Singapore, vrijheid of het geld

Het is een bekend verschijnsel in Azië: een autoritair bewind kondigt verkiezingen aan die uitzicht bieden op meer vrijheid, maar de gang naar de stembus komt zijn critici net even niet uit. Singapore is zo'n land, waar de vrijheid van meningsuiting beperkt is en het met de mensenrechten niet altijd even nauw wordt genomen.

Deze week kondigde premier Goh Chok Tong aan dat op 31 augustus vervroegde verkiezingen zullen worden gehouden, omdat Singapore, zoals Goh zei, “aan de verwachtingen van een electoraat dat meer wil, tegemoet moet komen”. Maar aan de oppositiepartijen is het niet besteed. Volgens de Arbeiderspartij gaat het om een “gore truc” van premier Goh om de verkiezingen met twee jaar te vervroegen.

Een opmerkelijke reactie die er eerder op wijst dat de oppositie, die bij de laatste verkiezingen in 1988 één van de 81 te verdelen zetels kreeg, weinig vertrouwen in eigen krachten heeft. Niet ten onrechte, sinds Singapore in 1965 onafhankelijk werd zijn er steeds verkiezingen gehouden, waarbij de oppermachtige People's Action Party (PAP), tot vorig jaar november geleid door premier Lee Kuan Yew, niet terugdeinsde voor enige gemanipuleer, maar het waren verkiezingen die toch steeds een betrekkelijk democratisch verloop hadden, met steeds dezelfde uitkomst: winst voor Lee's PAP.

Lee Kuan Yew regeerde 25 jaar onafgebroken met ijzeren hand, met scherpe regels voor de pers en voor de bevolking. Op kleine overtredingen, zoals het laten slingeren van afval of het niet doorspoelen van openbare toiletten staan al forse geldstraffen. Voor zijn harde bewind kreeg Lee keer op keer een mandaat van de Singaporezen. De bevolking van de stadstaat (2,4 miljoen zielen, van wie driekwart Chinezen) koos voor de man die hen in korte tijd een ongekende welvaart had gebracht en nam enige beperkende maatregelen kennelijk graag op de koop toe.

Lee Kuan Yew maakte van Singapore een welvarend en superschone staat die model staat voor andere Aziatische landen. De leider van communistisch China, Deng Xiaoping, heeft zijn bewondering voor de op en top kapitalist Lee nooit verborgen. “Hadden wij in begin maar zo'n leider gehad”, dacht Deng eens hardop.

Zuid-Korea heeft een soortgelijke ontwikkeling gekend, al was daar tot 1987 sprake van een militaire dictatuur. Zuid-Korea ontwikkelde zich onder de militairen tot een rijk land. Toen de Zuidkoreanen in 1987 eindelijk vrij konden kiezen, kreeg Roh Tae Woh, een naaste medewerker van de laatste dictator Chun Doo Hwan de meeste stemmen en niet de oppositie.

Ook al werd Goh Chok Tong, een vertrouweling van Lee, in november de nieuwe premier van Singapore, algemeen werd aangenomen dat de gehaaide Lee achter de schermen de macht zou houden. De door Goh aangekondigde versoepeling van de sociale beperkingen luiden echter een verandering in, die tot twee conclusies kan leiden. Mogelijk wilde Lee Kuan Yew de maatregelen in de laatste jaren van zijn bewind zelf ook al doorvoeren, maar liet hij dit liever aan een opvolger over om zijn imago van de ijzeren man hoog te houden. Of Goh is toch sterker dan werd aangenomen en heeft Lee gepasseerd. Waarnemers in Singapore houden het op het eerste.

Voor de politieke ontwikkelingen maakt de vraag wie de feitelijke macht uitoefent voorlopig weinig uit. De Singaporezen is vrijheid beloofd. “De mensen hebben een gevulde maag en een gevulde portemonnee. Het ligt voor de hand dat ze nu ook meer vrijheid van meningsuiting willen”, zo omschreef Goh Chok Tong de gevoelens die hij vermoedde onder de Singaporezen.

Welke vrijheden Goh wil doorvoeren is niet erg duidelijk. In toespraken heeft hij het alleen over een versoepeling van de censuur gehad, maar over een door de oppositie gewenste verandering van het kiessysteem sprak hij niet. De regeringspartij heeft door het districtenstelsel een groot voordeel, de huidige 80 zetels voor de PAP werden verkregen met niet meer dan 61 procent van de stemmen. In dat opzicht is het wantrouwen van de oppositie gerechtvaardigd.

Daar blijft tegenover staan dat de meeste Singaporezen de harde politiek van Goh en Lee kennelijk een warm hart toedragen. Heet dat ook democratie, wanneer een bevolking bij opeenvolgende verkiezingen stemt voor zekerheid en voor een beperkte vrijheid van meningsuiting?