Stadsvernieuwing vaak desastreus voor ouderen

Stadsvernieuwing kan kwalijke gevolgen hebben voor ouderen, zo blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. Ouderen kunnen nog maar moeilijk wennen aan hun gerenoveerde woning en vaak raken ze sociale contacten kwijt. Met de opkomst van de "sociale vernieuwing' is er ook meer aandacht gekomen voor de gevolgen van stadsvernieuwing.

AMSTERDAM, 17 AUG. Een woonkamer, een zijkamertje, een minuscuul keukentje en een alkoof, groter is haar woning midden in de Amsterdamse Pijp niet. Op een dag stonden ze voor de deur, ze kwamen haar huis renoveren. Er werd een steiger in de kamer gebouwd, die heeft daar tweeëneenhalve maand gestaan. Soms waren er acht werklieden tegelijk bezig in haar huisje, op andere dagen zag ze niemand, dan hadden ze elders een urgentere klus.

De renovatie duurde uiteindelijk acht maanden. Acht maanden waarin ze, 88 jaar oud, met haar stoel van de ene naar de andere kant van de kamer werd versleept. Als ze er wat van zei kreeg ze een grote mond: ze moest blij zijn dat er eindelijk wat gebeurde. Van de zenuwen en ergernis werd ze ziek. Het resultaat van de renovatie: een nieuw plafond, een nieuw keukenblok, een andere wc en betere kozijnen.

Stadsvernieuwing kan om verschillende redenen desastreuze gevolgen hebben voor ouderen, zo blijkt uit onderzoek van de vakgroep sociale geografie aan de Universiteit van Amsterdam, zeker als het op grote schaal gebeurt. Woningen worden vaak drastisch aangepast aan de eisen van de moderne tijd, waarbij wordt vergeten dat die helemaal niet overeen hoeven komen met de eisen van ouderen. Wijken kunnen onherkenbaar veranderen als hele blokken worden platgegooid om plaats te maken voor nieuwe huizen.

Bovendien grijpt stadsvernieuwing vaak diep in in de sociale samenstelling van een buurt, zo leert het onderzoek van de UvA: veel bewoners hebben geen zin om hun huis een paar maanden uit te moeten om vervolgens weer terug te verhuizen naar hun gerenoveerde woning. Ze vertrekken definitief naar een nieuwe wijk. Hun plaats wordt veelal ingenomen door jongeren en buitenlandse gezinnen.

Met name ouderen kunnen maar moeilijk wennen aan zoveel ingrijpende veranderingen tegelijk. “Mensen krijgen plotseling allerlei voorzieningen opgedrongen waar ze op hun tachtigste helemaal niet meer op zitten te wachten”, zegt E.I. Iwema Bakker, arts bij de Amsterdamse GG en GD. “In het oude vertrouwde wereldje konden ze zich nog net staande houden, in hun gerenoveerde omgeving niet meer. Het is niet zo dat ze niets nieuws willen, maar ze herkennen hun omgeving niet meer. Ze kunnen niet meer blindelings het lichtknopje vinden in het donker, de meubels die dertig jaar op dezelfde plek stonden moesten plotseling van plaats veranderen omdat er verwarming is aangelegd. De moderne douche die bij de renovatie werd aangebracht staat volgestouwd met onuitgepakte dozen van de verhuizingen van en naar de tijdelijke woning, want ach, die douche gebruiken ze toch niet, ze hebben het altijd gewoon met een teiltje gedaan.” En die o zo handige intercom heeft nog nooit gewerkt.

Ook het "sociale netwerk' waarin ouderen leven en functioneren kan danig verstoord raken door stadsvernieuwing: de buren die nog wel eens een praatje kwamen maken en een klusje deden, zijn vertrokken. Nu wonen er buitenlanders, met wie ze niet kunnen communiceren. En die koken zo raar, het ruikt nu zo eigenaardig in het portiek. En die jonge buren aan de andere kant zijn wel aardig, maar ze maken hun stoep nooit schoon. Dan blijkt ook nog eens dat de kruidenier de renovatie heeft aangegrepen om ermee te stoppen, waardoor de toch al zo ontheemde bejaarde nu veel verder moet lopen naar een winkel: een supermarkt waar ze niemand kennen.

Inherent aan deze "verstoorde netwerkjes' is, volgens Iwema Bakker, dat ouderen sneller vereenzamen en steeds vaker een beroep doen op de hulpverlening. Hij constateert de laatste vijf jaar een duidelijke stijging van het aantal aanvragen voor plaatsing in een bejaarden- of verpleeghuis en verstrekking van warme maaltijden. "Harde' cijfers ontbreken echter waar het gaat om de invloed van stadsvernieuwing op ouderen, omdat er veel factoren zijn die het welzijn van ouderen bepalen of iemand doen besluiten om te vertrekken: ouderdom, gezondheid, contacten. Stadsvernieuwing kan daarbij net "de druppel' zijn.

Veel ouderen wachten de vereenzaming echter niet af en vertrekken zelf naar een andere wijk, bijvoorbeeld naar een buurt waar familie woont. Opvallend is dat in Amsterdamse wijken die traditioneel veel ouderen telden, zoals De Pijp, nu nog maar 10,5 procent ouderen wonen (het gemiddelde in de hoofdstad ligt volgens de GG en GD op 20 procent per wijk).

Om de negatieve gevolgen van renovatie voor ouderen zoveel mogelijk te beperken is veel begeleiding nodig, zo blijkt ook uit het sociaalgeografisch onderzoek. Hulp bij het verhuizen van en naar de tijdelijke woning, goede voorlichting over de renovatie en opvang als blijkt dat er toch klachten zijn, moeten voorkomen dat veel mensen uit de buurt vertrekken, waardoor de sociale opbouw plotseling verandert, met alle gevolgen vandien.

“Sociale vernieuwing zou moeten volgen op stadsvernieuwing”, vindt wethouder A. Koopmanschap van stadsdeel De Pijp. “Stadsvernieuwing houdt niet op als de laatste steen is vernieuwd. De gevolgen zijn vaak nog heel lang merkbaar in de buurt. Mensen kennen elkaar niet meer, de sociale controle neemt af, de bewoners voelen zich niet meer betrokken bij hun buurt, vandalisme en onveiligheid nemen toe, ouderen willen daardoor niet meer in een benedenhuis wonen, maar kunnen om gezondheidsredenen niet op een bovenhuis wonen en gaan dan maar naar een bejaardenhuis, enzovoorts.”

Pas met de opkomst van het begrip "sociale vernieuwing' is er aandacht gekomen voor de ingrijpende gevolgen van stadsvernieuwing. Zo heeft het stadsdeel De Pijp, in een poging verstoorde "netwerken' te herstellen, sinds enkele maanden een "buurtmanager' in dienst die een bezoek brengt aan buurtbewoners die klachten hebben, vaak ouderen. Koopmanschap: “Je merkt nu al dat de wijkbewoners het prettig vinden dat iemand vaak nog dezelfde dag komt luisteren naar hun grieven. Onlangs trof de buurtmanager op een bezoekadres tien ouderen tegelijk aan die hun klachten hadden gebundeld.” Ook moet er een buurtconciërge komen, die verbonden is aan een bejaardentehuis, maar tevens klusjes doet bij bejaarden in de wijk. Zo werk je aan het herstel van sociale contacten.”