KRJOETSJKOV; Chef van de KGB

Vladimir Krjoetsjkov (77), een van de belangrijkste leden van het Staatscomité voor de Noodtoestand, werd op 1 oktober 1988 chef van de KGB, de geheime dienst van de Sovjet-Unie en heeft zich in woord en gebaar steeds een tegenstander getoond van te vergaande hervormingen in de Sovjet-Unie.

Gorbatsjovs streven een overgang naar de markteconomie in de Sovjet-Unie te bewerkstelligen met buitenlandse financiële hulp, werd door Krjoetsjkov als een illusie afgedaan.

“Het verhaal dat we kredieten zullen krijgen ter grootte van 250 of 150 miljard dollar is een sprookje”, zei hij afgelopen juni, “het is bedrog of zelfbedrog.” Krjoetsjkov zei dit tijdens een besloten vergadering van een parlementscommissie van de Sovjet-Unie, waarbij ook minister van defensie, maarschalk Dmitri Jazov, en diens collega van binnenlandse zaken, Boris Pugo, aanwezig waren.

Vladimir Krjoetsjkov werd geboren in het Russische Volgograd, in 1924. Hij studeerde rechten en werd op zijn twintigste, aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, lid van de communistische partij. Daarvoor was hij als jongeling actief geweest in de communistische jeugdbeweging. In 1954 beëindigde hij met succes de diplomatieke school, waarna hij een aantal jaren in de diplomatieke dienst zat. Vanaf 1959 werkte Krjoetsjkov in het apparaat van het Centraal Comité, achtereenvolgens als lagere adviseur, sectorhoofd en assistent van de partijsecretaris. Tegelijkertijd (vanaf 1967) maakte hij carrière in de KGB, waarvan hij in 1978 vice-voorzitter en tien jaar later voorzitter werd.