Jaloezie oorzaak NVG-crisis termijnhandel

ROTTERDAM, 17 AUG. De goederentermijnhandel lijkt te bezwijken aan een machtsstrijd tussen de twee grootste handelshuizen van Nederland. Afgunst en jaloezie tussen de firma's Limako en Kesperry veroorzaakten deze week een bestuurscrisis binnen het bestuur van de branchevereniging NVG.

De donkere wolken die al jaren boven de goederentermijnhandel hangen, veroorzaakten deze week een hevig onweer. Twee leden van het NVG-bestuur, G. van Dam van Geldermann en H. van Stokkum van Limako, stapten op. Zakelijk overleg zou niet meer mogelijk zijn door “ernstige verstoring van de onderlinge relaties”, zo werd gemeld. Maar volgens welingelichte bronnen hebben Van Stokkum en Van Dam “de macht helemaal naar zich toe getrokken” en komen zij de concurrentie “even vertellen wat zij wel en niet mogen doen”.

De onrust ontstond naar aanleiding van een besluit dat het NVG-bestuur vorige maand nam om uitwassen in de handel tegen te gaan. Het bestuur maakte daartoe de maximum provisie tarieven ongedaan. De provisie voor "limited liability rekeningen' - een rekening waarmee de belegger zijn verlies kan beperken - zou per 1 januari verlaagd worden van 380 dollar tot 250 dollar. Tussenpersonen die transacties aanbrengen bij een aan de goederentermijnbeurs geregistreerde makelaar, zouden door die nieuwe regel in plaats van 200 dollar nog maar 75 dollar verdienen. Halverwege deze week werd deze beslissing echter weer ongedaan gemaakt. Elke makelaar mag zijn eigen tarief blijven berekenen.

Aan het NVG-bestuursconflict lijkt een generatieconflict ten grondslag te liggen. De overgebleven bestuursleden R. van Oostveen van Kesperry Nederland en A. Verhoef van Pelham Trading Company, zijn vertegenwoordigers van de zogenoemde “jonge huizen”. Deze handelshuizen hebben voornamelijk twintigers in dienst die “goed getraind, zeer gewiekst en superenthousiast” worden genoemd. De jonge huizen schieten als paddestoelen uit de grond en onderscheiden zich door zeer intensieve telefonische verkoop van termijncontracten.

Tegenover de jonge generatie staat de "gevestigde handel' waartoe de huizen Geldermann en Limako zich rekenen. Zij werpen zich vooral op als beschermheren van de beroepsethiek en zijn grote tegenstanders van het in hun ogen “agressieve belcircuit”.

Als onafhankelijke orgaan dat boven alle partijen staat, is in 1983 de NVG opgericht. Via intern toezicht wilde de NVG de handel zuiveren van dubieuze bedrijven en agressieve makelaars. Maar juist de NVG veroorzaakt nu de grootste onrust op de goederentermijnhandel.

De betrokkenen willen op dit moment niets kwijt over de achterliggende factoren van de bestuurscrisis en de gevolgen ervan voor de handel. Van Oostveen van Kesperry spreekt alleen via zijn advocaat mr. M.L. Laumen die meldt dat hij na het weekend “uitgebreid op de zaak terugkomt”. “Maar het beeld dat tot nog toe in de media wordt geschetst geeft de situatie volstrekt onjuist weer”, aldus Laumen. De weggelopen bestuursleden houden het slot op de mond.

De handel op de goederentermijnmarkt wordt geregeld via de Wet Effectenhandel waarmee het ministerie van financiën is belast. Maandagmiddag vergadert het ministerie over de situatie en zal het een beslissing over eventueel ingrijpen bekend maken. Intussen volgt de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) de ontwikkelingen met argusogen. Op basis van de Beurswet uit 1914 is de STE toezichthouder op de beurzen van Amsterdam. Daaronder vallen de effectenbeurs, de optiebeurs en de financiële termijnmarkt maar niet de goederentermijnmarkt. Maar via de wet Toezicht Effectenverkeer die de STE volgend jaar hoopt in te voeren, zou het meer greep op de handel kunnen krijgen.

Voor de handel lijkt het belangrijk dat de strijdbijl zo snel mogelijk begraven wordt. “Het is een opgeblazen bedoeling. Niemand is hier mee gebaat”, zegt een jonge handelaar van Kesperry. “Laten we rustig verder gaan met onze taak uitvoeren en dat is voor andere mensen geld verdienen.”