Lefebvre: basis Nederlands cricket te smal

HAARLEM, 17 AUG. Roland Lefebvre wil er toch vooral op wijzen dat de Nederlandse cricketwereld realistisch moet blijven. Na de tweede wedstrijd tegen de West-Indies, die Nederland gisteren in Haarlem kansloos verloor (230 tegen 140), is enige bescheidenheid best op zijn plaats, meent Lefebvre, die dit seizoen als professional een basisplaats veroverde bij de Engelse county Somerset.

“Als West-Indië ons als een serieuze tegenstander had beschouwd en had gespeeld zoals deze zomer in Engeland, hadden ze bij wijze van spreken 500 runs gemaakt tegen Nederland. Dit uitstapje is voor hen pure ontspanning. Ze genieten van een avondje Amsterdam en van de afwezigheid van de Engelse roddelpers.”

De Nederlandse overwinning op West-Indië, donderdag, is volgens Lefebvre slechts van publicitaire waarde voor de cricketsport in Nederland, maar kan een gevaarlijke uitwerking hebben op de "bobo's'. “Sommigen denken dat de stap tussen Nederland en de top kleiner wordt. Maar hier gaan we echt niet op vooruit. Je hebt meer aan een tour van vier weken door Engeland.”

De basis van het Nederlandse topcricket is volgens de Rotterdamse allrounder zo smal, dat elke vergelijking met de Engelse county's misplaatst is, laat staan met de wereldtop, zegt Lefebvre. Het grootste verschil zit volgens hem in de wickets waarop wordt gespeeld. De kwaliteit van de Nederlandse wickets (een kokosmat over een gravelstrook) is geen wereldkampioen waardig. “De bal stuitert hier zo onregelmatig, dat zelfs de Westindische batsmen zich niet konden aanpassen. Ik kon met een aanloopje van vier stappen op hen bowlen, ze kregen de bal toch niet weg. Dat hoef ik in Engeland niet te proberen.” De kritiek op de armoedige kwaliteit van de Nederlandse cricketvelden is niet nieuw. “In de jaren zeventig was dit een probleem, nu is het een probleem en over twintig jaar is het nog steeds een probleem.”

Nederland moet dus de boer op en zoveel mogelijk op Engelse graswickets te spelen. Lefebvre: “Het zou interessant zijn als Nederland in een Engels cuptoernooi zou kunnen meespelen. Maar ik ben bang dat veel mensen teleurgesteld zullen raken over het werkelijke verschil tussen een Engelse county en Nederland.”

In het voorseizoen was het Nederlands elftal een paar dagen in Engeland om zich te meten met county's als Leicestershire, Warwickshire en Essex, maar in geen van die wedstrijden kon Nederland het de tegenstander echt lastig maken. Lefebvre heeft weinig hoop dat Nederland ooit het predikaat "B-land' van zich zal afschudden. “We hebben met het elftal vijf of zes vette jaren achter de rug, maar in de breedte zijn we niet sterker geworden. Nu spelen André van Troost, Paul-Jan Bakker en ik in de Engelse competitie, maar als wij niet met Nederland meespelen valt er direct een gat. De KNCB zal zuinig moeten zijn op deze spelers, die misschien een voorbeeld kunnen zijn voor jongeren in Nederland. Ik kon zondag voor de competitie meespelen met VOC (Lefebvres oude club, red.), maar de KNCB hield dit tegen omdat ik in het buitenland speel. Het zou competitievervalsing zijn. Maar op die manier verlies je deze jongens voor het Nederlandse cricket.”

Het publiek in Haarlem (5.500 toeschouwers in twee dagen) had geen enkele moeite met het krachtsverschil tussen beide landen, dat pas gisteren goed duidelijk werd. De veelbesproken "koning' van West-Indië, Viv Richards, deed wel mee, maar kon met zijn drie runs de hoge verwachtingen op geen enkele manier waarmaken. Zijn gedoodverfde opvolger Richie Richardson, de enige van de jongere Westindische batsmen die in de voetsporen van de generatie-Richards kan treden, scoorde in korte tijd 68 runs.