Het tussenjaar van kosmopoliet Lammers

HAARLEM, 17 AUG. Autocoureur Jan Lammers beschouwt 1991 als een tussenjaar, waarin hij in het Japanse Formule 3000 kampioenschap (in de tussenstand staat hij na zeven races op de negende plaats) zijn vaardigheden als rijder op peil probeert te houden voor het belangrijker werk in de WK-merkenraces van de Sport-prototypen groep C. Eind vorig jaar verliet Lammers de stal van Jaguar om een contract te tekenen bij Toyota, dat hem zes miljoen gulden heeft opgeleverd. Hoewel hij daar zelf niet over wil praten.

“Het is moeilijker met geld gelukkig te zijn dan zonder. Maar ik denk dat alleen mensen die geld hebben dat begrijpen”, zegt hij docerend. “Geld zegt me allemaal weinig. Bij Jaguar heb ik natuurlijk ook niet zes jaar voor niets gereden. Daar heb ik ook forse bedragen verdiend.” Bij Toyota is het voornaamste testwerk nu gedaan. De bedoeling is dat Lammers met Andy Wallace, de coureur met wie hij in 1988 voor Jaguar de beroemde 24 uren van Le Mans heeft gewonnen, de laatste race van dit seizoen met de nieuwe wagen van Toyota rijdt op het circuit van AutoPolis in Japan. Daar moet worden bekeken in hoeverre de Japanse wagen zich in de klasse van de Sport-prototypen kan meten met de superieure versie van Jaguar en in mindere mate Mercedes en Peugeot.

Van Jaguar maakte ook ontwerper Tony Southgate de overstap naar Japan. Niettemin is het voor velen een raadsel waarom Lammers een succesvolle loopbaan op de tocht zette door de Engelse renstal te verruilen voor Toyota. Lammers: “Los van de resultaten zaten we te lang bij elkaar. Dan leer je elkaars grenzen kennen en daardoor verlies je de interesse in elkaar. Zo gaat dat overal en met alles in het leven. Ik zat zes jaar bij Jaguar. Je hebt daardoor ook geen open kijk meer op elkaar en begrenst daardoor je eigen potentieel. Er waren wat aanbiedingen. En je weet dat in zo'n situatie de aanbieding van je eigen team nooit de beste is.”

Een wereldtitel zat er bij Jaguar, waar hij evenals in de Formule I toch weer op het verkeerde moment in de verkeerde auto zat, voor Lammers uiteindelijk niet in. Wel een zege op Le Mans in 1988, waarmee hij in de voetsporen trad van Gijs van Lennep, die de legendarische koers in 1971 en 1976 won. Via Jaguar werd Lammers gehuldigd op Buckingham Palace. Beatrix en Studio Sport zwegen. Lammers: “Wanneer ik achtste word in Japan en een ander wint de triathlon van Almere, dan vind ik het logisch dat die triatleet wordt geïnterviewd en niet ik. Maar ik zat na Le Mans niet eens in het jaaroverzicht van de NOS. Het steekt me niet echt, maar het geeft wel te denken over de sportcultuur in Nederland.”

Lammers is kosmopoliet, hoewel hij een sterke band heeft met zijn familie in Zandvoort, waar hij een villa heeft gekocht, die ook een fitnesscentrum bevat. Een thuishonk in een woelige carrière die nooit voorspelbaar is verlopen. Kort voor Le Mans in 1985 verbrak hij de contacten met Richard Lloyd Racing, waarvoor Lammers met Porsche aan de WK-merkenraces deelnam. Was die beslissing mede ingegeven door de duizelingwekkende snelheden van bijna 400 kilometer op de Hunaudières?

Lammers: “Le Mans is een race waaraan je nooit moet meedoen met gemengde gevoelens. Dan ben je verkeerd bezig. Er zijn me genoeg verhalen bekend van rijders die daar verongelukten, waarbij men daarna zei dat ze zich vooraf niet op hun gemak hadden gevoeld. En ik zat bij dat team niet op mijn gemak.” In Japan is dat anders. Lammers: “Daar ben ik me naast het racen ook een beetje de taal aan het eigen maken. Het werkt daar anders, maar niet onprettig. Je moet als westerling nooit vragen: 'wie beslist dat?', want dan word je gek. Dan gaan ze in een cirkel staan en wijzen ze naar naar elkaar. Een vraag stellen en een direct antwoord verwachten kan niet in Japan. Zo'n vraag wordt in de loop van de ontwikkelingen in de algehele discussie meegenomen. Pas veel later kom je aan de weet wat precies de bedoeling is. Wanneer je je daar als westerling op instelt zijn er geen problemen.”

Van 1979 tot 1982 beproefde Lammers zijn geluk in de Formule I, de eredivisie van de autorensport. Bij teams in de achterhoede als Shadow, ATS, Ensign en Theodore, met als beste resultaat een negende plaats in de Grand Prix van Canada. Hij verspeelde veel geld. Nog steeds knaagt het besef bij Lammers dat hij in die periode niet alleen zijn reputatie als coureur op het spel heeft gezet, maar ook voor een gedeelte heeft verspeeld.

Lammers: “Als ik reëel ben moet ik zeggen dat Formule I voor mij historie is. Wel een met een bijsmaak. Want ik ben verkeerd geadviseerd. Als ik voetballer was geweest in Nederland, had ik de goede adviezen gekregen. Want die know-how bestaat in Nederland. Die is hier op hoog niveau aanwezig. Maar wat is Nederland als raceland? Nu zou ik wel weten wat ik had moeten doen. Ik heb het zelf allemaal geleerd. Maar voor een Formule I avontuur moet ik eerst een legertje advokaten inhuren dat moet bekijken welke komma's verkeerd staan in het contract dat ik nu met Toyota heb. Je wordt dan een soort Alesi die voordat hij naar Ferrari ging ook alles maar ondertekende.”

Formule I zou hem, volgens Lammers, vier tot zes miljoen per jaar gaan kosten. “Dan rijd je bij de eerste tien. Qua sponsoring en merchandising zou ik dat met mijn huidige contacten wel rond kunnen krijgen. Na twee, drie jaar, rijd je dan bij de eerste zes. Ik zeg niet dat ik Senna of Prost van de sokken rijd, maar wanneer ik drie jaar in een McLaren zou hebben gezeten, had ik ook races gewonnen. Dat zou het beeld van Jan Lammers in de Formule I in een heel wat ander perspectief hebben geplaatst. Daar lijkt het nu te laat voor. Soms stoort me dat, want het doet mijn capaciteiten als rijder geen recht. Zoveel ambitie heb ik tenslotte nog wel.”

Via zijn eigen team Vitaal-racing, waarvoor Lammers zo'n man of zes in dienst heeft, probeert hij ook de zakelijke kant van het racemétier beter te doorgronden. Lammers: “In de Opel Lotus is Peter Koks Europees kampioen geworden. Ook help ik rijders als Marcel Albers en Martijn Koene. De autoracewereld is mijn métier. Daarom probeer ik me zo veelzijdig mogelijk te ontwikkelen en ook de zakelijke kant te leren.”

Ricardo Patrese laat in de Formule I zien dat het raceleven pas begint bij veertig. Lammers: “Daarom is het onmogelijk een limiet aan mijn eigen loopbaan te stellen. Ik heb denk ik nog wel een paar jaar voor de boeg heb.”

In zijn persoonlijke leven is Lammers moslim geworden. De 35-jarige coureur is tegenwoordig onafscheidelijk van Fardous, een 30-jarige vrouw uit Jemen, die hij leerde kennen in Engeland, waar zij werkte voor een firma die de geuren voor de kosmetische Jaguar-lijn leverde. Fardous vormt Lammers voornaamste toekomst-perspectief, hoewel het verleden hem nooit helemaal zal loslaten.

In zijn kantoortje in Haarlem hangt een zeefdruk van een raceimpressie met daaronder de tekst without history no future. Bovenaan prijken de foto's van Lammers, Rob Slotemaker en Wim Loos. De twee oude getrouwen van de slipschool in Zandvoort van het eerste uur, die Lammers op de renbaan zijn ontvallen.

De band met leermeester Slotemaker is nog steeds aanwezig. Lammers: “Ik voel zijn ideëen nog sterk in me. Anderzijds ben ik nooit zo goed in het analyseren van de dingen die ik niet meer heb of die er niet meer zijn. Wat ik niet heb, is dat hij er nog is. Ik vind het erg jammer dat ik mijn Le Mans-succes niet met hem persoonlijk heb kunnen delen. Maar naarmate ik ouder word snap ik beter wat hij heeft bedoeld.”