Nieuwe leiding koos moment met zorg

Aleksandr Jakovlev heeft snel gelijk gekregen. Vrijdag herhaalde de peetvader van de perestrojka in een brief aan de partijleiding, waarin hij zijn partijlidmaatschap opgaf, de waarschuwing die zijn geestverwant Edoeard Sjevardnadze al in december had uitgesproken: de haviken in de top bereiden een “staats- en partijcoup” voor tegen Gorbatsjovs hervormingsbeleid.

Zaterdag deed hij het in een gesprek met het blad Moskovski Komsomolets nog eens over: “De partij van de wraak, bestaande uit de reactionaire vleugel van de communistische partij, het apparaat van het militair-industriële complex, de generaals en de commandanten van de organen voor handhaving van de orde”, aldus Jakovlev, staat op het punt de macht te grijpen. Minder dan 48 uur later was het zover.

Het scenario was klassiek. Net als in 1964, toen Nikita Chroesjtsjov tijdens zijn vakantie buiten Moskou werd afgezet door het conservatieve trio Brezjnev, Kosygin en Podgorny, grepen de haviken de macht in afwezigheid van de leider. Een déjà vu. Dat geldt ook voor de rechtvaardiging: het land staat aan de rand van de chaos, de orde moet worden hersteld, het beleid wordt niet veranderd, en de leider is ziek.

Ziek? Chroesjtsjov was het niet, in 1964, en als we Gorbatsjovs woordvoerder Ignatenko mogen geloven is Gorbatsjov het ook niet: de dag na zijn vertrek uit Moskou onderging hij een gebruikelijk medisch onderzoek dat - volgens Ignatenko - niets verontrustends had opgeleverd.

“De perestrojka is in een impasse geraakt”, zo heeft de nieuwe Sovjet-leiding gesteld. Ongelijk hebben de nieuwe machthebbers daarbij zeker niet: de etnische conflicten en de economische en politieke desintegratie zijn geheel uit de hand gelopen. Bovendien, vanuit het oogpunt van de conservatieven, de voorstanders van de Sovjet-federatie-oude-stijl, was Gorbatsjov niet alleen niet meer in staat de chaos te beheersen, hij werkte zelf actief mee aan het desintegratieproces. Morgen immers zou de president met de collega's van drie Sovjet-republieken de eerste zijn geweest die zijn handtekening zou plaatsen onder het Unieverdrag, de basis voor een federatie-nieuwe-stijl, waarin het centrum, het heilige Moskou, weinig zeggenschap zou overhouden.

Pag.5:

Motief staatsgreep duidelijk

Dat gegeven, gekoppeld aan Gorbatsjovs afwezigheid, heeft waarschijnlijk het tijdstip van het ingrijpen bepaald. Ook het motief van de staatsgreep lijkt duidelijk: de nieuwe leiding, bestaande uit ideologische conservatieven en de voormannen van recht en orde - de militaire leiders en de chef van de KGB -, willen de chaos een halt toeroepen. Tegelijkertijd wordt “het beleid voortgezet”. Hoe die twee tegengestelde doelen kunnen worden verenigd wordt niet toegelicht en kan ook moeilijk worden toegelicht: ze staan haaks op elkaar. De-ideologisering, democratisering en politieke en economische decentralisatie vormen samen de kern van Gorbatsjovs (en Jakovlevs) perestrojka; het zijn die kerndenkbeelden die tot de chaos hebben geleid: toen de remmen, die zeventig jaar lang de Sovjet-Unie ideologisch, sociaal, economisch en politiek bijeen hebben gehouden, door Gorbatsjov werden weggenomen deed de chaos zijn intrede. Om die chaos te bezweren moeten die denkbeelden de kop worden ingedrukt en moeten recht en orde, de oude communistische gehoorzaamheid en respect voor de macht van het centrum in ere worden hersteld.

De vraag is of dat kan, met name in de periferie. Alle vijftien Sovjet-republieken hebben dit en vorig jaar afstand genomen tot het centrum. Zes republieken hebben geweigerd deel te nemen aan de onderhandelingen over het nieuwe Unieverdrag omdat het hun niet ver genoeg ging. Negen republieken hebben ingestemd met het Unieverdrag. Als de nieuwe leiding dat Unieverdrag naar de prullenbak verwijst of bevriest - en gezien de felle aanvallen van de conservatieven, onder wie premier Pavlov, lid van de nieuwe leiding, lijkt dat voorspelbaar - jaagt het “staatscomité voor de noodtoestand” àlle republieken de gordijnen in. Dat kan eventueel net zoveel gevaar opleveren voor een burgeroorlog als de nieuwe leiders aanvoeren voor hun ingreep.

Bovendien: de Sovjet-strijdkrachten van vandaag zijn de Sovjet-strijdkrachten van gisteren niet meer. De malaise heeft die strijdkrachten behoorlijk aangetast: het trauma van de verloren oorlog in Afghanistan, de weinig glorieuze terugkeer uit Oost-Europa, de bezuinigingen, de wapens die zijn vernietigd, de fabrieken die op de produktie van niet-militair materieel zijn overgegaan, de hele materiële en morele erosie die de Sovjet-Unie de afgelopen twee jaar heeft geplaagd heeft ook het leger parten gespeeld in al die gebieden waar het optrad, zoals de Kaukasus en Centraal-Azië. De enigen die daar weinig last van lijken te hebben gehad zijn de speciale troepen van minister van binnenlandse zaken Boris Pugo (lid van de nieuwe junta), de zogenoemde OMON. Maar zelfs voor de OMON gaat dit niet onverdeeld op: in Nagorno Karabach zijn de slecht bewapende Armeense guerrillastrijders erin geslaagd dertig OMON-soldaten gevangen te nemen.

Zelfs als het rustig blijft in de Sovjet-Unie kan de staatsgreep de problemen niet oplossen. Het ontbreken van law and order is maar één probleem van de Sovjet-Unie en het is zeker niet het belangrijkste: het is een afgeleid probleem, een gevolg van de diepe morele, politieke en economische malaise. En die lijkt niet door een staatsgreep en militair geweld te kunnen worden opgelost. Integendeel waarschijnlijk: de malaise zal vermoedelijk alleen maar dieper worden.