Utrecht het leeuwedeel van het duel gedomineerd. Al na vier minuten kwamen de Utrechtenaren op voorsprong dankzij chaos in de PSV-defensie. Stan Valckx speelde verkeerd terug op Van Breukelen, die geen andere mogelijkheid meer zag dan Smolarek te torpederen. De Utrechtse uitblinker Robert Roest schoot de strafschop feilloos in: 0-1.

Pas zeventien minuten voor tijd kwam PSV langzij. Utrecht-doelman Van Ede kon een harde trap van Popescu niet vasthouden, waarna de altijd ijverige Ellerman de bal maar voor het intikken had: 1-1. Scheidsrechter Blankenstein gaf gele kaarten aan Kieft van PSV en aan de Utrecht-spelers Van de Net, Bijl en Van Ede.

Robson zei na afloop dat zijn ploeg sloom en slap had gespeeld, met name in de eerste helft. “Het duurde 45 minuten voordat we wakker waren.” Hij vond dat veel van zijn spelers ver onder hun kunnen hadden gepresteerd. Wel voerde hij als excuus aan, dat veel PSV-ers met blessures hebben geworsteld en weinig wedstrijdritme hebben. Dat gold voor Van Aerle, Vanenburg, Gerets en Popescu, terwijl Kieft nog steeds conditie mist.

Robson zei dat hij met het opstellen van Romario gegokt had en verloren. Romario bleek de enkelblessure die hij woensdag tegen Feyenoord had opgedaan wel wondersnel te boven gekomen, zoals een laatste test vlak voor de wedstrijd had uitgewezen. Maar hij had de laatste dagen nauwelijks kunnen trainen. Het ontbrak hem aan alertheid en kracht.

Volgens elftalbegeleider Frank Arnesen heeft de wedstrijd van gisteren PSV weer eens met de neus op de feiten gedrukt. “Het gaat niet om de systemen, het gaat om de instelling. Je moet eerst strijd leveren voordat je de klasse kunt tonen.” Aanvoerder Gerald Vanenburg klaagde dat “opdrachten niet goed waren uitgevoerd” en dat “de ballen niet snel over de vleugels waren gekomen”. Berry van Aerle voegde daar nog aan toe dat PSV te angstig had gespeeld, “bang voor balverlies en zonder zelfvertrouwen”.

Bobby Robson heeft deze week in Italië bij het Hellas Verona-toernooi twee wedstrijden de gelegenheid om zijn nieuwe aanpak nog eens door te nemen.