GENNADI JANAJEV; Gorbatsjovs koekoeksjong

“Ik wil iemand aan mijn zijde die ik kan vertrouwen”, zei een verbeten Sovjet-leider Michail Gorbatsjov, 27 december 1990, nadat het Congres van Volksafgevaardigden in de eerste stemronde voor het vice-presidentschap Gennadi Janajev had afgewezen. In tweede instantie werd de apparatsjik dankzij de inzet van Gorbatsjov alsnog gekozen. Nu, minder dan acht maanden later, heeft de 54-jarige Janajev zijn zes jaar oudere beschermheer als een koekoeksjong het nest uitgewerkt.

Tijdens de roerige zitting van het congres, eind december, zeiden veel afgevaardigden ernstige bedenkingen te hebben tegen de man uit de centrale partijbureaucratie. Een coalitie van radicalen en afgevaardigden van de republieken wist bij de eerste stemming zijn verkiezing tegen te houden, Janajev kwam 32 stemmen te kort. Hij wilde zich na de nederlaag terugtrekken, maar Gorbatsjov wierp zijn volle gewicht in de strijd en stelde andermaal Janajevs kandidatuur.

“Ik ben een man van de nieuwe stijl, ik steun de ideeën van de perestrojka”, verdedigde Janajev zich na de nieuwe nominatie. “Ik heb de perestrojka gediend, ik doe dat nog steeds en ik zal dat blijven doen.” Hij beloofde als vice-president politiek te bedrijven “met legale democratische methoden door onder de burgers respect voor de wet te wekken tegen de politieke bacchanalen en tegen het nihilisme”.

Maar Janajev zei ook: “Ik ben een man van actie en wil werken in het belang van mijn lang lijdende volk.” En: “Ik ben een overtuigd communist in het diepst van mijn ziel. Daar kunt u mij niet van afbrengen.” Bij de tweede stemming kozen 1.237 afgevaardigden voor Janajev, die daarmee alsnog vice-president van de Sovjet-Unie werd. “De stemmen tegen mij waren ook stemmen tegen de president”, zei Janajev naderhand, “maar hoe moeilijker de overwinning, des te bevredigender het resultaat.”

Gennadi Janajev werd in 1937 in het Russische Gorki geboren, de tot voor kort voor buitenlanders gesloten stad (inmiddels herdoopt) die haar bekendheid vooral dankt aan de ballingschap van Andrej Sacharov. Hij studeerde landbouwwetenschappen, rechten en geschiedenis. Zijn doctorsthese droeg de naam "Problemen van het trotskisme en van de anarchie', een gevoelig onderwerp, en werd geschreven aan het Moskouse Instituut van de Arbeidersbeweging.

Begin jaren zeventig werd Janajev functionaris van de Komsomol, de jeugdbeweging van de Sovjet-Unie, waar hij werd belast met de Sovjet-vriendschapsvereniging, een instelling die contacten moest opbouwen met buitenlandse organisaties. In het buurland Finland, dat Janajev vaak bezocht, kreeg hij de bijnaam "neushoorn' om zijn zelfbewuste optreden. In die tijd zou Janajev de haviken in de Finse communistische partij achter de schermen hebben gesteund in hun gevecht met de Eurocommunistische vleugel.

In 1986 werd Janajev de leiding van de centrale vakbeweging, die toen nog helemaal op de orthodoxe lijn van de partij zat, binnengehaald. Na de mijnwerkersstakingen van 1989 kwam de leiding van de vakbond tot het inzicht dat er een eigen taak, losser van staat en partij, was weggelegd. Janajev werd in april 1990 de nieuwe voorzitter, die een onafhankelijker vakbeweging zou moeten leiden, maar van de teleurgestelde arbeiders, met name de mijnwerkers, die in Janajev een kleurloze bureaucraat zagen, kreeg hij weinig sympathie.

Onder Janajev wierp de vakbond zich op als verdediger van de sociale belangen van de arbeidersklasse en werd een wetsontwerp opgesteld voor sociale bescherming van het toekomstige leger der werklozen. Janajev sprak zich uit voor snelle economische hervormingen en voor invoering van een markteconomie, maar tegen massale werkloosheid.

Janajev bekleedde zijn voorzittersrol maar vier maanden. In juli 1990 werd hij gepromoveerd tot politburolid en secretaris van het Centraal Comité, belast met buitenlandse betrekkingen. Janajev, een hoekige, vitale man die verzot is op ijshockey, pareerde in het parlement kritiek dikwijls met Russische humor.

Hij werd voorzitter van de grootste officieel geregistreerde parlementsfractie, die der communisten (730 leden), en sloot een coalitie met de conservatieve Sojoez-fractie (561 gedeputeerden), die voornamelijk bestaat uit militairen en leden van Russischtalige minderheden in de verschillende Sovjet-republieken.

In het openbaar had Janajev tot nu toe nauwelijks van zich doen spreken. Tijdens het debat naar aanleiding van het vertrek van minister van buitenlandse zaken Edoeard Sjevardnadze, eind vorig jaar, verdedigde hij de minister tegen “incompetente kritiek”. Sjevardnadze stapte juist op als minister - naderhand verliet hij ook de partij - als protest tegen een groeiende invloed van de conservatieve communisten die hij meende te constateren. Sjevardnadze vreesde al langere tijd dat een coup ophanden was.