Skeelers

Voor de schaatsliefhebber ligt het ijs er 's winters altijd te kort. Als de eerste spierpijn weg is en de techniek weer bijgeslepen, zijn de ijsdagen meestal al weer geteld en kunnen de schaatsen in het vet.

Wie dan wil blijven schaatsen behelpt zich met een kunstijsbaan of koopt skeelers: rolschaatsen met vier of vijf wieltjes op een rij, waarmee men buiten het ijsseizoen op asfalt iets kan doen wat op schaatsen lijkt. Niet voor niets hebben skeelers zich een vaste plaats verworven in het zomerse trainingsprogramma van topschaatsers. De plezierschaatser die het op skeelers doet, heeft nooit meer spierpijn na de eerste ijspret, of wat voor aanloopverschijnselen dan ook.

Nederland is dooraderd met wegen die zich prima voor rolschaatsen lenen. Voor skeeleren moet ik eigenlijk zeggen.

Dat mag een weinig elegant woord zijn, de rolschaats (met vier wieltjes twee aan twee naast elkaar) verhoudt zich tot de skeeler als de dubbelloops kinderschaats tot de Noor. De meeste tochtjes die je kunt fietsen zijn op skeelers ook te doen. Het is nogal verbazend dat zo weinig mensen die van schaatsen houden de moeite nemen om met de skeeler kennis te maken. Schaatst de Nederlander om het schaatsen, of alleen voor de gezelligheid? Wie schaatst op wieltjes gaat na verloop van tijd schaatsen op ijs beduidend minder belangrijk vinden. Alleen al het feit dat je ervoor de deur uit moet.

Skeelers bind je onder in de huiskamer of in het uiterste geval in de keuken.

Natuurlijk hebben skeelers ook hun minder gelukkige kanten.

Tegenwind, hellinen en klinkers zijn funest voor het rijplezier. Rolschaatsen gaat al wat zwaarder en trager dan schaatsen en extra weerstand doet de snelheid nog verder teruglopen. De schaatsbeweging ontaardt dan al gauw in een potsierlijk soort wandelen. Een nat wegdek, zeker met pulp van dorre bladeren, ontneemt de skeelers ieder houvast zodat het lijkt of je op botte schaatsen schaatst. En rijden in de bebouwde kom is af te raden. Op skeelers ben je officieel een voetganger, dus op fietspaden en op de rijbaan riskeer je een bon. De meeste trottoirs zijn te smal. Overigens speel je met je leven, want op skeelers kun je niet remmen. Zet je ze dwars zoals je op het ijs doet, dan ga je meteen op je gezicht. Er zijn remblokjes in de handel die op de hiel worden gemonteerd (voet vooruit steken is remmen) maar waar die ook geschikt voor zijn, zeker niet voor een noodstop.

Vallen bij het rolschaatsen is niet prettig. Lekker doorglijden na een valpartij zoals op het ijs is er niet bij. Geen onschuldige blauwe plekken dus, maar meteen schaafwonden, builen en kneuzingen. Gelukkig kent het meeste asfalt geen verborgen scheuren dus vallen komt zelden voor.

In tegenstelling tot de meeste schrijvers in deze rubriek heb ik niet het beste materiaal dat er bestaat. De schoenen van mijn skeelers deugen niet. Die zijn van keiharde kunststof en reiken tot royaal boven de enkel. Het gevolg is dat de enkel in een houdgreep wordt genomen die een soepele slag onmogelijk maakt. Mensen met gammele enkels vinden die houdgrep juist een doorslaggevend voordeel. En er is eerlijk gezegd nog een goed argument voor stugge schoenen. Skeelers staan aan grotere krachten bloot dan schaatsen wegens de grotere weerstand van asfalt in vergelijking met ijs. Een al te soepele schoen is niet in staat om de skeeler goed onder de voet te houden. Het juiste compromis is voor iedereen anders.

Mijn kunststof schoen is voorzien van een zachte binnenschoen. Dat is comfortabel voor de voet maar te warm. En het harde kunststof eromheen ventileert niet. Gevolg: zweetvoeten. Tenslotte is die buitenschoen zo stug dat het vastsjorren van de veters geen enkel effect heeft. Eventuele loze ruimte rond de voet valt dus niet te elimineren. De voet gaat schuiven in de schoen en zo doet de stugge schoen een van zijn eigen voordelen, het fixeren van de voet ten opzichte van de schaats, teniet.

Gelukkig kan het anders. Bij vrijwel alle skeelers is de schoen van het frame af te schroeven, zodat er een andere kan worden gemonteerd. Confectie voor 100 tot 150 gulden, of maatwerk van over de 600 gulden. Over het algemeen moeten voor het laatste een paar goede sportzaken worden afgebeld, terwijl fabrieksskeelers en onderdelen bij sommige fietsenmakers te krijgen zijn. Wieltjes zijn ook los verkrijgbaar. Dat is belangrijk, in de eerste plaats in verband met slijtage. In de tweede plaats omdat het gewenst kan zijn om de wieltjes aan te passen aan het te verwachten wegdek. Heel harde op perfect egaal asfalt en zachtere voor trajecten met veel klinkers. Zachte wielen zijn trager op snel asfalt, maar op klinkers voorkomen ze dat de voeten gevoelloos worden van het schokken.

Een paar Taiwanese skeelers hoeft niet meer te kosten dan 250 gulden. Maar een uitrusting die is aangepast aan het lichaam, de smaak (kleuren kiezen is soms mogelijk) en aan het soort tochten dat in het verschiet ligt kost al snel ruim duizend gulden. Niet eens overdreven als je bedenkt dat schaatsen die een kwart van dat bedrag kosten elfeneenhalve maand per jaar ongebruikt in de kast liggen. Niet in dat bedrag begrepen is de ultieme accessoire van een schaats die de plaats van de wieltjes kan innemen. Waarmee de schaats zijn plaats definitief leert kennen.