Na de triathlon is ze eufoor, lijken haar vermoeide voeten te dansen; "Ik heb meegekregen dat je moet afmaken waar je mee begint'; "We gaan wel diep, maar zelfkwelling hoort bij topsport'

De 30-jarige THEA SYBESMA, wereldrecordhoudster op de hele triathlon, is vanmorgen bij de Europese kampioenschappen in Almere gestart als favoriete. Een twijfelachtige eer, vindt ze de frêle Friezin met de blauwe ogen en de fiere blonde borstel. Over het genot van de triathlon, de eenzaamheid en haar killersmentaliteit.

Thea Sybesma weet nog goed wat ze dacht toen ze voor het eerst tv-beelden van een triathlon zag: “Dat nooit. Daar begin ik niet aan.”

De beelden van uitgeputte mensen die strompelend over de finish kwamen, wekten spontaan haar aversie. “Daar heb je weer zo'n rage” dacht ze. En: “Typisch Amerikaans.” En: “Het zijn toch een beetje gekken die dat doen.”

Zelfs toen ze zich bijna vijf jaar geleden meldde bij de triathlonafdeling van het Groningse GVAV peinsde ze er nog niet over om ooit een hele triathlon doen. Ze mikte op de kwartvariant van dat nummer. Wat haar al snel “wel aardig” af bleek te gaan. Zo “groeide ze langzaam toe” naar het complete nummer. “Op een gegeven moment wordt alles normaal.”

Ze had altijd al een hang naar sport gehad, hoewel ze uit een volstrekt a-sportief gezin kwam. Als schoolmeisje had ze op de boerderij van haar ouders in het Friese Idskenhuizen al liever met de voetbal dan met de pop gespeeld. Later had ze gevolleyd, getennist, de halve marathon gelopen. En altijd was ze “heel fanatiek” geweest, welke sport ze ook deed. Maar telkens was ze toch ook weer gestopt. Hoewel ze van huis uit had meegekregen dat je moet “doorzetten” en “afmaakt waaraan je begint”. “Weer een nieuwe sport?”, had haar moeder sceptisch gevraagd toen ze aan triathlon begon.

Achteraf zegt ze dat ze een soort Odyssee heeft moeten ondergaan, voordat ze de sport vond die bij haar past. Eerst moest ze ervaren dat ze niet geschikt voor teamsport is, omdat ze zich “ongelukkig” voelt als ze zich moeten conformeren “aan de instelling van een groep”. Ook moest ze ontdekken waar ze nou eigenlijk goed in was. Want ze “had altijd de ambitie om de top te bereiken.”

Thea Sybesma bleek geschapen voor de triathlon. En andersom. Volgens begeleider Jos Geijsel, inspanningsfysioloog en jarenlang trainer van Axel Koenders, heeft ze alle eigenschappen die een triatleet moet hebben. Een triatleet op topniveau, zegt Jos Geijsel, mag vooral niet te zwaar zijn, want dat breekt hem op de marathon op. Een triatleet moet ook veel rood spierweefsel hebben, dat hem in staat stelt een gegeven arbeid lang vol te houden, in het geval van de triathlon meer dan een werkdag lang. En hij moet goed bestand zijn tegen kou en warmte: koude bij het zwemmen, warmte bij de marathon.

Thea Sybesma weegt 56 kilo bij een lengte van een meter drieënzeventig. En ook aan die andere eisen voldoet ze volgens Geijsel met verve. Vrouwen, zegt hij, zijn toch beter toegerust voor duursport dan mannen. Ze hebben nou eenmaal “meer langzaam spierweefsel” en een hoger percentage vet wat zorgt voor isolatie. Ook “koelen ze efficiënter dan mannen”. “Mannen zijn bruuske zweters. Het water kan in druppels langs hun lichaam lopen. Vrouwen zijn verfijnde zweters bij wie het vocht vernevelt. Dat leidt tot minder vochtverlies.”

Belangrijker dan die lichamelijke kenmerken is de mentale gesteldheid, meent Geijsel. Want “de mentale belasting bij de triathlon is heel erg groot”. Voor buitenstaanders, beseft hij, lijkt 3,8 kilometer zwemmen, 180 kilometer fietsen en 42 kilometer hardlopen “geestdodende slavenarbeid”. Maar in werkelijkheid vergt de triathlon “constante concentratie, voortdurende alertheid. “Ondanks een slopende inspanning” moet de triatleet steeds letten op concurrentie, op voeding, op versnellingen. “Ook als hij het moeilijk krijgt. Ook als hij vermoeid raakt. Vóór de wedstrijd weet iedereen wat hij doen moet. Maar om dat waar te maken in de wedstrijd, mag je je hoofd geen seconde verliezen.” Dat is volgens Geijsel ook de reden dat de meeste top-triatleten een hoge opleiding hebben. “Het zijn mensen die gewend zijn zich te concentreren, urenlang bezig te zijn met een studie, hun hoofd te houden bij hun werk.”

Volgens Jos Geijsel is dat de grote kracht van Thea Sybesma: haar concentratievermogen. In één adem roemt hij haar talent om te plannen, haar rust en stressbestendigheid. “Een triatleet mag zich niet laten gek maken als een concurrent opeens van hem wegrijdt, of als hij een por krijgt bij het zwemmen, of als hij twee minuten achterop raakt door een lekke band. Hij moet van zijn eigen vermogen overtuigd blijven en geduld kunnen opbrengen, wetend dat de wedstrijd nog lang is. Thea kan dat perfect.”

Thea Sybesma bewees haar talent door in enkele jaren door te stoten naar de wereldtop. Vorig jaar won ze de triathlon in Almere in een Europese recordtijd, eindigde als tweede op het Europees kampioenschap halve triathlon in Trier en werd Europees kampioen op de kwart triathlon. Daarnaast pakte nog ze de Europese en wereldtitel op het onderdeel run-bike-run, een triathlon-variant waarbij het zwemmen als eerste nummer is vervangen door het lopen. Dit jaar toonde ze opnieuw spectaculaire vooruitgang. Ze verbeterde het wereldrecord triathlon met ruim vijf minuten (8.55.29) bij een wereldcircuit-wedstrijd in het Duitse Roth.

De Friezin, die inmiddels in Almelo woont, zegt dat “niets zo motiveert als succes”. Tegelijkertijd zegt ze dat nooit al die moeite zou doen - 10 tot 12 uur wekelijks trainen in de winter, 15 tot 20 uur in de zomer, 25 tot 30 voor een grote wedstrijd - “alleen voor de bekers”. “Voor bekers kun je niet leven.” Belangrijker is dat ze het “heel lekker vindt om lichamelijk zo actief te zijn”, dat ze geniet van “het wereldje” waarin ze terecht is gekomen, van de “redelijke vrijheid”. “Ik heb het gevoel dat ik een zelfgekozen leven leid.”

Inmiddels kan ze met een gerust hart zeggen dat het beeld wat de meeste mensen nog altijd hebben van de triathlon, de karikatuur die haar aanvankelijk ook voor ogen stond, niet klopt. Tenminste niet op topniveau. Voor recreanten mag misschien nog gelden dat dat de triathlon een soort van kruisgang is, waarbij ze hun grenzen verkennen en gretig overschrijden, topsporters weten precies wat ze doen en hoever ze kunnen gaan.

Het Nederlandse cliché van de triathlon als overlevingstocht voor masochisten is in de hand gewerkt door de registraties van de Avro, meent Thea Sybesma. Uitzendingen van de Avro hebben onmiskenbaar bijgedragen tot popularisering van de sport, maar ze legden wel teveel de nadruk op spektakel, op het drama. Camera's toonden een voorliefde voor oudere deelnemers “die kapot gingen, die overgaven, die stonden te janken”. “Ik weet wel: dat is wat de mensen willen zien. Maar de topsport haal je zo omlaag.”

Thea Sybesma zegt dat topsporters “niet voor lijk” over de streep komen. Topsporters zijn na afloop niet “total loss”. “We gaan wel diep maar dat doet een 100 meter-loper ook. Zelfkwelling hoort bij topsport.”

De "morning-after' heeft ze overal pijn. Maar de tweede dag voelt ze zich alweer herstellende. De derde dag begint ze al zin in lopen en fietsen te krijgen “want dat hoort toch een beetje bij de verslaving”. En de vierde dag geeft ze voorzichtig aan dat verlangen toe.

De pijn tijdens de triathlon zelf is ze dan allang vergeten. “Die vergeet je zo snel”. Ze zou bij voorbeeld niet meer weten hoe ze zich vorig jaar gevoeld heeft in Almere. Misschien maar goed ook, erkent ze. “Anders durf je niet meer.”

Thea Sybesma kan “redelijk goed onderscheiden” welke pijn ze serieus moet nemen en welke pijn ze trotseren mag. Alleen verbindt ze aan die kennis niet altijd de goeie conclusie, geeft ze toe. Zoals toen die pees ging opspelen waarvan ze al eerder last had gehad. Toen koos ze toch voor het volbrengen van haar duurloop. “Dom, natuurlijk.” Opgeven gaat haar niet zo makkelijk af.

Ze zegt dat ze zich wel eens eenzaam voelt als triatleet. Niet in een wedstrijd als ze zich omringt weet door collega's. Ook niet in de weken voor de wedstrijd als ze, zoals voor Almere, in trainingskamp is met andere pupillen van Jos Geijsel: Mark Koks, Frank Heldoorn en Katinka Wiltenburg. Maar als ze verkeert met andere mensen: “normale mensen met een normale baan”. “De meeste mensen snappen niet waarmee je bezig bent; ze realiseren zich niet wat erbij komt kijken. Je kunt het wel vertellen. Maar je moet het ook voelen. Andere triatleten met ambitie hoef je niks uit te leggen.”

Andere triatleten aan de top begrijpen ook direct wat Thea Sybesma bedoelt als ze zegt dat “iedereen in de wedstrijd een ander mens is”. In het dagelijks leven is ze kordaat en zelfverzekerd maar ook beminnelijk en sociaal. Tijdens de wedstrijd verandert ze in een nietsontziende egoïste voor wie alleen van belang is zo snel mogelijk binnen te komen. “Ten koste van alles. Dan heb je echt even oogkleppen op.” En wee degene die in de weg staat. Wee als haar schoenen niet op de juiste plaats liggen. Dan kan ze zomaar beginnen te schelden. Iets waarover ze zich achteraf steeds weer verbaast. “Maar het hoort erbij als je wilt winnen.” Ze zegt het lachend maar ze meent het: “Dat is mijn killersmentaliteit.”

Een ander mens is ze ook als ze de finish gepasseerd heeft. Dan is ze “zo eufoor, zo vreselijk uitzinnig”. Ze praat dan zonder stoppen. “Met iedereen, in alle talen.” Haar vermoeide voeten lijken te dansen. Ze voelt dan ook geen pijn meer. “Het is een pure roes.”

Jarenlang heeft ze naast de discipline van haar intensieve training ook nog de discipline opgebracht voor haar medicijnenstudie. Maar ze is blij dat ze die studie in januari van dit jaar voltooid heeft. “Want het was toch altijd haasten.” En het zijn twee heel verschillende werelden. “Als je topsport wilt bedrijven, kun je er eigenlijk niks bij hebben.”

Toch heeft ze nooit overwogen haar studie te stoppen, hoewel dat “wel verleidelijk was geweest”. Maar opgeven hoort niet bij haar opvoeding, zegt ze vastberaden. “Na zoveel jaar studeren kap je er niet mee.” Daarbij zou dat ook heel onverstandig zijn geweest, zegt ze. Want ze heeft nu wel even voor topsport gekozen. Ze krijgt een basisinkomen van sponsor Adia Keser. Maar topsport “is betrekkelijk”, topsport “is tijdelijk”. Daarna heeft ze ook nog ambities. Ze voelt weinig voor “een leeg bestaan”.

Om de voeling met het vak niet te verliezen blijft ze onderzoek doen bij de afdeling orthopedie van een ziekenhuis in Leeuwarden: in de winter een dag per week. Ze is vast van plan er in de winter nog iets bij te zoeken, misschien via een uitzendbureau. Omdat ze “steeds weer nieuwe prikkels” nodig heeft. “Als ik het druk heb, ben ik op mijn best.”

Dit seizoen heeft ze nadrukkelijk ook gekozen voor nieuwe prikkels. Ze wil vandaag graag eerste worden op haar eerste Europese kampioenschap triathlon. Ze wil ook graag “hoog eindigen” bij de wereldkampioenschappen in het mekka van de triathlon: half oktober in Hawaii. Verder verdedigt ze haar internationale titels op de kortere varianten van de triathlon en op de duathlon, die andere naam voor run-bike-run. Maar dat komt “toch een beetje op de tweede plaats”.

Kwart triathlon, halve triathlon, dubbele triathlon, wintertriathlon. En dan ook nog duathlon. Thea Sybesma zegt dat ze het wel erg veel varianten vindt voor zo'n jonge sport als triathlon nu eenmaal is. Ze zegt dat het “niet goed is en onduidelijk voor het grote publiek”. Tegelijkertijd erkent ze dat “deze ontwikkeling zich niet laat tegenhouden”. “Hoeveel onderdelen telt de atletiek niet? Maar dat is een tak van sport die meer historie heeft.”

Volgens Thea Sybesma begint de triathlon langzaam volwassen te worden. Je ziet het aan de verbeteringen van records die niet meer met sprongen gaan maar met stevige stappen. “Toch zijn de grenzen nog lang niet bereikt”, meent Thea Sybesma. Ze is ervan overtuigd dat die stelling ook voor haar eigen grenzen geldt.