Italiaanse menselijkheid is funest voor Albanië

Het Italiaanse besluit, de "harde kern' van de zeventienduizend Albanese vluchtelingen alsnog de gelegenheid te geven in Italië te blijven, heeft in Albanië direct geleid tot speculaties over een nieuwe exodus: de oorspronkelijke boodschap: vluchten heeft geen zin omdat elke vluchteling zonder pardon op een boot of vliegtuig naar huis wordt gezet - is door de late toegeeflijkheid aan de meest onverzettelijke Albanese vluchtelingen goeddeels ongedaan gemaakt.

Vorige week, toen tienduizenden Albanezen zich met een haast, die grensde aan paniek, opmaakten om met elk beschikbaar middel van vervoer naar de havensteden Durrës en Vlorë te gaan, waren ze al tamelijk zeker in Italië niet welkom te zijn. Voor ze vertrokken, wisten ze zelf niet waar ze heen zouden gaan: Malta werd genoemd - een aantal van hen kwam ook in Malta terecht - maar ook Spanje en zelfs Nederland.

Het werd Italië, dat zich geen moment bedacht en er een dure luchtbrug voor over had om het zo snel mogelijk weer naar huis te krijgen. Dat was, voor de vluchtelingen zowel als voor de achterblijvers, een duidelijk signaal: met Italië valt niet te praten. En aangezien Spanje wel erg ver weg ligt werd aldus het aantal alternatieve bestemmingen teruggebracht tot twee: Griekenland en Joegoslavië, twee landen die al kampen met een aanzienlijk aantal vluchtelingen (dat elke maand tweeënhalfduizend Albanezen naar Joegoslavië vluchten en daar tamelijk spoorloos verdwijnen temidden van hun volksgenoten in Kosovo is een weinig bekend feit).

Nu de harde kern van de Albanezen in Italië mag blijven, hebben veel teruggestuurde Albanezen weer moed gevat: het kan dus toch, als je maar volhoudt. Openlijk wordt gepraat over nieuwe pogingen, en de meest wanhopige Albanezen, die in de dorpen waar drie of vier dagen van de week zelfs geen brood te vinden is, zullen zich niet laten afschrikken door de militaire bewaking van de havens. Sinds de val van de dictatuur in Albanië is ook de angst voor de overheid goeddeels verdwenen: het leger en de politie kunnen geen respect meer afdwingen.

De Albanese regering is al evenmin erg ingenomen met het Italiaanse besluit: niet alleen omdat ze weet dat het probleem van het weglopende volk blijft bestaan, maar ook omdat de Italianen alle gedeserteerde soldaten onder de vluchtelingen asiel heeft gegeven. Dat komt neer op een vrijbrief: voor soldaten is de deur naar Italië dus kennelijk open. Dat is slecht nieuws voor de regering in Tirana, die net de havens tot militair gebied heeft verklaard en soldaten wil gebruiken om vluchtelingen tegen te houden. De kans is niet uitgesloten dat als er in Durrës of Vlorë weer eens een schip aanmeert, een nieuwe exodus begint met een run van nota bene de bewakers van de havens: op naar Bari! De concessie van Rome is begrijpelijk en menselijk, maar ze torpedeert een beleid dat behalve hard ook consequent was.

Het Italiaanse besluit is tenslotte funest voor de interne stabiliteit van Albanië. De Albanese samenleving is er een van honger, armoede, schaarsten, angst en onzekerheid. Het is een samenleving waarin het simpelste gerucht - “De havens zijn open!” - tienduizenden mensen ertoe kan brengen er op stel en sprong vandoor te gaan. Het is een samenleving die van haar ankers is losgeslagen en het kortzichtige besluit van de Italiaanse regering versterkt die instabiliteit nog. De Albanese regering - een coalitieregering van technocraten, in eigen land relatief onomstreden en gerespecteerd zowel door de ex-communisten als door de oppositie - kan worden geholpen met noodhulp, kredieten, investeringen, technologische en economische bijstand, met deskundige hulp. Ze wordt niet geholpen met een maatregel die haar dwingt, voor haar eigen bevolking te verbergen dat er in 's lands havens schepen liggen en die schepen tegen die bevolking militair te bewaken.