Geschipper in Coward satire

Voorstelling: De Vortex, van Noel Coward. Spelers: Shireen Strooker, Dirk Zeelenberg, Judith Hees, Victor Reinier, Marnie Blok, Lieneke le Roux, Ton Lensink, Maarten Wansink, Wil van der Meer, e.a. Decor: Ben van Os en Jan Roelfs. Vertaling: Rob Brands en Shireen Strooker. Regie: Shireen Strooker en Wil van der Meer. Gezien: 16-8 in Nieuwe de la Mar, Amsterdam. Aldaar t-m 7-9.

Whàt matters... ever? heeft de moeder in de oorspronkelijke tekst van The Vortex waarschijnlijk uitgeroepen - en het moet hebben geklonken als het laatste oordeel. “Wàt doet er iets toe, ooit?” verzucht Shireen Strooker en dat komt minder hard aan. Wie tracht Noel Coward in het Nederlands te spelen, stuit allereerst op het probleem van de taal. Wat in het Engels gewoon een gepolijste conversatie is, wordt in het Nederlands vaak ietwat knoeierig geknutsel waarmee een acteur lastig uit de voeten kan. Het dweperige dááárling maakt hier plaats voor het weeë liefje en de toon wordt er meteen anders van.

The Vortex, letterlijk de draaikolk, spitst zich na veel gesoigneerde schijnbewegingen toe op de verhouding tussen een languissant kwijnend moedersjoch en de moeder, die krampachtig haar minnaars zoekt onder leeftijdsgenoten van haar zoon. In de nogal melodramatische slotscène blijven ze getweeën bedrogen achter. Intussen heeft Coward naar eigen zeggen “een satire op een groepje rijke, decadente lieden” ten beste gegeven. Ze doen alsof ze vrienden zijn, maar ieder is uitsluitend met zichzelf doende. Hun omgangsvormen zijn geacheveerd en spiritueel, maar zo vals en leeg als wat.

Het door Shireen Strooker bijeengebrachte gezelschap, dat het stuk nu speelt, staat op de tenen om dit superieur geformuleerde ennui uit de jaren twintig te reconstrueren. Men heeft daar élegance voor nodig, een messcherpe dictie en een kakkineus soort zwier, waarachter zich een ijzige koude laat vermoeden. De meeste acteurs vertonen dat echter alleen bij vlagen. Het resultaat is ietwat stuurloos geschipper en gebrek aan finesse in de timing - er vallen gaten waar het rapier moet suizen.

Vooral in visueel opzicht valt er veel te bewonderen: een uitgekiende aankleding, een virtuoos geënsceneerd changement en bovenal het toneelbeeld, dat door Ben van Os en Jan Roelfs is onttrokken aan het landhuis-realisme. Ze bouwden twee sierlijke salons èn een vuurrood boudoir in een symbolische trechtervorm voor de slotscène. Zo consequent artificieel als de omlijsting is, zo had ik ook de voorstelling gewenst.