EEN BONDSCOACH MET WEINIG MACHT

De beroepswielrenners die zijn geselecteerd voor het wereldkampioenschap op de weg (zondag in Stuttgart), worden dit jaar begeleid door een "onafhankelijke bondscoach', ex-wereldkampioen Gerrie Knetemann. Hij mag als coördinator optreden, meer macht is hem niet gegund.

Sommigen dichtten hem een gevoel voor humor toe, anderen meenden dat hij de Nederlandse taal verrijkte. Hij wist bij menig toehoorder een schaterlach te ontlokken en kon een gevoelige snaar raken. Wanneer hij serieus werd benaderd, gedroeg hij zich als een filosoof. Een erudiet wielrenner. Soms was het misschien wel een pose. Goed voor zijn imago, goed voor zijn sponsor en toch ook voor de wielersport. Aan het begin van dit gesprek zegt Knetemann dat hij “hier eigenlijk helemaal niet van houdt”. Nee, vroeger ook niet. “Toen was het alleen om de publiciteit en omdat er vraag naar was.” Knetemann de vertrosser van de wielersport. Verzuchtend: Is er dan niemand die zich zijn prestaties op de fiets herinnert?

Tegenwoordig gaat hij (40) doorgaans gekleed in kostuum. Een diplomatenkoffertje binnen handbereik. Hij heeft een functie als "productmanager' bij ASC, een "business-unit' van Alrecon, marktleider in Nederland voor buitenreclame. ASC verkoopt sport als een advertentiemedium. Oud-voetbaltrainer Barry Hughes houdt zich bezig met voetbal, oud-marathontrainer Wim Verhoorn met wegatletiek, Knetemann met wielrennen. Publiciteit en Knetemann, de symbiose blijft bestaan.

Als bestuurslid van profsectie van de wielrenunie is Knetemann onder meer belast met de doorstroming. Los daarvan mag hij sinds april de taak van bondscoach van de Nederlandse profploeg voor het wereldkampioenschap vervullen. “Noem het onbezoldigd freelancer.” Het idee voor een "onafhankelijk bondscoach' werd een jaar geleden gelanceerd in de profsectie na het falen van de Nederlandse renners op het WK in Japan, of meer nog als gevolg van de chaotische voorbereiding.

De naam Knetemann riep toen werd voorgesteld hem bondscoach te maken bij menigeen weerstanden op. Populair bij de renners was hij nauwelijks meer. De ploegleiders Priem en Raas, die nog met hem fietsten, lieten bijvoorbeeld blijken Knetemann geen enkele macht te willen geven. “Als ik hem bij ons in een hotel zie schop ik hem eruit”, zou het commentaar van een van hen zijn geweest. Het voorstel van profsectie-leden de bondscoach een salaris te betalen, werd verworpen. Waarna Alrecon, dat als advertentiemedium baat heeft bij Knetemann als bondscoach op een WK, het salaris van zijn werknemer aanpaste.

Knetemann zegt zich bewust afzijdig te hebben gehouden van de campagne die een paar profsectieleden voor hem voerden. “Overdrijf mijn taak niet”, relativeert hij nu na vier maanden bondscoachschap. “Die ligt toch eigenlijk alleen in de laatste week vóór het wereldkampioenschap.” Hij meent al vóór hij in april officieel werd aangesteld enigszins op de hoogte te zijn geweest van de mogelijkheden van het hedendaagse Nederlandse rennerspotentieel. “Ik had althans een redelijke kijk op wat er op de finishlijn gebeurde. Het hele jaar door heb ik alle uitslagen in een databank opgeslagen. En dat is toch een belangrijk deel van de prestaties.”

Als bestuurslid was hij verplicht elke maand rapportage uit te brengen aan de profsectie. Niet dat hij alle wedstrijden van nabij volgde. Met de NOS-radio equipe ging hij naar de Ronde van Vlaanderen en Luik-Bastenaken-Luik. Maar hoe de Nederlandse renners zich in de andere koersen gedroegen, moest hij uit de media vernemen of hoorde hij van renners die bij hem in de buurt woonden. Adrie van der Poel was een belangrijke informant. Knetemann heeft hem aangesteld als "wegkaptein' in de WK-ploeg. Dat Van der Poel de laatste drie kampioenschappen al in zeer vroeg stadium beëindigde, heeft voor Knetemann weinig waarde. Ervaring speelt een doorslaggevende rol.

In de Tour de France was Knetemann een opvallende afwezige. Hij had er van nabij getuige kunnen zijn van de zwakke Nederlandse prestaties. “Ik had er niets te zoeken”, meent Knetemann. “In de Tour ben je er dan alleen maar om jezelf te profileren. Mijn taak ligt in de laatste drie grote wedstrijden. De Wincanton Classic, San Sebastian en het Kampioenschap van Zürich zijn het belangrijkst. Ik denk dat ik een goede kijk op de zaak heb. Beter kon niet. Ik heb veel gekeken en weinig gesproken.” Wat hem het meest is bijgebleven uit de beelden die hem van de afgelopen Tour bereikten? “Dat Nijdam lachend na een bergetappe over de finish reed.”

Knetemann vindt het jammer dat Nijdam zich in eerste instantie niet beschikbaar stelde voor het wereldkampioenschap. Diens argument, dat hij het parcours te zwaar vindt, acht hij niet steekhoudend. “Een goede Nijdam kan daar wereldkampioen worden. Hij doet het zichzelf aan. Het is zijn keuze. Maar ik heb respect voor hem dat hij het meteen zegt. Hij had ook zijn mond kunnen houden, mee kunnen gaan om dan na twintig kilometer af te stappen.”

Nijdam had op z'n minst de video-opnamen kunnen bekijken die Knetemann in december tijdens zijn verkenningstocht op het WK-parcours in Stuttgart maakte. Jacques Hanegraaf en Maarten Ducrot (beiden niet geselecteerd) waren als enige profrenners bereid met Knetemann mee te gaan. In de auto gadegeslagen door de aanstaande bondscoach Knetemann reed het duo vijf ronden.

Op grond van zijn ervaringen meent Hanegraaf dat Nijdam “er stom aan doet niet mee te gaan. Zo'n kans krijgt hij misschien nooit meer”. Hanegraaf denkt dat Nijdam het parcours “gemakkelijk” had aangekund. “Ik heb het hele traject op het buitenblad gereden: 53 voor, 17 en 19 achter. En het was december, dan ben je toch niet zo in vorm als nu.”

Geluk en de eenheid in een ploeg zijn van doorslaggevende betekenis. “Het moet een uitgebalanceerd team zijn”, weet Knetemann. Daarom zegt hij dat hij er trots op is een systeem bedacht te hebben waardoor iedereen gemotiveerd aan de wedstrijd begint. Zelfs wanneer een Nederlander geen wereldkampioen wordt, zal de sponsor 37.500 gulden beschikbaar stellen voor de renners die ècht hebben gewerkt. “Ik heb het altijd vreemd gevonden dat iedereen met lege handen stond als de titel niet was gewonnen. Maar wie nu niet werkt deelt niet mee.” In onderling overleg met de selectie wordt een renner aangewezen die tijdens de wedstrijd sociale controle uitoefent.

De KNWU en de sponsors hebben 150.000 gulden in de premiepot gestort. De profsectie vond het niet meer dan billijk dat de sponsors in ruil voor de verlangde drie persconferenties rondom het WK sowieso een bedrag betalen. Anders zouden de sponsors te allen tijde winnaar zijn. Een voorwaarde die de zogenoemde Oranje-raad (Peter Winnen, Erik Breukink en secretaris Gerrit Vixseboxse van de belangenvereniging voor beroepswielrenners) heeft gesteld.

Knetemann zegt dat hij aan de betrokken ploegleiders heeft gevraagd of ze hun renners een aangepast programma kunnen laten rijden. “Maar niet iedereen doet hetzelfde. Ze weten het zelf toch het beste.” Ideeën van Knetemann om weekendstages te houden, werden verworpen. Vorige week is nog een brief naar alle ploegleiders gestuurd met het verzoek hun geselecteerde renners woensdag in Veenendaal-Veenenaal te laten rijden. Veel resultaat heeft het niet. De selectieleden waaieren uit over heel Europa.

Sommigen begonnen met de Ronde van Nederland. Rooks reed wedstrijden in Italië. Theunisse heeft wel de Profronde gereden, startte gisteren in het Kampioenschap van Zürich en doet (evenals Rooks) deze week de Trittico Premondiale, een driedaagse in Italië. Breukink sloeg het Kampioenschap van Zürich over en bereidt zich voor in een kermiskoers, dinsdag in Zottegem. Daarna vertrekken op Theunisse, Rooks en Maassen na alle selectieleden in Veenendaal-Veenendaal.

“Ik ben zelf lang genoeg wielrenner geweest om te weten wat renners voor een WK willen rijden”, zegt Knetemann over zijn rol. De meeste ploegleiders zijn in Stuttgart aanwezig. Ze zullen vooraf hun invloed doen gelden. Knetemann: “Misschien is het een voordeel dat ik onafhankelijk ben. Als er problemen zijn dan kunnen ze bij mij terecht. Desnoods midden in de nacht. Bij een ploegleider die betrokken is bij een sponsor, zal een renner van een andere sponsor toch eerder zwijgen.”