In Oosterpark kan noorderling zich afzetten tegen het westen

Of FC Groningen nu wel of niet goed speelt, een wedstrijd in het Oosterparkstadion is voor elke (top)club een beproeving. Ook dit seizoen weer zullen Ajax, PSV en Feyenoord met een onbestemd gevoel de grasmat van deze accommodatie betreden. De uitstraling van het stadion kan het niet zijn, het aantal toeschouwers op de tribunes evenmin. Op zoek naar het mysterie van het Oosterparkstadion.

Het is een paar dagen voor de start van de competitie nog een chaos aan de Zaagmuldersweg in Groningen-Noord. Vrachtwagens rijden af en aan. Een dragline blokkeert de toegang naar het miniscuul kleine parkeerterrein. Maar de stratenmakers die in de verte zwoegen op het egaliseren van een voormalig voetbalveld werken juist aan betere voorzieningen voor mensen die het gebruik van het openbaar vervoer nog steeds afzweren. Het eerste elftal traint al de gehele voorbereiding in het stadspark omdat het trainingsveld tegelijkertijd een opknapbeurt krijgt. “Alles is zondag klaar voor de wedstrijd tegen Willem II”, verzekert directeur Henk Nienhuis echter.

Het veld van het stadion ligt er wel vorstelijk bij. De Heidemij, een van de sponsors, heeft de grasmat in een uitstekende conditie gebracht. Een sproei-installatie voert een gevecht met de zon. En boven in de lucht laat een verdwaalde, antieke Dakota zich nieuwsgierig zakken om het Oosterpark eens goed te bekijken. Eigenlijk is er kraak noch smaak aan als het stadion publiek moet ontberen. De witte nieuwbouwsteen van de hoofdtribune, het vele metaal aan de korte zijden, de "kooien' voor de risicosupporters, het zijn geen zaken die een speciale sfeer oproepen. Anders wordt het als de tribunes volgepakt zitten en het publiek de plaatselijke favorieten naar een topprestatie stuwt. Het Oosterparkstadion geeft zelden een treurige aanblik bij een voetbalwedstrijd. Het is weliswaar niet vaak uitverkocht, maar wel gezellig vol. Ondanks de prijsverhoging van gemiddeld 25 gulden werden er ook voor het komende seizoen dertienduizend seizoenkaarten verkocht. Meer dan de helft van de totale capaciteit (twintigduizend).

Het Oosterparkstadion, gelegen aan de rand van een groot park, kent ook geen historie die ver teruggaat in het verleden. Pas in 1960 verrees een accommodatie die iets weg had van een voetbaltempel. Tot dat jaar was op dezelfde plek het Oostersportpark geweest. Dit complex werd op 1 oktober 1933 officieel geopend en de eerste bespeler heette V.V. BRC, Blauw Rood Combinatie. In 1934 kreeg de club gezelschap van GVAV Rapiditas. Na de oorlog deelde GVAV het sportpark met De Oosterparkers. In '63 kreeg GVAV een betaald voetbal-afdeling. In '71 werd de club omgedoopt in FC Groningen.

Het Oosterparkstadion heeft in een korte periode een geduchte reputatie weten op te bouwen. In de jaren zestig had je het GVAV-kwartiertje. Als de klokken van de nabij gelegen Sint Franciscus-kerk gingen luiden voor "het lof' op zondagmiddag wisten de spelers op het veld dat het vier uur was en er nog vijftien minuten restten om wat recht te zetten. Dan werden de mouwen opgestroopt en kreeg de tegenstander het zwaar te verduren.

In die tijd al konden Ajax en Feyenoord, de toenmalige toppers, op een warm onthaal rekenen. Of GVAV, met Tonnie van Leeuwen, Klaas Nuninga, Piet Fransen of Martin Koeman nu wel of niet hoog geklasseerd stond. Weken vantevoren werd in de omgeving van de Martini-toren al druk gespeculeerd over de confrontaties met Ajax en Feyenoord. Het sloeg over op het elftal van GVAV dat zich oppepte, een goede prestatie leverde en een week later de terugslag kreeg te verwerken. Uit die periode stamt misschien het ontzag dat de topclubs hebben gekregen voor het Oosterpark. Maar ook tegenwoordig is de ambiance voor elke tegenstanders een kwelling.

Algemeen manager Theo Huizinga trekt nog eens aan zijn Havana. Hij wijst op de lage tribune achter het doel aan de Zaagmuldersweg. “Daarboven zitten de echte GVAV-supporters van vroeger”, vertelt Huizinga die al vijftien jaar rondloopt bij FC Groningen. “Daaronder staat de Z-side, onze fanatieke aanhang. Je begrijpt wel dat ons elftal de tweede helft altijd richting deze tribune probeert te spelen. De mensen vinden het gezellig aan die kant. Er gebeurt eigenlijk nooit wat. Soms, bij een doelpunt, springen er weleens supporters in de hekken. In het vak van de Z-side staan zes stewards. Als het dreigt te escaleren gaan ze praten, praten, praten. Ook de politie doet dat. De agenten slaan er nooit op los.”

Volgens Huizinga waardeert het Groninger publiek harde werkers in het veld. Hij noemt Jan van Dijk, Claus Boekweg, Jos Roossien en Hennie Meijer. “Als zij beginnen te jagen staat het stadion meteen op z'n kop.” Directeur Henk Nienhuis heeft een andere, nogal sociologische theorie voor het fanatisme in het stadion. “De noorderling identificeert zich met FC Groningen en kan zich in het stadion afzetten tegen het westen dat hem niet waardeert.”

Nienhuis zetelt onder de hoofdtribune in het kantoor van de FC. Aan de muur hangt een kleurenfoto van zijn riante vakantieverblijf in Rosas (Noord-Spanje). De Veendammer, door ex-voorzitter Wim Everards naar het Oosterpark gehaald, wordt gezien als het brein achter het nieuwe FC Groningen. Er komen wat bouwtekeningen op tafel. Dit jaar was er even sprake van dat FC Groningen zou verhuizen naar een locatie aan de rand van de stad. De vergelijking met Amsterdam en Arnhem gaat op. In Groningen wil de gemeente net als in Arnhem op de plaats van het huidige stadion huizen te bouwen. De bezwaren van omwonenden zijn echter aanzienlijk minder dan in Amsterdam en Arnhem. Het Oosterpark staat midden in een woonwijk net als veel Engelse stadions. Nienhuis: “We hebben een enquête gehouden. De buurt smeekte ons te blijven. Inderdaad was er wel wat overlast, maar dit stadion heeft ook door de week een sociale functie. Bij een training komen er al gauw vier, vijfhonderd mensen kijken. De Oosterparkers zeggen: het bruist hier dank zij FC Groningen.”

Van een eventuele verhuizing werd in april definitief afgezien en de plannen voor renovatie kwamen weer op tafel. Fase 1 is inmiddels gerealiseerd: vernieuwing van het oefenveld met een computergestuurde beregeningsinstallatie, drainage en nieuwe verlichting. Tevens werden enkele verkooppunten rondom de tribunes gebouwd. Fase 2 behelst de uitbreiding van de sponsorruimte van de Ondernemers Rond FC Groningen. Het gaat hier om het domein van tweehonderd kleine geldschieters die voor 7.500 gulden per seizoen twee tribunekaarten krijgen en een parkeerkaart. Fase 3 wordt volgende zomer ingezet met de bouw van een vip-galerij naar het voorbeeld van het Philips-stadion. De laatste fase houdt het multifunctioneel maken in van de korte zijden (dus met kantoren) en het vervangen van staanplaatsen in zitplaatsen, zoals de UEFA dat binnen tien jaar voor Europa-Cupwedstrijden voorschrijft. Over vier jaar moet het Oosterparkstadion 17.500 zitplaatsen bevatten. Nu is dat de helft van de totale capaciteit, zo'n tienduizend. Henk Nienhuis ten slotte: “De nieuwe leiding van FC Groningen is er nooit voorstander van geweest om het Oosterpark te verlaten. Wij hechten toch ook waarde aan het nostalgische aspect.”