"Nanterre is geen echt getto, want je kunt er wel uit. Alleen weet je niet waarheen'; In de woontorens stapelen de problemen zich op

In de wijk Chemin de l'Isle kun je langs de oever van de Seine niet zitten of wandelen. Je kunt er alleen maar kijken naar de overkant, naar de luxueuze villa's die verscholen liggen tussen het groen. Deel drie in een serie over getto's in Europa.

Op weinig meer dan een steenworp ten westen van La Défense, de futuristische wolkenkrabberwijk aan de rand van Parijs, ligt Nanterre. Deze stad met 87.000 inwoners is wel zichtbaar maar niet herkenbaar voor de toerist op het dak van de Grande Arche, de witte glorie van het Mitterrandisme. Nanterre is een anonieme stedebouwkundige chaos van gewone burgermanswoningen, flats, grote gebouwen, nieuwe en oude wijken, spoorlijnen op hoge dijken en industrie, veel industrie, vooral nabij de Seine die de westelijke grens van de gemeente vormt. Dwars door de stad loopt een vierbaansweg, die onderdeel wordt van de autoweg (A 86) die de noordwestelijke Parijse banlieue doorsnijdt.

De toerist heeft in Nanterre niets te zoeken. Er zijn geen bijzondere attracties of indrukwekkende gebouwen. De Seine-oever is bereikbaar via twee straten met aan weerszijden industrieterreinen, autoslopers, loodsen, kleine bedrijven en grote opslagtanks van Shell. Maar je kunt er niet zitten of wandelen, je kunt alleen maar kijken naar de overkant, naar de luxueuze villa's van Chatou en Croissière-sur-Seine die verscholen liggen tussen het groen.

Tussen de Seine en de vierbaansweg ligt Chemin de l'Isle, een wijk met 13.000 inwoners die representatief is voor de samenleving in de Parijse voorstad: werkloosheid, uitgewoonde woontorens, legale en illegale immigranten en drugs. Er is welgeteld één klein winkelcentrum, met een bar waar 's avonds alcoholisten, dealers en verslaafden rondhangen.

Voorzover er iets bijzonder is in Nanterre, dan zijn dat de affiches van de gemeente. Ze tonen de burgemeester tevens senator, Jacqueline Fraysse-Cazalis, en daaronder de volgende leuzen: "Versterking van de eenheid van de stad', "Het bewaren van de evenwichten', "Het ontwikkelen van banden tussen de wijken' en, ten slotte, "Om goed in hun stad te leven, weten de Nanterriens zich te verenigen'. Dit is de vertrouwde taal van het orthodoxe communisme, dat in Nanterre een oud en onbedreigd bastion heeft. Sinds 1935 is de Parti Communiste hier onafgebroken aan de macht.

In de huidige gemeenteraad, die 53 leden telt, beschikken de communisten met 28 zetels over de absolute meerderheid. Er zijn twaalf socialisten die op een gemeenschappelijke lijst met de CP zijn verkozen, drie Groenen en tien afgevaardigden van rechtse partijen. Straten zijn vernoemd naar Stalingrad en Lenin, en uiteraard naar vroegere Franse CP-leiders als Maurice Thorez en Waldeck Rochet. De weg die de Chemin de l'Isle scheidt van de rest van de stad en die onderdeel zal vormen van de autoweg die nu in aanleg is, heet Avenue de la Commune de Paris. Nanterre onderhoudt banden met zustersteden die niet toevallig zijn gekozen: Watford in Engeland, Zilina in Tsjechoslowakije, Novgorod in wat hier nog de USSR heet, Craiova in Roemenië, het Italiaanse Pesaro en ten slotte Tlemcen in het westen van Algerije, de thuisbasis van Ben Bella, een van de leiders van de Algerijnse vrijheidsstrijd.

Nanterre heeft nog een andere traditie: al vele tientallen jaren is het een centrum van immigratie. Tussen de twee wereldoorlogen kwamen duizenden Italianen, op zoek naar werk of op de vlucht voor het fascisme, naar Nanterre. In de jaren vijftig volgden de immigranten uit de Maghreb, vooral uit het westen van Algerije. Nanterre was destijds, en nog vele jaren nadien, berucht om zijn immense "bidonvilles', de wijken van zelfgebouwde huizen en hutten en alle mensonterende toestanden die daarmee gepaard gingen. De bidonvilles werden later vervangen door de zogenoemde cités de transit, "doorgangskampen' met maar weinig betere behuizing. Het laatste kamp is pas vijf jaar geleden afgebroken.

Negentien procent van de bevolking van Nanterre bestaat uit immigranten. Hoewel de stad 38 nationaliteiten telt, komt het overgrote deel van de immigranten uit het westen van Algerije. De meesten wonen in Chemin de l'Isle, in achttien woontorens van 16 verdiepingen, die twintig jaar geleden zijn opgetrokken en nu een monument van stedebouwkundige malaise vormen: overvolle parkeerplaatsen, veel te weinig en slecht onderhouden groen, een enkel door gammele hekken omgeven sportveldje, hier en daar een kleine crèche, een moskee die niet meer is dan een gebedsruimte. Voor de oudere generatie Algerijnen, die de misère van de bidonvilles en de doorgangskampen hebben meegemaakt, waren de appartementen die de staat hier voor hen bouwde, een enorme verbetering. Voor de jeugd - 35 procent van de bevolking van de wijk is jonger dan 19 jaar - is de buurt een "getto'. Niet een echt getto natuurlijk, geeft een jonge Algerijnse Fransman toe: “Je kunt er wel uit, maar je weet niet waarheen”.

“In Chemin de l'Isle komen alle problemen van de Parijse banlieue samen”, zegt Michel Maso, een charmante dertiger die wethouder is voor jeugdzaken en informatie. “Werkloosheid, gebrekkige huisvesting, een schreeuwend tekort aan goedkope appartementen en huizen (Nanterre heeft officieel meer dan 2.500 ingeschreven woningzoekenden), geen voorzieningen, veel mensen die van een minimum-uitkering moeten leven. De spanningen leiden soms tot racistisch gedrag. De jeugd wordt bedreigd door de plaag van de drugs.”

Wat kan Nanterre daar tegenover stellen? Maso: “Hier bestaat een traditie van solidariteit en voluntarisme. Wij moeten ons voortdurend blijven inspannen om het sociale isolement (exclusion) te bestrijden. Het is een race tegen de klok”.

De communistische stadsbestuurders gaan volgens hun bekende methoden te werk: bewustwording en mobilisatie, vorming van massa-organisaties en het beklemtonen van de solidariteit. De gemeente werkt samen met negentien verenigingen in Chemin de l'Isle. Wat de jeugd betreft zegt Maso: “We proberen een waarachtige solidariteit met de jongeren in de praktijk te brengen. Onze begroting voor het jeugdbeleid is een miljard centimes (een kleine drie miljoen gulden). Deze zomer brengen 2.500 kinderen uit Nanterre op kosten van de gemeente een vakantie door op het platteland en aan zee. Daarnaast hebben we voor Chemin de l'Isle een groot programma voor de renovatie van de woontorens en andere appartementsgebouwen; niet een streek nieuwe verf, maar vernieuwing binnen en buiten. Eenderde deel daarvan is gerealiseerd, voor eenderde deel zijn de kredieten beschikbaar gesteld en voor het ontbrekende derde deel zijn we in de slag om het benodigde geld te krijgen”.

Ook op nationaal niveau is de Chemin de l'Isle als probleem onderkend. Als enige wijk in Nanterre maakt Chemin de l'Isle deel uit van de 400 wijken in geheel Frankrijk waarvoor de socialistische regering een "sociaal ontwikkelingsplan' heeft ontworpen. Daarnaast is de wijk al in het begin van de jaren tachtig opgenomen in de "zones voor prioritair onderwijs', een programma van het ministerie van onderwijs. Maar de race tegen de klok is verscherpt door de komst van de drugs, de plaag die overal als een dodelijke ziekte voortwoekert. De "hete driehoek' van de Parijse voorsteden - Gennevilliers, Nanterre, Colombes - staat in het Franse klassement over de aantallen drugsverslaafden tweede achter Parijs zelf, en in de eerste plaats wat betreft aantallen aids-patiënten en met het HIV-virus besmette drugsgebruikers. Negen van de tien verslaafden in de "driehoek' is seropositief.

“Ze komen op het dak bijeen om te spuiten”, zegt de conciërge van een woontoren, die in haar beroep al vijftien jaar vertrouwd is met de problemen van Chemin de l'Isle. Dat is een betrekkelijk nieuw verschijnsel, want het drugsgebruik was tot voor kort beperkt tot hasj, hier beter bekend als "shit'. Maar sinds ruim een half jaar zijn cocaïne en, in aanmerkelijk mindere mate, heroïne in opmars. In februari deelden dealers gratis hard-drugs uit om een nieuwe markt te vormen, vertelt Eric Amanou, een animator van de gemeentelijke afdeling jeugdzaken die spijtig vaststelt dat alle pogingen om verslaafden "sociaal te begeleiden' geen effect sorteren. Het cocaïnegebruik is sindsdien snel toegenomen. De handel speelde zich af bij het enige café van het winkelcentrum, onder de ogen van de politie die in een huis aan de overkant van de straat een permanente waarnemingspost heeft.

Een groep jonge "Maghrebiens' (voornamelijk vijftien- en zestienjarigen van Algerijnse afkomst) veroorzaakte eind maart een incident dat tot grote koppen boven de verhalen in Le Parisien en andere bladen leidde omdat, zo zegt Eric Amanou, “Chemin de l'Isle in Parijs nu eenmaal een zeer slechte naam heeft”. Ongeveer 150 jongeren, de meesten vijftien of zestien jaar oud, gingen dealers en verslaafden te lijf bij het café in het winkelcentrum, dat met stenen werd bekogeld en door de politie met enige moeite tegen brandstichting kon worden beschermd. “We hebben genoeg van de dealers en de "toxicomanes' die hun spuiten in de zandbakken voor de kleintjes en overal elders achter laten”, was de motivatie achter deze uitbarsting van geweld tijdens de Ramadan, de islamitische vastenperiode.

De meeste jonge Algerijnen in Chemin de l'Isle tonen zich nu skeptisch over het effect van de actie. “Er zijn minder dealers, maar de handel heeft zich verplaatst”, zegt de een. “Verslaafden zijn alleen maar wat voorzichtiger geworden”, zegt een ander. Voor wie geen verschil maakt tussen soft- en harddrugs - en formeel bestaat daar in Frankrijk geen verschil tussen - is er ook sprake van hypocrisie. “Veel van die jongeren die stenen door de ruiten van het café gooiden, gebruiken zelf hasj”, adus weer een andere, wat oudere Algerijn, die vermoedt dat er ook sprake is van concurrentie tussen soft- en harddrugsgebruikers.

Weer anderen zien in het optreden van de jongeren een aanwijzing dat het islamitische fundamentalisme dat verplicht tot een strikte gedragscode, in Chemin de l'Isle aan aanhang wint. Eric Amanou is van dat laatste niet zeker. Hij meent dat door de oorlog in de Golf, waar Franse troepen tegen Arabische soldaten streden, “de trots van de maghrebiens is gekrenkt”. “Je hoort nu praten over een heilige oorlog, je ziet jongens van veertien die vijf keer per dag bidden. Er is een terugkeer naar de godsdienst, maar die was er al eerder, misschien een of twee jaar geleden al, en het is nog te vroeg om te kunnen beoordelen welke gevolgen dat zal hebben.”

Voor de Algerijnse eigenaar van het reisbureau in het winkelcentrum, een dertiger, is het drugsprobleem ondergeschikt aan wat hij beschouwt als het begin van alle kwaad in Chemin de l'Isle, het falen van de politiek “of het nu de communisten zijn of de anderen”. Maar er is nog een andere factor, meent hij: “Wij (en daarmee bedoelt hij vooral ook zijn ouders) kwamen naar Frankrijk met één doel. Je wilde een beter leven, een bestaan opbouwen en wij hebben ervoor gewerkt. De nieuwe generatie is anders. Ze heeft geen doel meer”.

De conciërge van de woontoren, een frisse vrouw van in de veertig, houdt zich verre van de politiek. Zij weet nog hoe de bidonvilles waren. Zij weet dat de huren - 700 tot 800 gulden per maand - voor Parijse begrippen laag zijn voor “mooie appartementen met vier slaapkamers”. En wat de immigranten uit Algerije betreft: “De meesten zijn een beetje vies. Ze laten alles slingeren. Maar aan de andere kant woont tegenover mij een Algerijns echtpaar met negen zonen en die zijn weer impeccable, om door een ringetje te halen. Het hangt van de mensen zelf af”.

Nanterre is een bijzonder model van integratie. De immigrant moet zich, zoals overal in Frankrijk, aanpassen. Daarnaast is er de traditie van tientallen jaren communisme, dat het proletariaat aller landen dat hier is aangekomen verenigt. Maar dat neemt niet weg dat, zoals wethouder Maso zegt, “duizenden jongeren hier in moeilijkheden verkeren”.

De sociologische en culturele benadering van de problemen van de "tweede generatie' immigranten - het wegvallen van ouderlijk gezag, onvoldoende scholing om een baan en dus een eigen woning te kunnen krijgen - spreekt hem niet aan. Getrouw aan de analyse van de PCF en de traditie van Nanterre - “er zijn hier heel wat mensen aan een nieuw bestaan begonnen” - blijft het "gebrek aan werk' voor het stadsbestuur van Nanterre het kardinale vraagstuk. Maso: “Als stad werken we in een geest van waarachtige solidariteit, we doen aan preventie, we begeleiden de jeugd, we hebben vakantieprogramma's, maar het grote gevaar blijft toch dat men in plaats van echte oplossingen Ersatz aanbiedt - u kent dat woord toch?”