Onderzoek in klei naar gewicht en spanning van de architectuur

Tentoonstelling: Keramiek geïnspireerd door architectuur, t-m 8 sept. Gemeentemuseum Arnhem, Utrechtseweg 87, di t-m za 10-17, zo 11-17. Galerie Amphora, Van Oudenallenstraat 3, Oosterbeek, di t-m zo 14-17. Catalogus ƒ 20.

Volgens de documentatie bij de tentoonstelling ”Keramiek geïnspireerd door architectuur' is nog niet eerder (in Arnhem, in Nederland, in de wereld?) een dergelijke thema-expositie gehouden. Dat zou des te opmerkelijker zijn omdat er tussen vaatwerk en architectuur duidelijke aanknopingspunten bestaan. Beide hebben een beschermende en omsluitende functie en beide bedienen zich van hetzelfde materiaal: klei.

Die laatste bewering gaat natuurlijk maar ten dele op. Bij bouwkunst die tot stand gekomen is met natuursteen, hout, glas of beton komt klei niet of nauwelijks aan de orde. De meeste van de 28 exposanten - negentien in Arnhem en negen in Oosterbeek - hebben hun inspiratie niet uitsluitend in baksteenarchitectuur gevonden, en zeker niet dicht bij huis. De staande terracotta elementen van Pauline Wiertz vonden hun voorbeeld in de houten constructies van Japanse tempels.

De grote blauwe fontein die van Gera van der Leun in de tuin van de Oosterbeekse galerie Amphora plaatste, kreeg de koepelvorm van een iglo. Naast die fontein staan drie milieuvriendelijke zonnepanelen. Als de zon schijnt, gaat het water stromen over en tussen de losse, gestapelde elementen van dit keramiek bouwsel.

Gelukkig heeft al dat gereis van de exposanten niet geresulteerd in een in klei geboetseerd mondiaal Madurodam, waar Casa Batlló van Gaudi staat ingeklemd tussen de Leeuwenpoort van Mycene en een Egyptische piramide. Het merendeel van de keramisten is veel verder gegaan dan een oppervlakkige observatie van de architecturale highlights. In de beide lokaties staan kunstwerken die uitsluitend de atmosfeer, de geslotenheid, de stilte of het verval van bouwwerken en hun omgeving weergeven. Andere kunstenaars hebben de opbouw, de stapelingen en de geledingen van poorten, torens en zuilen geanalyseerd. De keramist Jan de Rooden is geïntrigeerd door de opvang en verdeling van krachten en de problemen van gewicht en spanning in de architectuur. Zijn ”gedragen pot' maakt, ondanks de geringe afmetingen, de indruk slechts met behulp van een zware tractor van zijn plaats te kunnen komen.

Bij de keramiste Johnny Rolf is de relatie architectuur en keramiek veelzijdiger. Haar werk is ook beïnvloed door exotische architectuur, maar lijkt tegelijkertijd, zonder veel aanpassingen, geschikt als bouwkeramiek, als versierende toevoeging bij de echte ”grote' architectuur. In Oosterbeek exposeert Rolf een huisvorm met een suggestie van metselwerk voor de wanden en van leisteen voor de dakbedekking. Een diertje met de spitse snuit en de gestreepte vacht van een wild zwijn zet zich schrap op de bovenkant van het ”huis'. Het sprookjesachtige geheel zou kunnen dienen als ”akroterion', de decoratieve bekroning voor de nokbalk van een antieke tempel. In een andere vorm is een spuwer te herkennen, het bouwonderdeel dat bij kathedralen het regenwater van de daken afvoert. Het object heeft de bij dergelijke waterspuwers gebruikelijke fantasievorm: een vrouwengezicht - met haar scherpe neus eerder interessant dan mooi - draagt een soort zonneklep, voorzien van weer zo'n fascinerend Rolf-beest, een vos. Vrouw en pet hebben allure. Ik voel me, met alleen maar haar op mijn hoofd, bepaald ”underdressed'.

De wat kleinere kunstwerken staan in Oosterbeek geëxposeerd. Daar komen de keramisten goed tot hun recht. Dat kan niet gezegd worden van de kunstenaars in het museum in Arnhem. De inzendingen hebben daar niet de ruimte gekregen die de vaak volumineuze bouwsels nodig hebben. Dat wreekt zich vooral in de propvolle Rijnzaal, met het schitterende uitzicht op de rivier in de diepte, een van de fraaiste expositieruimten in Nederland. De meer dan manshoge obelisken van Huub Gommans moeten daar vooral blijven staan als verticaal tegenwicht van het uitgestrekte landschap. Maar de rest van de inzendingen in deze zaal staat, afgezien van de kwaliteit ervan, voornamelijk in de weg. Ook het begrip ”uitzicht' behoort tot de architectuur. Juist bij zo'n architectonisch ”angehauchte' expositie had het Arnhemse museum de Rijn niet mogen verdonkeremanen.