Euthanasie

Het relaas van prof. Gill (Z, 27 juli) kwam als onweerlegbaar op me over. Maar na overtuigd te zijn vond ik het nodig de argumenten tegen euthanasie en zelfdoding nog eens te overwegen.

Dat leverde de conclusie op dat er twee overtuigende maar met elkaar strijdende visies mogelijk zijn. Vervolgens moest ik me dus afvragen of dit een dwingende reden was mijn instemming met het betoog van Gill te herroepen. En inderdaad, dat is het geval. Hier geldt nog steeds de (graag vergeten) oude regel dat als een jager weet dat er mensen in het bos kunnen wandelen die hij niet ziet... hij niet mag schieten in het wild.

Tja, als je de ene redenering niet kent of niet snapt of omwille van de ene redenering de andere meent te mogen verwerpen, dan is het natuurlijk eenvoudig en is het ook goed daarnaar te handelen. In zoverre vind ik Gill zeer te prijzen dat hij er zelfs een veroordeling door de rechter voor over had. Ook lijkt het me af te keuren als iemand achterwege laat te doen wat moreel nodig is, alleen om geen moeilijkheden te krijgen met de rechter. In dat opzicht zou de wet veranderd of verduidelijkt moeten worden.

Eén ding is echter zeker. Er is een cruciaal manco in het betoog in de krant. De behandeling van de vraag wat er moet gebeuren als er fundamentele bezwaren gemaakt kunnen worden, ontbreekt. Het mogelijke bestaan ervan wordt zelfs niet vermeld.

Een ander daarmee in verband staand wetenschappelijk iets minder cruciaal, maar zeer ernstig manco is dat Gill zijn vak-beperktheid niet goed verdisconteert. Wat moet er gebeuren als de arts met de mond vol tanden staat bij de stervensbegeleiding, de pijn- en angstbestrijding en het waardigheidsverlies? Moet hij zich dan als de minst ondeskundige beschouwen en daarom de verantwoordelijkheid op zich nemen om te doden? Mag hij veronderstellen dat er verder niemand anders kan zijn die betere hulp verlenen kan?

Het is waar, Gill en de euthanaserende artsen komen op voor het recht van de patiënt, de zwakste partij. Maar zij vergeten de patiënt te beschermen tegen diens neiging de vriendelijke en redelijke dokter op een troon van volmaakte kundigheid te plaatsen. Het zoeken naar mensen die werkelijk levens- en stervensbegeleiding kunnen en willen geven, blijft daardoor achterwege.

Dat is ook de fundamentele fout van de KNMG. De zogenoemde zorgvuldigheidseisen vermelden slechts dat de arts een collega moet raadplegen. Niets staat daarin over diens gewenste kwaliteiten. Dat de vereiste kundigheden vaak niet in één persoon te vinden zijn, ook daarover geen woord. Dat vaak een hecht samenwerkingsverband nodig zal zijn van mensen met voldoende warmte, kundigheid en ervaring op de relevante gebieden, daarover wordt al helemaal niet gerept.

In het artikel raadt Gill enkele malen de patiënt aan eerst de pastoor te raadplegen en is er voorts sprake van het raadplegen van een psycholoog. Dat suggereert dat de ene pastoor en de ene psycholoog evenveel in aanmerking komt als de andere. Dat is een onjuiste veronderstelling. Het is dan niet te verwonderen dat al gauw "blijkt' dat - als de eigen dokter (en de eigen verpleegkundige?) de hulp niet geven kan - de situatie uitzichtloos is en euthanasie plicht wordt.

Dat voldoende zorg en samenwerking gegarandeerd is door iemands mening te vragen, dat kan toch niemand werkelijk geloven?