Tunesische vrouwen verliezen voorsprong

TUNIS, 17 AUG. De ruim vier miljoen Tunesische staatsburgeressen hebben deze week voor de 35ste keer hun "Dag van de Vrouw' gevierd. Overmatig veel aandacht is in Tunis aan het heuglijke feit niet besteed. De vraag is zelfs wat er eigenlijk nog te vieren valt.

Vijfendertig jaar geleden, in 1956, was dat anders. Toen voerde oud-president Bourguiba het moderne Tunesische familierecht in, waarmee het land de Arabische broederstaten ver vooruit was. Als enige Arabische land zette Tunesië toen een streep door belangrijke delen van het traditionele islamitische familierecht. Veelwijverij werd streng verboden. Het recht van de man zijn vrouw zonder opgaaf van redenen te verstoten werd vervangen door echtscheiding via de rechter. Het uithuwelijken van minderjarige kinderen werd verboden. In 1956 waren die wetsartikelen revolutionair.

In 1991 is van die voorsprong weinig meer over. Zo is in het nieuwe Egyptische familierecht bij echtscheiding de voogdij over de kinderen beter geregeld dan in de Tunesische en van gelijkheid in het huwelijk is in het Tunesische familierecht, ondanks pogingen daartoe van Bourguiba, geen sprake. De man is het hoofd van het gezin gebleven en zijn vrouw is hem volgens de wet nog steeds onderdanigheid verschuldigd. Tenzij zij dat in het huwelijkscontract heeft laten vastleggen, mag zij zonder zijn toestemming niet werken of reizen en is hij als enige verantwoordelijk voor de opvoeding van de kinderen.

Maar vergeleken met de meeste van haar Arabische zusters blijft de Tunesische vrouw bevoorrecht. Ten minste, als zij in de stad woont en tot de "geletterde klasse' behoort. Vrouwen en meisjes kunnen in Tunesië rustig in badpak op het strand gaan zitten zonder onmiddellijk omstuwd te worden door een horde knijpgrage mannen, zoals in Egypte. Zij hoeven ook niet bang te zijn op straat overspoeld te worden door obscene opmerkingen zoals in Algerije of door de politie met een rotting ervan langs te krijgen als ze auto willen rijden, zoals in Saoedi-Arabië. Er zijn in Tunesië vrouwelijke rechters, vrouwelijke verkeersagenten en vrouwelijke bedrijfsleiders. In de lange lijsten in de Tunesische kranten van geslaagden voor het zo belangrijke baccalaureaatsexamen komen evenveel meisjes als jongens voor.

Maar vergeleken met de Tunesische man heeft de Tunesische vrouw nog een fikse achterstand, ook al is de huidige economische ontwikkeling in het land voor een belangrijk deel aan vrouwen te danken. Mannen mogen dan meer rechten hebben, de vrouwen werken volgens alle statistische gegevens veel beter. Het Tunesische Bureau voor de Statistiek rekende onlangs uit dat op het platteland vrouwen, hoewel ze maar 35 procent van de arbeidskrachten vormen, 68 procent van al het werk verzetten en dus vier keer zo produktief zijn als mannen. Laat men meetellen dat de Tunesische landarbeidster gemiddeld maar de helft van het loon van haar mannelijke collega krijgt, dan werkt zij om één Tunesische dinar (circa 2 gulden) te verdienen, zelfs acht keer zo hard als de man.

En dat terwijl het voor vrouwen op het platteland bepaald geen paradijs is. Twee op de drie plattelandsvrouwen in Tunesië is analfabete. Nog geen 40 procent geniet behoorlijke medische verzorging. De kraamvrouwensterfte ligt er maar liefst vijftien keer hoger dan in de hoofdstad Tunis. Het aantal pogingen tot zelfmoord in verband met ongewenste zwangerschap is er eveneens hoog.

In de Tunesische steden daarentegen kunnen bijna alle vrouwen onder de vijftig lezen en schrijven. De helft doet aan geboortenbeperking en zij bezoeken allemaal geregeld de dokter. Evenveel meisjes als jongens maken hun middelbare opleiding af en op de universiteiten studeren evenveel vrouwen als mannen.

Kortom, zoals op bijna alle fronten in Tunesië is er ook op het vrouwelijke front sprake van twee snelheden. Aan de ene kant is er de ontwikkelde, en redelijk welvarende kuststrook langs de Middellandse Zee, die zich in een aantal opzichten kan meten met Portugal of Griekenland. Aan de andere kant is er het "vergeten' achterland, dat in toenemende mate leegloopt in de richting van de steden aan de kust. Het is een van de grootste problemen waar Tunesië mee worstelt en de Tunesische vrouwen worstelen er dubbel zo hard mee.

Jaarlijks sturen Tunesische families uit het achterland duizenden van hun dochters naar de grote steden om er te werken als hulpje bij een rijk gezin of als los arbeidster in de "sweatshops' van de zo florerende Tunesische textielindustrie. Het schaarse geld dat zij verdienen gaat terug naar de familie, die er de zonen voor naar school stuurt. Als er geen werk meer is, staan die vrouwen als eerste op straat en menigeen eindigt dan in de bordelen van de hoofdstad, te bang om alleen de lange weg terug te nemen naar het dorp in de bergen. Vrouwelijke jeugdcriminaliteit is een belangrijk sociaal probleem in Tunesië en elke stad kent zijn tehuizen voor de opvang van wat preuts heet "asociale meisjes'. Maar in dat soort instellingen wordt de "Dag van de Tunesische Vrouw' dan ook niet gevierd.