Bij dirigent Nakata verbleken ridders tot tinnen soldaatjes

Concert: Osaka University Symphony Orchestra o.l.v. Masaki Nakata m.m.v. Quirine Viersen, cello. Programma: Smetana: Sárka uit "Má Vlast'; Dvorak : Cello-concert in b, opus 104 en Brahms: Vierde Symfonie in e, opus 98. Gehoord: 18-8, Grote Zaal Concertgebouw, Amsterdam.

In Sárka, het derde deel uit Smetana's Má Vlast, verklaart de strijdlustige Amazone-koningin Vlasta de oorlog aan de Boheemse ridders. Na verschillende gevechten verzint ze een list om de ridders te overweldigen: ze laat de lieftallige Sárka aan een boom in het woud vastbinden. Al gauw wordt Sárka door de ridder Ctirad gevonden, bevrijd en meegevoerd naar zijn kamp. Daar richt Ctirad, die terstond gevallen is voor de schone Amazone, samen met zijn vrienden een liefdesfeest aan. Wanneer alle ridders in het holst van de nacht stomdronken zijn geworden, roept Sárka haar zusters om samen alle gehate mannen over de kling te jagen.

In de vertolking door het Osaka University Symphony Orchestra o.l.v. Masaki Nakata waren Smetana's gepassioneerde Amazones en Boheemse ridders veranderd in tinnen soldaatjes van generlei kunne. De door een klarinetsolo gesymboliseerde Sárka deed nog het meeste denken aan een vrouwelijke robot, terwijl Ctirad bij monde van celli wel heel erg amechtig zijn liefde beleed. De overrompeling van de ridders klonk mechanisch in plaats van "furioso', zodat de uitvoering bovenal duidelijk maakte dat een heel leger voormalige Suzuki-leerlingen bij machte is hard, zacht, zuiver, spatgelijk, en keurig in de maat te spelen.

Dat het verschillende van deze Japanse studenten echter geenszins aan muzikaal talent ontbreekt, werd duidelijk tijdens de vertolking van Brahms Vierde Symfonie. Hoewel die grotendeels houterig klonk, was de uitvoering bij vlagen ook intens en gepassioneerd. De fluitsolo van de finale werd werkelijk ontroerend gespeeld, terwijl de strijkers tijdens ditzelfde deel blijk gaven van méér gevoel voor melodielijnen dan er uitkwam.

Dirigent Masaki Nakata treft dan ook meer blaam dan zijn eigen musicerende orkest. Nakata lijkt zó geobsedeerd door orde en netheid, dat hij vergeet dat er aan muziek maken ook nog hartstocht, verbeeldingskracht en de ruimte om te kunnen ademen te pas komen. Onder zijn straffe leiding klonk de briljante orkestpartij van Dvoraks Celloconcert dan ook hopeloos slaapverwekkend. En hoe de achttienjarige Quirine Viersen ook haar best deed om de cellopartij tot leven te wekken, steeds weer liepen haar inspanningen spaak op de stroeve orkestbegeleiding.

Viersen blonk op veel momenten uit in een warme en zangerige toonvorming, levendige fraseringen en een subtiel soort muzikale expressiviteit, maar ze bleek niet bij machte het orkest op te zwepen tot de stuwkracht en intensiteit die nodig zijn om de essentie van Dvoraks romantische Celloconcert bloot te leggen. Door de onmogelijkheid van een enerverende wisselwerking met het orkest, begon ook haar virtuoze spel gaandeweg een beetje aan glans te verliezen.