ZWITSERLAND; Zevenhonderd jaar degelijkheid

Goed, de bevolking mist elke vorm van humor en de mountain bike rukt er op, maar er zijn bijna geen kerkhoven en politieagenten. Het land wordt tenminste niet uitgezogen door de belastingdienst. Lage benzineprijs, geen zwartrijders, paspoortaffaire ondenkbaar, WAO-gezeur onmogelijk, nauwelijks werkloosheid. Alles schoon en netjes geordend. En bovenal dat prachtige hooggebergte dat alles zo klein houdt en in welks dalen het zo goed botaniseren is. Wagner en Nabokov, zij hadden gelijk en was Lenin er maar gebleven. Moge Zwitserland de volgende 700 jaar buiten de EG blijven!

Op donderdag 1 augustus jl. werd in Zwitserland gevierd dat het land zevenhonderd jaar bestond. Niet al te uitbundig, want bij diverse volksstemmingen was gebleken dat de Zwitsers geen behoefte hadden aan een groots feest. Zo bleef het bij diverse Jodler-chibli, wat vuurwerk, fakkeloptochten, bekommerde toespraken van burgemeesters en andere hoogwaardigheidsbekleders, en het ontsteken van overal in het land opgerichte brandstapels. Typerend voor de Zwitserse aard was een artikel in de Neue Zürcher Zeitung waarin bezorgdheid werd uitgesproken over de eventuele milieu-schade van al die Bundesfeier-brandstapels.

Toch was er reden geweest voor een geweldig feest. Zwitserland, zevenhonderd jaar jong, is de oudste democratie ter wereld. Omringd door barbaren, de fascistische Italianen die de hele zangvogelstand uitmoorden, de Duitsers en Oostenrijkers die alleen al van 1933 tot 1945 hebben laten blijken waartoe zij in staat zijn - en dan spreken we nog maar niet van al die eeuwen daarvoor - en de frivole Fransen die de Zwitsers ten tijde van Napoleon waarachtig nog enkele jaren wisten te knevelen, hebben zij zevenhonderd jaar overleefd in een boze wereld.

Over die boze wereld wordt al gesproken in dat ontroerende document, de Bundesbrief uit 1291, dat ten grondslag ligt aan de stichting van de Eidgenossenschaft Zwitserland. Daarin staat: ""Vanwege de boze tijden hebben de mannen van het dal Uri, van de gemeente van het dal Schwyz en de gemeente van de lagere dalen van Unterwalden, om zich en hun have beter te beschermen, in goede trouw beloofd zich over en weer met hulp, raad en iedere gunst, met lijf en goed bij te staan.''

En zo werd op de Rütli-berg bij Schwyz een verbond gemaakt van de drie kantons Uri, Schwyz en Unterwalden. Daar voegden zich in de loop van een paar eeuwen nog 25 kantons en half-kantons bij, zodat ten slotte een federatie ontstond van 28 kantons die zich succesvol wisten te weren tegen Duitse en Oostenrijkse aanspraken. Daarbij spreekt met name de slag bij Morgarten in 1315 tot de verbeelding. Toen werd Schwyz over het Vierwoudstedenmeer van Luzern uit aangevallen door een vloot die door de inwoners van Schwyz in een hinderlaag werd gelokt. Met rotsblokken die vanaf de bergen naar beneden werden gedonderd, bracht men de schepen tot zinken. Een ander groots moment in de Zwitserse geschiedenis is de slag bij Nancy in 1477 waar Karel de Stoute definitief werd verslagen.

In de loop der eeuwen minder geteisterd door oorlogsgeweld dan enig ander Europees land, heeft die Schweiz zich, zoals Thomas Mann schreef, ""zonder koloniën, zonder bodemschatten, ontwikkeld tot een land waar men dank zij zijn intelligentie, zijn vlijt, zijn mannelijke vredes- en vrijheidsliefde, met de beste scholen en de beste ziekenhuizen en de beste en mooiste straten, leeft in een land waar een mens - mits kapitaalkrachtig - zich geborgen weet zoals nauwelijks in enig ander land.'' Mits kapitaalkrachtig heb ik aan de tekst van Mann toegevoegd, dat was hij even vergeten.

Europa

Toch zijn de Zwitsers nu bezorgd. In de weinig feestelijke, moraliserende en hier en daar ook zelfgenoegzame 1-augustus-toespraken van Flavio Cotti, de Bundes-president, en van Ulrich Bremi, de Nationalrats-president - wie kent hun namen in Nederland? - klonk telkens het zwaar beladen woord Europa. Moeten de Zwitsers zich aansluiten bij een verenigd Europa? Zowel Cotti als Bremi is van mening dat Zwitserland, het centrum immers van Europa, ja moeten zeggen tegen Europa. Tegelijkertijd zeiden zij beiden keihard nee tegen de EG. En dat "ja' tegen het Europa van 1992 - ik ben benieuwd hoe dat er in de praktijk uit zal gaan zien. Wat kan het meest welvarende land ter wereld er bij winnen om zich aan te sluiten bij een door de Bundesrepubliek gedomineerd Europa?

Rondreizend in Zwitserland van 25 juli tot 2 augustus had ik het alle Zwitsers wel willen toeroepen: blijf toch buiten dat verenigde Europa! Jullie hebben al zevenhonderd jaar lang je eigen boontjes gedopt en andermans geheime boontjes tegen belachelijk lage rente op jullie banken gezet. Blijf dat doen. Of willen jullie naar de pijpen gaan dansen van Kohl? Wat blijft er dan over van jullie griezelige welvaart?

Want griezelig welvarend is die Schweiz. En bovenal ordelijk. Wat ontbreekt is rommeligheid, de scheefgezakte hekken bijvoorbeeld die overal in Nederland het polderlandschap ontsieren, of verpuffelde schuurtjes achter woonhuizen, of vuilnishopen, of erfjes waarop ijzerwaren liggen te roesten. Goed, in Zürich zag ik warempel een bouwplaats met onor- delijk neergesmeten ijzeren binten, en hier en daar in de stad waren ook bescheiden toefjes graffiti op blinde muren te zien, maar kom je in kleinere steden of dorpen dan zie je nergens troep, rommel, smeerboel. Behalve langs de spoorbanen ontsieren nergens grote reclames het landschapsschoon, en is er al ergens iets aangeplakt, dan betreft het een klein wit plakkaat met, zoals in het Kiental, de vermakelijke aankondiging van een Jodler-chibli op 1 augustus op de Ballenberg. Nergens ook hoor je draagbare radio's. Wel was er in de week voor 1 augustus overal geluidsoverlast van oefenende waldhoorns. Nergens zie je of ruik je vieze snack-bars. Volgens Adriaan van Dis is Zwitserland een "witgewassen Biotexland voor bejaarden'. Laat hem maar temidden van moord en doodslag in Afrika reizen, geef mij maar zo'n ordelijk en netjes opgeruimd land als "die Schweiz'. En daarbij: Van Dis is nog nooit de Sefinenfurgge overgetrokken, dus hij is geen serieuze gesprekspartner als het om Zwitserland gaat. Ik spreek hem nog wel als ook hij bejaard is.

Natuurlijk, alles heeft zijn keerzijde. Zwitserland is zo langzamerhand peperduur. Voor de prijs van een overheerlijke Bundner Nusstorte kun je in Nederland al haast een klein tweedehands autootje kopen. En al heeft het de laagste benzine-prijzen van Europa, het heeft ook de hoogste melkprijzen van Europa. Daar staat weer tegenover dat je goedkoop buitenshuis kunt eten. Zeven dagen lang zijn wij in het Kiental verwend met een voortreffelijke driegangenmaaltijd waarvoor wij per persoon per dag zegge en schrijve vijftien frank betaalden.

Dat in Zwitserland de benzine zo goedkoop is, is te danken aan het ontbreken van hoge omzetbelasting op brandstof. Dat is eigenaardig, want de Zwitsers pretenderen dat zij enorm milieu-bewust zijn en een beetje omzetbelasting op benzine zou allicht de mobiliteit en dus de schadelijke uitstoot van kooldioxide afremmen, maar daar kan geen sprake van zijn. Toen Cotti enige tijd geleden voorzichtig opperde dat het goed zou zijn om een maximum-snelheid in te stellen op de snelwegen, is voor het eerst in die zevenhonderd jaar bijna een revolutie uitgebroken. Al die door opvoeding tot ordelijkheid, angstvalligheid en humorloosheid geïntimideerde Zwitsers veranderen op de bochtige snelwegen in ware duivels. Ook in Zwitserland met vrij duur, maar geweldig betrouwbaar openbaar vervoer, is de auto heilig, en ook in dat land wordt het overvloedige natuurschoon hier en daar opgeofferd aan lelijke snelwegen.

Wat een zegen dat er zoveel plaatsen zijn waar helemaal geen snelwegen aangelegd kunnen worden en waar, in plaats daarvan, openbaar vervoer in de vorm van 220 bergbaantjes Zwitsers en vakantie-gangers naar hoger gelegen plaatsen brengt vanwaar je je na een wandeling van vijf minuten ontdoet van de bejaarden waar Van Dis binnenkort ook onder valt. Op 1 augustus jl. waren 160 van die 220 anders peperdure baantjes gratis! Het was wel jammer dat het op die dag overal zwaar bewolkt was zodat je je alleen maar pro deo naar dichte mist kon laten vervoeren. Maar ja, wil je weten hoe de Alpen eruitzien, dan moet je de ansichtkaarten raadplegen. De hoogste toppen zitten helaas bijna altijd in de wolken. En toch heeft zelfs dat een gelukkige keerzijde. Een zeldzame dag waarop alles "ganz klar und offen' is, waardeer je daardoor als een Godsgeschenk.

Veranderingen

Hoewel er in Zwitserland goddank nauwelijks iets verandert, waren er toch sinds mijn vorige bezoek, kleine Rückschritte waar te nemen. Het spoorboekje uit 1975 waarmee ik de vorige keer het hele land nog kon bereizen, klopte nu opeens nergens meer. Op de stations hebben hier en daar al van die aan de overkapping hangende treinaanduidingen de nog met de hand aan te brengen bordjes vervangen, maar op station Spiez werden de bordjes gelukkig nog aangebracht en verwijderd door een man met een koetsiershoedje op en een zwart kapmanteltje over zijn blauwe stofjas. Zo is het al zevenhonderd jaar geweest, moge het ook de komende zevenhonderd jaar zo blijven! Op datzelfde station lagen twee onbeheerde gemsen op een bagagewagentje, met een labeltje eraan gehangen: "Zwei Gemsen, tot'.

Nog een verandering: overal rukt ook in Zwitserland dat ellendige Japanse knoopkruid op, al moet ik er dadelijk bij zeggen dat wij in het Kiental zo'n slordige twintig soorten bloeiende orchideeën hebben gevonden. De (alpen-)flora is toch nog van een rijkdom waar wij in Nederland alleen maar van kunnen dromen.

Wat ook nieuw is sinds wij er de vorige keer waren, zijn de overal in den lande geplaatste helgroene vierkante bakken, Robidogs geheten, waarin de Zwitsers de uitwerpselen van hun honden dienen te deponeren. Terzijde van de Robidog kun je een zwart plastic zakje trekken waarin de hondedrol gedaan dient te worden. Vervolgens dien je dat zakje in de Robidog te werpen. Op de Robidog staat, behalve een Betty Boop-achtig hondje dat net van een potje is opgestaan (hoe hebben de Zwitsers toch zoiets lelijks kunnen bedenken?), "Bitte verknotet einwerfen'. Dat slaat op dat zwarte plastic zakje. Ik kan die Robidogs geen vooruitgang vinden.

Wat je ook vrijwel nergens ziet zijn kerkhoven en politieagenten. Geen land met zo weinig zichtbare politie als Zwitserland. Zelfs in Zürich zie je op straat nergens agenten of politie-auto's. Blijkbaar kan men zich in dit land veroorloven om de politie onzichtbaar te maken.

Nieuw in Zwitserland is ook de opmars van de mountain bike. Je ziet ze overal rijden, en je kunt zelfs meedoen aan Geführte Mountainbike Bergtouren. Toen wij de Reng-grat beklommen, kwam achter ons eerst een echtpaar omhoog dat een stille top opzocht. Op die top ontkleedde het echtpaar zich om hun met zweet doorweekte ondergoed in zon en wind te laten drogen. Vervolgens verscheen een man met een hond. Het dier poepte op de top; er was daar geen Robidog. De man haalde uit zijn rugzak een bak te voorschijn en een fles water die hij in die bak leeggoot, waarna de hond luidruchtig begon te drinken. De hemdjesdrogers kleedden zich weer aan en trokken, Grüss Gott, voorbij. Toen kwam een man omhoog met een mountain bike op zijn schouders. Hij droeg deze fiets zeshonderd meter omhoog over smalle bergpaadjes en ging er te voet vervolgens ook weer zeshonderd meter mee omlaag, waarna hij op een redelijk vlak paadje probeerde te fietsen. Hij reed twintig meter en stortte toen twee meter omlaag. Voorvork verbogen, achterband lek. Hij tilde de bike weer op zijn schouders en daalde af naar een smalle asfaltweg, waarover hij zich, snelwandelend, met de fiets op zijn schouders uit de voeten maakte.

Een andere nieuwigheid zijn de kleine zonnepaneel- tjes waarmee elektriciteit wordt opgewekt voor het schrikdraad. Nieuw is ook de aanleg van schweizerische Familie Feuerstellen. De Zwitsers hebben namelijk van oudsher de gewoonte om dik met mosterd ingesmeerde varkenskoteletten in rugzakken de bergen op te slepen, waarna die koteletten op punten met een heel mooi uitzicht geroosterd worden op doorgaans ook meegebracht houtskool. Blijkbaar heeft men aan dit onordelijke bergbarbecuen paal en perk willen stellen door dit roosteren slechts toe te staan op schweizerische Familie Feurstellen. Op die plaatsen vind je hout, zitplaatsen, en een van steen gemetselde barbecue. Ik begrijp wel dat men in een land waar zelfs de horloges in de etalages van de juweliers allemaal gelijk lopen, aan het roosteren van varkensvlees paal en perk wil stellen, maar die met rode bordjes aangeduide Feuerstellen hebben iets bevoogdends. Alsof ook het barbecuen - op zichzelf natuurlijk een vreselijk verschijnsel - voortaan "verknotet' dient te geschieden. En alsof zulks alleen en famille mag gebeuren. Maar ja, gescheiden vrouwen bijvoorbeeld worden in Zwitserland barbaars behandeld.

Wat bepaald ook onaangenaam is, is dat het vuile werk in de hotels gedaan wordt door Italiaanse gastarbeiders en -arbeidsters (kamermeisjes) die doorgaans geen woord Duits verstaan. Je ziet die Italianen overal sloven en boenen. De kamermeisjes verwisselen de slopen van die afschuwelijke dekbedden waaronder je 's nachts zachtjes weglekt. Daar staat weer tegenover dat het Zwitserse hotelwezen een ongekende graad van perfectie heeft bereikt. Als hotelgast word je, zeker in zo'n afgelegen dal als het Kiental, vooral door de oudere Zwitsers op handen gedragen.

Blümlisalp

Ja, dat Kiental! Wij komen er nu al twintig jaar en al twintig jaar vinden we het het mooiste plekje van de wereld. Goddank vinden maar weinig andere mensen dat ook, want door het massatoerisme is dit ongekend liefelijke dal nog niet ontdekt. Je kunt er natuurlijk ook alleen maar wandelen en klimmen. Verder is er niets dat de gemiddelde toerist zou kunnen trekken. Maar wat is het onbegrijpelijk mooi en, in botanisch opzicht, onbegrijpelijk rijk! Bovendien: als je er 's morgens vroeg wakker wordt en naar buiten kijkt, kan het gebeuren dat de Blümlisalp wolkenloos ligt te schitteren in de zon.

Volgens mij kan er nergens op de wereld hooggebergte bestaan waarbij diezelfde combinatie van liefelijkheid en indrukwekkendheid is bereikt. Natuurlijk is het driegesternte van Eiger, Mönch, en Jungfrau indrukwekkender, maar de Blümlisalp is sprookjesachtiger, is bevalliger. Je kunt er dichtbij komen, hetzij door naar de Gespaltenhornhütte te klimmen, hetzij door de Hohtürli over te steken. Wij hebben dit keer echter gekozen voor de tocht van Griesalp naar Mürren via de Sefinenfurgge. Zeven uur klimmen en dalen! Net een pelgrimstocht! En dat op een nagenoeg wolkenloze dag! Na zeven uur strompel je Mürren zo doodmoe binnen dat je amper ziet hoezeer hier het massa-toerisme een afschuwelijk stempel heeft gedrukt op een wonderbaarlijk oord. Noordwijk in het kwadraat. Enfin, je hebt in Zwitserland meer van dat soort plaatsen, Saas-Fee, Zermatt, Gstaad, Lenzerheide, St. Moritz, Interlaken. Ga er in een grote boog omheen!

Dat het Kiental zowaar hier en daar in een encyclopedie genoemd wordt, is enkel te danken aan het feit dat hier in het jaar onzes Heren 1916 de tweede conferentie van de communisten werd gehouden. De eerste was in 1915 in Zimmerwald gehouden en de tweede werd van 25 tot 30 april 1916 in Kiental gehouden. Lenin was daarbij aanwezig. De 45 conferentiegangers, die zich op maandagmorgen 26 april om kwart over zeven in Bern op het station verzamelden, wisten overigens niet waar zij heen zouden gaan. De organisator van de conferentie, Robert Grimm, had om veiligheidsredenen de plaats van de conferentie angstvallig geheim gehouden. Hij deelde op die maandagmorgen treinkaartjes uit naar Reichenbach im Kandertal. Eenmaal aangekomen in Reichenbach werden de conferentiegangers met boerenwagens naar Kiental gebracht. Daar werden zij, zogenaamd als vakantiegangers, ondergebracht in hotel Bären.

In dat hotel logeren wij ook altijd als wij in Kiental zijn, en bij elke volgende keer vraag ik een andere kamer. Als ik alle kamers gehad heb, heb ik in ieder geval een keer geslapen in de kamer waar Lenin zes nachten heeft doorgebracht. Of hij daar ook veel geslapen heeft, is de vraag, want het ging er heet aan toe op die conferentie. Zij werd op maandag om 13.45 uur geopend en terstond gingen de bolsjewieken op de vuist met de meer gematigde communisten. Het kwam zelfs zover dat de bolsjewieken onder leiding van Lenin de grote zaal van het hotel uitliepen. Maar de volgende morgen waren ze weer present. Op de slotavond, 30 april, is voor de conferentiegangers een Jodler-chibli georganiseerd, want er is in hotel Bären een duplikaatrekening bewaard gebleven waarop staat "Jodler: 5 liter Weisswein, Fr. 9,-'.

Als je in het Kiental bent en in de Grote Zaal van het hotel zit en uitkijkt naar Blümlisalp kun je je onmogelijk voorstellen dat Lenin zich hier, aan de vooravond van de Russische revolutie, voorbereidde op zijn bloedige dictator- schap. Het lijkt me waarschijnlijk dat het van 25 tot 30 april 1916 heel slecht weer was in het Kiental. Anders zouden die 45 toch de Gerihorn hebben beklommen of naar Tschingel zijn gewandeld of het Spiggengrund zijn ingegaan en dan zou het leven van zo'n dertig miljoen mensen gespaard zijn gebleven. Overigens spreekt Shub in zijn Lenin-biografie over "de Zwitserse stad Kienthal'.

Koekoeksklokken

Je kunt gemakkelijk schimpen op dit land van jodelaars en koekoeksklokken, maar die verschijnselen zijn in feite even weinig typerend voor het land als Volendammerkostuums en bollenvelden voor Nederland. Waarbij dan nog komt dat jodelaars en koekoeksklokken niet voor milieuschade zorgen, terwijl bollenvelden ongelooflijke gifbelten zijn!

Nee, wij hoeven echt niet te schimpen op Zwitserland. Terwijl het ongeveer even groot is als ons land, en grote delen ervan woest en onbruikbaar zijn, is alles er beter geregeld en georganiseerd dan in Nederland. Er is daar, hoewel het land minder dicht bevolkt is dan het onze, geen fokpremie in de vorm van kinderbijslag. De bevolking wordt niet uitgezogen door de belastingdienst. Omdat de controle in treinen perfect is, zijn er geen zwartrijders, laat staan dat daar zo'n klucht zou kunnen worden opgevoerd over boetes voor zwartrijders als waarop we hier getrakteerd zijn. Een paspoortaffaire is in Zwitserland ondenkbaar. WAO-gezeik eveneens. Werkloosheid: amper. In het kanton Bern zijn momenteel 2.628 werklozen. En wie met opgeheven vinger zou willen wijzen op het beruchte bankgeheim, zou evengoed kunnen wijzen op de slechtheid van de rest van de wereld, waarvan de slimme Zwitsers terecht zo dankbaar gebruik weten te maken.

""Die Schweiz'', schreef Thomas Mann, ""is een heerlijk land. Honderd beelden van een geweldige natuur en stijlvol-waardig stadsleven ontwaken als men eraan denkt.'' Wat hij niet vermeldt is dat in alle hotels krankzinnig lelijke plaatjes en schilderijtjes aan de muren hangen. Ook zegt hij niets over die ellendige gewoonte om op de houten huizen tweeregelige rijmpjes aan te brengen, met veel Gott in de tweede regel. Zelfs chalets die in 1990 waren gebouwd, waren voorzien van die houtsnijwerk-rijmpjes.

Kunstzinnig zijn de Zwitsers bepaald niet. Alleen de houtstapels voor hun open haarden en kachelovens zijn doorgaans zo mooi opgestapeld dat dat haast kunst lijkt. In Reichenbach im Kandertal is zo'n stapeling zo prachtig uitgevallen dat men die al jarenlang heeft laten liggen. Nu is zij overgroeid met klimop. Het is het enige echt mooie kunstwerk dat wij ditmaal in Zwitserland gezien hebben. Maar misschien kan het aan die geweldige natuur geweten worden dat er zo weinig grote kunst is ontstaan. Alles wordt door het hooggebergte klein gehouden. Grote componisten - niet één, grote schrijvers - een handjevol, grote schilders - een stuk of drie. Daar staat weer tegenover dat heel groten zoals Wagner en Nabokov juist in Zwitserland tot volle ontplooiing van hun kunnen zijn gekomen.

Misschien moet ik er maar gauw naartoe emigreren. Dan komt er zelfs van mij nog iets terecht. Ik ben alleen zo bang dat ik dan niets anders meer zou doen dan klimmen en botaniseren. En zou je erheen gaan, dan toch niet voor die in verkleinwoordjes grossierende en van humor gespeende bevolking, maar uitsluitend voor het hooggebergte. Was dat er niet, dan kon Zwitserland mij, hoe prettig schoon en ordelijk ook, gestolen worden.