FREDERIC MARÉS 1893 - 1991; Weerloos voor alles

Hij woonde achter roodbonte gordijntjes in het oude paleis van de hertogen van Barcelona, naast de kathedraal, boven het naar hem genoemde museum. Veel bezoekers zullen hebben gedacht dat hij al lang dood was. Toch is Frederic Marés i Deulovol pas afgelopen vrijdag op 97-jarige leeftijd overleden en zaterdag in aanwezigheid van bijna alle notabelen van Catalonië begraven.

Marés was beeldhouwer. Barcelona staat vol met door hem gemaakte beelden van kunstenaars en staatslieden in zijn begrijpelijke, neo-klassieke stijl. In de jaren veertig reconstrueerde hij de graven van de Catalaanse koningen in het klooster van Poblet, dat ruim een eeuw eerder was verwoest. Daarnaast gaf hij les aan de kunstacademie La Llotja in Barcelona, waarvan hij tussen 1946 en 1964 directeur was, en schreef hij een aantal boeken over de kunst en het kunstonderwijs in Catalonië. Maar hij zal de geschiedenis ingaan als verzamelaar.

Frederic Mares werd op 18 september 1893 in Portbou (provincie Gerona) geboren als zoon van een rijke zakenman met artistieke interesses. Hij volgde de kunstacademie en reisde al voor de Eerste Wereldoorlog naar Parijs, Rome, Florence en Brussel waar hij studeerde en voorwerpen kocht die zijn belangstelling wekten. Tijdens zijn tochten door Spanje verzamelde hij vooral religieuze kunst, Christus-figuren en madonna's die door gebrekkig onderhoud in vochtige kerkjes met de ondergang bedreigd werden. In 1946 stelde de gemeente Barcelona hem het middeleeuwse paleis beschikbaar om zijn verzameling aan het publiek te tonen, twee jaar later ging het als museum open.

In de kelder, op de begane grond en de eerste verdieping van het gebouw zijn pre-romaanse, romeinse en middeleeuwse beelden te zien. Vooral de honderden variaties op de kruisiging en op het thema moeder-met-kind geven aan die ruimtes een bijna hallucinerend effect. Dat effect komt terug op de verdieping daarboven, waar Mares' Museo Sentimental is ondergebracht. Sleutels, scharen, pijpen, waaiers, bonbondozen, menukaarten, kunstbloemen, wijwatervaatjes, kerststalfiguren, notekrakers, wandelstokken, brillen - steeds in honderdtallen - vullen hier de vitrines. Een koffertje vol etiketten van dure hotels in alle wereldddelen getuigt van de verre reizen en de moeite die de verzamelaar zich getroostte om al dat moois bijeen te brengen. De enige overeenkomst met de religieuze kunst beneden is, dat ook de makers van deze gebruiksvoorwerpen anoniem zijn.

“Marés was weerloos voor alles," schreef K. Schippers in een bundel artikelen over Barcelona die twee jaar gelden verscheen en eveneens Museo Sentimental is genoemd. “Hij kon niet zogenaamd smaakvol een keuze maken. Elk voorwerp, elk attribuut, elk kledingstuk dat hij zag had wel een eigenschap die hij niet kon weerstaan.”

Het is een dada-achtige theorie die de Nederlandse schrijver moet hebben aangesproken, maar die niet helemaal strookt met de duidelijke en consequente voorliefde voor de gothiek die het eigen werk van Marés kenmerkte, met zijn Catalaans nationalisme en met het directeurschap van een kunstacademie in de jaren van de Franco-dictatuur. Marés had het grootste deel van zijn bestaan, inclusief zijn kunstenaarschap, juist uitstekend onder controle en permitteerde zich slechts in een deel van zijn verzameling een weerloosheid die door zijn omgeving doorgaans als onschuldige excentriciteit, als een grapje, werd uitgelegd.

Zo groot was de energie die hij als verzamelaar aan de dag legde dat één museum niet voldoende was om al zijn verworvenheden onder te brengen. Voor het kantwerk werd een apart museum gesticht in Arenys de Mar, in Montblac kwamen zijn religieuze schilderijen te hangen, in Figueras is wereldlijke kunst uit de middeleeuwen en renaissance te zien, terwijl zijn wapenverzameling deel uit maakt van het Museo Militar op de Montjuich in Barcelona. Duizenden inwoners van die stad kwamen zaterdag afscheid nemen van de verzamelaar en tekenden het condoleanceregister in het gebouw van het provinciaal bestuur van Catalonië. De president van de Generalitat en de burgemeester begeleidden hem daarna naar zijn laatste rustplaats op het kerkhof Les Corts.