Jiddische liederen met knipoog van Ada Nung

Concert: Jiddische, Ladino en Spaanse liederen door het Ensemble Nung del Fuego o.l.v. Ada Nung (vocaal en gitaar). Gehoord: 17-8 Felix Meritis, Amsterdam. Verder te horen: 7-9 Westerpark, Amsterdam, 22-9 Emmen Festival, 13-10 Velp, 16-10 Polanen Theater, Amsterdam.

“Zeg oi,oi,oi, en u heeft al de helft van de taal te pakken”, aldus Ada Nung zaterdagavond in een spoedcursus Jiddisch. De opmerking was kenmerkend voor de manier waarop deze vocaliste met haar liedjes omgaat: heel betrokken maar met een knipoog.

Het relativerende zit niet alleen in de presentatie, maar ook in het repertoire zelf. Het Ensemble Nung del Fuego wisselt vrolijke dansliedjes en treurige ballades af, zoals volgens Rozjinkes mit Mandeln ook in het leven het zoete en het bittere vlak bij elkaar liggen. Deze mooie tekst van de Oekraïense dichter Abraham Goldfaden zong Nung alleen met haar gitaar, slechts bijgestaan door dondergod Donar die via een open raam van Felix Meritis een prachtig getimede slag invoegde. Ook in het hierop volgende Di sjainst wi di Zin, een weemoedig duet met violiste Mirjam de Gorter, kon Nung zonder microfoon gemakkelijk de hele zaal bereiken. Haar stemgebruik is prettig naturel, zonder poeha en valse trucs.

De microfoon bleek wel nodig in het meer extraverte repertoire waarin ook de andere musici zich lieten horen. Greetje de Oude speelde een werkelijk voortreffelijke partij knopaccordeon, maar had voor de pauze de neiging de anderen te overstemmen, met name in het instrumentale intermezzo Bulgarian Suite.

Dezelfde Greetje zorgde direct na de pauze voor een grote verrassing in de vorm van een beheerst en exact uitgevoerde Spaanse dans, compleet met castagnetten en schoenhakaccenten. Deze door Jacques Schalekamp geschreven Rumba del Corazón partido was niet zomaar een aardigheidje, maar paste bij Ada Nungs stukken in het Ladino, de van het Oud Spaans afgeleide omgangstaal van de Sefardische joden uit het Middellandse Zee-gebied.

Ook dit repertoire was zeer de aandacht waard, van het lied Los Bilbilicos over verloren liefde en het accentrijke Canción del Jinette tot het dreigende, van noodlot zwangere La Gran Perdida de Alhambra op tekst van Garcia Lorca. Vooral de schitterende accordeon-passage in dit stuk had best wat langer mogen zijn. Dat geldt ook voor de bijdragen van multi-instrumentalist Jacques Schalekamp die vooral op zijn snaarinstrumenten en fluiten mooi werk deed. Dat Nung del Fuego zijn stukken compact houdt is verstandig, maar wat goed klinkt mag best even duren, zeker voor een dankbaar publiek.