HIMALAYA

Beethoven in Daarjeeling. Verhalen uit Centraal-Azië door Cas de Stoppelaar 167 blz., Thomas Rap 1991, f 24,50 ISBN 90 6005 346 X

In de inleiding tot zijn bundel Beethoven in Darjeeling schrijft Cas de Stoppelaar, dat hij in eerste instantie overwoog deze verhalen, die eerder in deze krant en in het tijdschrift Himalaya verschenen, tot een "reisroman' te verwerken. Door zijn persoonlijke en goedlachse verteltrant blijkt er vanzelf samenhang te ontstaan tussen die korte flitsen, die zelden meer dan tien pagina's tellen, en soms maar drie of vier. Het resultaat is inderdaad "een tamelijk kaleidosocopisch beeld van de regio' - India, Pakistan, China, Tibet, Nepal - maar ook meer dan dat.

In de loop van de vele jaren dat Cas de Stoppelaar door Centraal-Azië reist - hij woont een deel van het jaar in Nepal, waar hij mede-eigenaar is van een hotel en bergtochten organiseert - heeft hij een stoet kleurrijke personages meegemaakt. Marigold Wisden, bijvoorbeeld, prototype van de Engelse koloniale dame, voor wie hij in de Planters Club in Darjeeling de Mondschein-sonate speelt. Of de marketing manager van Coca-Cola in Kathmandu (""Coca Cola is modern en eigentijds, en zal in de veranderende sociale structuren van Nepal zeker zijn weg vinden'). Na de revolutie van voorjaar '90 ontmoet hij de Amerikaan Albert P. Blaustein, schrijver van grondwetten voor ontluikende democratieën en derhalve bijgenaamd Mister Blueprint.

In een van de beste verhalen verhaalt De Stoppelaar op lichtvoetige toon van zijn belevenissen als buitenlandse belegger op de nog jonge beurs van Kathmandu, en legt onderwijl het fundament bloot van gesjoemel en protectionisme waarop het systeem rust. Maar de anekdotische aanpak en het dwingende formaat doen sommige mensen en gebeurtenissen tekort. Zo'n opmerkelijk figuur als die Blaustein vraagt om meer diepgang, evenals oppositieleider Omkhar Shrestha, die in De Stoppelaars chauffeur de cipier herkent die hij tijdens zijn zestien jaar van gevangenschap heeft leren lezen en schrijven.

De Stoppelaar komt uit een christelijk nest, "hervormd op grote wielen' zoals hij het noemt in het ontroerende verhaal over de dood waarmee de bundel besluit. Toch preekt hij niet. Zonder ook maar één moment de ontwikkelingswerker of de doorgewinterde Derde Wereld-expert uit te hangen, schildert hij met humor en mededogen, intens betrokken, maar nooit betweterig, een reeks tableaux vivants uit het Centraal-Aziatisch leven dat hij zo goed kent en liefheeft.