Stervende Andropov wilde Gorbatsjov als opvolger

The second Russian revolution, zondag, Ned.2, 21.46-22.36u.

Over de machtsstrijd rondom het aantreden van Michail Sergejevitsj Gorbatsjov als partijleider van de Sovjet-Unie is in het Westen veel gespeculeerd. De makers van de BBC-documentaireserie The Second Russian Revolution zijn erin geslaagd enkele hypothesen uit de eerste of tweede hand bevestigd te krijgen. In de eerste aflevering, die zondag door de VPRO wordt uitgezonden, vertellen Sovjet-insiders hoe de door partijleider Leonid Brezjnev persoonlijk naar Moskou gehaalde Gorbatsjov zich ontwikkelde tot favoriet van zijn eigenlijke patroon, KGB-chef Joeri Andropov. Toen Andropov Brezjnev in 1982 opvolgde, werd Gorbatsjov zijn rechterhand, zo vertelt ex-premier Nikolaj Ryzjkov.

Andropovs toenmalige secretaris Arkady Volski openbaart hoe de nieuwe partijleider op zijn ziekbed, amper een jaar later, Gorbatsjov nadrukkelijk als zijn opvolger aanwees. Hij deed dit door Volski een paragraaf te laten toevoegen aan zijn redevoering voor het Centraal Comité van de CPSU. Brezjnevs oude getrouwen wisten echter de gewraakte alinea uit de nimmer uitgesproken, maar wel in druk verspreide toespraak te verwijderen. En na Andropovs dood in februari 1984 was het Konstantin Tsjernenko die aantrad in plaats van Gorbatsjov.

Ook wordt duidelijk wie nu eigenlijk de voornaamste protagonisten waren in de successie-strijd rond het sterfbed van Tsjernenko. De vooral in het Westen als Gorbatsjovs directe rivaal aangemerkte Grigori Romanov, de corrupte partijchef van Leningrad, wordt door de geïnterviewden in het geheel niet genoemd. De documentaire laat wel zien hoe Gorbatsjov als kersverse secretaris-generaal kort na Romanovs val het partijkader van Leningrad kastijde om de beroerde staat van de lichte industrie ("gebruik je hersens!').

Het is echter Romanovs Moskouse collega Viktor Grisjin die uitgebreid wordt besproken. Zo verhaalt Politbureau-lid Vladimir Dolgich van diens pogingen om in Tsjernenko's voetsporen te treden. Grisjin zelf wil in de film deelname aan intriges tegen Gorbatsjov niet bevestigen, maar de rancune over zijn passering als secretaris-generaal en daaropvolgende vervanging als Moskou's partijbaas door Boris Jeltsin druipt van zijn gezicht.

Deze en andere interviews, die amper commentaar behoeven, vormen de verdienste van de onthullende zesdelige serie. Smeuïge zaken als de affaire-Andrejeva (de verkapte couppoging van - toen nog - Gorbatsjovs rechterhand Jegor Ligatsjov) en de stormachtige opkomst en tijdelijke ondergang van Boris Jeltsin worden door de betrokkenen zelf soms emotioneel uit de doeken gedaan. In deel drie vertelt een van zijn aide-de-camps bijvoorbeeld hoe de gevallen Moskouse partijchef, na vier uur lang door het Moskouse stadscomité te zijn gemangeld, met het hoofd in de handen in de zaal achterblijft. Gorbatsjov, die tijdens de tirade van Jeltsins vroegere ondergeschikten steeds roder aanloopt, is al bij de uitgang als hij zich omdraait en naar de rostra terugloopt. Hij slaat een arm om Jeltsin heen en leidt hem naar de deur.

De thema's - bijvoorbeeld het begin van de destalinisatie, de vrijlating van Sacharov en de test voor de glasnost die "Tsjernobyl' vormde - zijn goed gekozen. De vele anecdotes en verhalen (zoals Ryzjkovs depressiviteit tijdens het interregnum Andropov-Tsjernenko en zijn vitaliteit onder Gorbatsjov) werken verhelderend en zijn illustratief voor de enorme veranderingen sinds 1985, die door de makers terecht worden betiteld als de Tweede Russische Revolutie. Andermaal heeft de BBC een zeer waardevol beelddocument afgeleverd.