Wilhelm II zaagde tienduizenden houtblokken

DOORN, 17 AUG. Vanavond wordt het gebeente van de 18e eeuwse Hohenzollernvorsten Frederik de Grote en diens vader, de soldatenkoning, onder toeziend oog van bondskanselier Kohl in het paleis Sanssouci te Potsdam bijgezet.

Eén Hohenzollern zal voorlopig niet naar Duitse bodem terugkeren. Wilhelm II, de laatste Duitse keizer, blijft in het Utrechtse dorpje Doorn. De huidige troonpretendent, 83-jarige Louis Ferdinand, liet enige weken geleden weten dat het lichaam van zijn grootvader pas naar het vaderland terugkeert als daar weer een keizer regeert.

De Hohenzollern vestigen niet graag de aandacht op de omstreden Wilhelm II, zeker niet nu Kohl het Pruissische vorstenhuis weer een rol lijkt te willen geven als nationaal eenheidssymbool. De vijftigste sterfdag van de laatste keizer, 4 juni 1991, heeft de familie in alle stilte voorbij laten gaan. Een vertegenwoordiger legde een krans met een neutraal wit lint bij het mausoleum van de keizer, onder toeziend oog van een groepje Oostduitse studenten, die misschien op zoek waren naar hun Pruisische roots. Veel was er voor hen niet te zien. Huis Doorn staat momenteel in de steigers en de keizerlijke collectie is uitgeleend aan de Orangerie van Schloss Charlottenburg bij Berlijn en het Münchner Stadtmuseum.

Om half zeven 's morgens op 10 november 1918, één dag voor de wapenstilstand die een eind maakte aan de Eerste Wereldoorlog, leverde de toenmalige Duitse keizer Wilhelm II met een gevolg van veertig getrouwen zijn zwaard in bij een verbaasde douanebeambte van het Limburgse grensplaatsje Eysden. Terwijl in Frankrijk de troepen muitten en in Duitsland een revolutie woedde, kon de keizer maar niet besluiten of hij moest sneuvelen op het slagveld dan wel aan het hoofd van loyale troepen naar het opstandige Berlijn moest marcheren. Het werd een vlucht naar het neutrale Nederland.

Ondanks sterke Engelse druk weigerde de Nederlandse regering Wilhelm II uit te leveren aan de geallieerden, die de keizer in gezelschap van 900 Duitse prominenten als oorlogsmisdadiger wilden berechten. Een poging van een groep Amerikaanse officieren om de keizer te ontvoeren, liep op niets uit. Gerustgesteld kocht Wilhelm II, na een verblijf van 18 maanden op kasteel Amerongen, voor een half miljoen gulden Huis Doorn. Het buitenhuis was goed beveiligd tegen journalisten en ruim voorzien van bomen, die de keizer bij wijze van lichaamsoefening omhakte. Alleen al tijdens zijn verblijf op kasteel Amerongen zaagde hij eigenhandig 17.000 houtblokken.

Nadat de keizer een regeling had getroffen met de Pruisische regering - hij deed op 1 december 1918 afstand van al zijn titels, en kreeg in ruil een genereuze financiële vergoeding - liet hij 59 treinwagons met familiebezittingen naar Doorn vervoeren. Wilhelm II trok zich terug in een ijzeren routine, bestaande uit ochtendgebed, houthakken en boomplanten, het lezen van buitenlandse kranten en historische studie. De dag eindigde meestal met lezingen van bezoekende geleerden of lange monologen van de keizer, die voor gasten buitengewoon vermoeiend waren.

Vanuit Huis Doorn heeft de keizer weinig politiek bedreven, althans niet openlijk. Het leverde hem de bijnaan "de Zwijger van Europa' op. Als huisregel gold dat gebeurtenissen van na 9 november 1918 geen gespreksonderwerp waren. Terwijl hij de lotgevallen van de Weimar-republiek bleef volgen - “een gekkenhuis geleid door patienten”, zo meende hij - bleef Wilhelm II tegen beter weten in wachten op het moment dat het vaderland weer een beroep op hem zou doen.

Van de nazi's verwachtte hij weinig: de avances van zijn zonen met de NSDAP keurde hij af en op twee bezoekjes van Hermann Göring in 1931 en 1932 reageerde de keizer koel. In 1937 publiceerde hij een archeologische studie, waarin hij inging op de symbolische betekenis van de swastika. De amateur-archeoloog merkte daarbij op dat een linksdraaiend hakenkruis “nacht, onheil en dood” voorstelde. Toch raakte de keizer in staat van euforie na de gewonnen Blitzkrieg van 1940. “De Duitse oorlogsvlag boven Versailles. Herrlich!”, telegrafeerde hij naar zijn dochter. Wilhelm stuurde Hitler en de Wehrmacht een keizerlijk gelukstelegram, waarin hij opmerkte dat in alle Duitse harten nu Frederik de Grote's overwinningshymne "Nun danket alle Gott' weerklonk. Hitler antwoordde beleefd, maar isoleerde de balling van Doorn zoveel mogelijk van de buitenwereld. Op 4 juni 1941 stierf de keizer aan een longembolie. Het telegram kwam zijn nageslacht nog duur te staan: in mei 1945 confisqueerde de Nederlandse overheid Huis Doorn, om het, deels uit woede over de keizerlijke ondankbaarheid voor de geboden gastvrijheid, nooit meer aan de Hohenzollern terug te geven.

Op het bureau in de werkkamer van de keizer prijkt een portret van voorvader Frederik de Grote, voor wie Wilhelm II een mateloze verering koesterde. Terwijl dezelfde "Alte Fritz' vanavond onder het aanheffen van "Nun danket alle Gott' in zijn geliefde Sanssouci wordt bijgezet, ligt de laatste Hohenzollernvorst vergeten in zijn mausoleum op Nederlandse bodem. Het is een klassiek tempeltje van graniet en baksteen, zonder enige inscriptie, waarmee de familie waarschijnlijk het voorlopige karakter van het graf wil benadrukken. Binnen staat de rode sarcofaag van de keizer op schragen klaar, in afwachting van de nieuwe Duitse keizer die zijn gebeente zal terugbrengen naar de Heimat.