In het fuik van een Verleggingsfonds (3)

Een lezeres uit een slechts een postcode groot buurtschap bij Maastricht schreef, naar aanleiding van voorgaande artikelen over verleggen, verzekeren en beleggen op een polis, een brief op poten over haar ervaring met zo'n soort verzekering, op de markt gebracht door een jonge verzekeringsmaatschappij.

De onzekerheid over de hoogte van de toekomstige uitkering (afhankelijk van de beleggingsresultaten) vindt zij geen slechte zaak: "Iedereen die daar instapt, moet vantevoren zelf de voor- en nadelen maar afwegen. Wel blijkt dat je als investeerder zoveel mogelijk onwetend dient te blijven over bijvoorbeeld de onduidelijkheden in de polisvoorwaarden, beheerskosten en de beleggingsresultaten.' Dat is ook heel duidelijk geworden uit haar correspondentie met de Verzekeringskamer, die toeziet op de verzekeraars, en de Ombudsman Levensverzekering, die klachten behandelt.

Heeft de klaagster gelijk? Ja en nee. Nee, als het gaat over onduidelijke polisvoorwaarden. Je bent immers vrij om een verzekering af te sluiten. Sluit dus nooit iets af voordat precies duidelijk is welke voorwaarden van toepassing zijn, want een verzekering is een normaal juridisch contract dat beide partijen bindt. Een ervaren assurantie-adviseur kan daarbij een goede steun zijn, maar die had de schrijfster ook.

Bij een verzekering waarvan premiebetaling en uitkering tevoren bekend en dus gegarandeerd zijn (door de maatschappij) hoeft een verzekerde zich geen zorgen te maken over de kosten van de verzekeraar. Wanneer die de pan uit rijzen, kan deze de verzekerde slechts voorstellen de premie te verhogen, maar je hoeft dat niet te accepteren, want er is een bepaalde premie afgesproken en vastgelegd in het contract.

Is de uitkering (meestal bij leven) op een toekomstig tijdstip niet bekend, omdat de premie van de gekozen polis dient om een participatie in een beleggingsfonds te kopen en de hoogte van de uitkering afhangt van de waarde van dat fonds, dan is het wel belangrijk om te weten welke kosten het fonds berekent. Ieder procentpunt meer per jaar, gecumuleerd over een reeks jaren, voelt de verzekerde straks in zijn portemonnee. Met andere woorden: de kosten (en natuurlijk de resultaten) benvloeden direct de uitkering aan de verzekerde.

Een maatschappij die verlegt in aandelen en dergelijke, maar geen eigen fondsen heeft, zegt in een folder over die kosten (bij de concurrentie): "Het beursbestuur controleert de aan de beurs genoteerde fondsen. De beheervergoeding (lees: onkosten) zijn zeer laag en controleerbaar. Bij eigen fondsen, dus ook die van verzekeringsmaatschappijen, is deze controle niet mogelijk en bestaat de kans dat een groot gedeelte van het behaalde rendement, voordat het wordt doorgegeven aan de verzekerde, wordt afgeroomd zonder dat het zichtbaar is. Het is gemakkelijker om u een "hoog-rendement' prognose voor te spiegelen dan het in werkelijkheid te maken.'

Het onderscheid naar fondsen met notering op de beurs en daarom met periodieke verplichte publicatie van financiele gegevens en een dagelijkse waardeberekening en de eigen fondsen van onder meer verzekeraars is dus belangrijk.

Sinds oktober vorig jaar onderscheiden fondsen zich op een tweede wijze: wel of niet onderworpen aan de Wet Toezicht Beleggingsinstellingen (Wtb). Deze wet heeft, onder andere, als specifieke doelstelling: de bescherming van (potentiele) beleggers op de financiele markten. Beleggingsinstellingen vallen onder de wet wanneer zij gelden of andere goederen buiten besloten kring ter collectieve belegging vragen of krijgen om de deelnemers in de opbrengst van de beleggingen te doen delen.

De wet stelt eisen aan de deskundigheid en betrouwbaarheid van de verantwoordelijken van een beleggingsmaatschappij (een instelling met rechtspersoonlijkheid) of -fonds (een vermogen zonder rechtspersoonlijkheid dat voor de deelnemers wordt beheerd en bewaard door derden). Ook de soliditeit en de aan het publiek te verschaffen informatie moeten aan bepaalde eisen voldoen. De instelling die voor alle testen slaagt, krijgt van de Nederlandsche Bank, de toezichthouder, een vergunning. Maar de bank bemoeit zich niet met de resultaten (performance) van een fonds.

De Verleggingsfondsen van verzekeringmaatschappijen vallen niet onder de wet. Dat lijkt een storende lacune. Moeten (potentiele) verzekerden, die lekker worden gemaakt met een fraai toekomstig beleggingsresultaat, niet worden beschermd? Het gaat immers ook om langlopende contracten die je niet zo makkelijk opzegt. Om te voorkomen dat een verzekerde in een fuik zwemt, lijkt op dit moment de enige weg voor hem of haar de relevante fondsvoorwaarden op te laten nemen in de polisvoorwaarden.

Over de beleggingsresultaten kan niet worden gecorrespondeerd. Die kunnen mee of tegenvallen. Dat is het risico.