Een Iraanse in Amsterdam; Suzanna Arbabzadeh: 'Als ik maar kan dansen'

De Iraanse danseres Suzanna Arbabzadeh volgde kort na de machtsovername van Khomeiny een balletcursus in Frankrijk. Op aanraden van haar vader keerde ze niet naar haar land terug. Ze kwam in Amsterdam terecht, waar ze zich onmiddellijk thuis voelde: “het mooiste dat me tot nu toe in mijn leven is overkomen”. Ze danst er nu als Coryphée bij het Nationale Ballet.

De voormalige slagerswinkel in de Amsterdamse binnenstad zou het decor kunnen zijn voor La dame aux camélias of een ander 19de-eeuws melodrama. Voor de etalageruiten staan romantische k, overtrokken met roze satijn, de tegelvloer is bedekt met donkere tapijten. Weelderig ingelijste spiegels gaan half verscholen achter gedrapeerde cretonnen gordijnen. In een hoek tonen twee oude paspoppen gewaden van voile en kant. Op het mahoniehouten bed liggen antieke lappen en naast de potkachel draagt een met guirlandes versierde schildersezel een arcadische prent. Overal staan piëdestals en wonderlijke zuiltjes. Op de chaise-longue temidden van al deze curiosa ontbreekt alleen Sarah Bernhardt in een van haar languissante poses.

De verbouwde winkelruimte is het domein van de danseres Suzanna Arbabzadeh (29). Ze beantwoordt mijn verbaasde blikken lachend: “Eerst had ik mijn huis helemaal ingericht met spullen uit de jaren vijftig, maar ik kreeg genoeg van die scheve poten en slappe kleurtjes. Wat hier staat, komt allemaal van rommelmarkten. Als we met het ballet op tournee zijn, ga ik altijd naar de plaatselijke rommelmarkt. Vooral in Arnhem heb ik veel gevonden.”

Op mijn vraag hoe ze in Nederland terecht kwam, vertelt Suzanna Arbabzadeh een lang verhaal, onderbroken door aanwijzingen over wat wel en wat niet mag worden opgeschreven. Haar vader woont nog in Teheran en ze wil dus voorzichtig zijn.

Aan het eind van de jaren zeventig, kort nadat de sjah uit Iran was gevlucht en ayatollah Khomeiny de macht had overgenomen, volgde ze in haar schoolvakantie een zomercursus aan een balletschool in Cannes. Terwijl ze daar was, belde haar vader haar op. Hij raadde haar aan om weg te blijven, omdat de situatie in Iran steeds moeilijker werd. “Ik was zestien jaar en ik had geen idee wat ik moest gaan doen. Ik sprak toen met de directeur van de balletacademie. Ze vond dat ik talent had, ze wilde me als leerling aannemen en ze bezorgde me ook een baantje op de schooladministratie. Ik werkte me suf: ik leerde Frans, haalde mijn middelbare schooldiploma, ging naar de balletacademie en deed tegelijk de administratie. Het was: óf danseres worden, óf teruggaan naar Iran. Ik had geen andere keus. Ik danste met tegenzin, het heeft een hele tijd geduurd voordat ik van het ballet ging houden. Na drie jaar vonden de docenten dat ik ver genoeg was om te gaan solliciteren. Ik wilde weg uit Frankrijk want ik voelde me er niet prettig: ik had warmte en gezelligheid nodig, maar als je niet Frans bent, blijf je daar altijd een buitenstaander.”

In Teheran en later ook in Cannes had ze voorstellingen gezien van het Nederlands Dans Theater. Daar wilde ze auditie doen. Met een toeristenvisum kwam ze in 1982 naar Nederland. Vanaf het moment dat ze het Amsterdamse Centraal Station uitliep, voelde ze zich thuis: “Amsterdam is werkelijk het mooiste dat me tot nu toe in mijn leven is overkomen.”

Ze ontdekte al snel dat het Nederlands Dans Theater in Den Haag gevestigd was, maar ze zag op straat ook een affiche van een Amsterdams gezelschap: Het Nationale Ballet. “Ik dacht: dan ga ik daar naartoe. Ik liep naar de Stadsschouwburg en ik kon meteen meedoen aan een training. Na afloop vroeg Rudi van Dantzig of ik even boven wou komen. Hij zei: 'Ik heb een contract voor je, je kunt hier blijven'.”

Op berustende toon zegt ze: “Het lot wilde dat ik een klassieke danseres werd. Ik heb het later wel betreurd dat ik niet bij mijn plan gebleven ben om naar het Nederlands Dans Theater te gaan. Het Dans Theater - vooral Jiri Kylian - is experimenteler ingesteld dan Het Nationale Ballet. Maar als je eenmaal een paar jaar bij Het Nationale Ballet gewerkt hebt, is het bijna onmogelijk om nog over te stappen naar het Dans Theater. Kylian wil dansers die nog puur en ongevormd zijn, niet teveel geschoold in een bepaalde traditie. En dat ben ik wel. Het kan me nu gelukkig niet meer zoveel schelen in welk ballet ik dans - als ik maar kan dansen, dan vind ik alles best. Ik houd van balletten waarin ik me voor honderd procent kan geven, zodat ik doodmoe het toneel verlaat. Die lichamelijke voldoening heb ik ook als ik een paar uur naar de disco ga: I love to freak-out.”

Later in ons gesprek vertelt ze nog eens dat ze het 'klassieke verstofte ballet' haat, behalve wanneer ze er zelf instaat. “Als ik bij dat soort balletten naar het publiek kijk, zie ik grijze haren en brillen. Ik zou er nooit heengaan, maar om erin te dansen, dat is wat anders.” Eigenlijk mag ik haar niet vragen of ze een voorkeur heeft voor bepaalde balletten: “Een danser is niet meer dan materiaal voor de choreograaf. Aan een verftube vraag je toch ook niet of ze het fijn vindt om voor dat of dat schilderij te worden gebruikt? Ik matig me geen oordeel aan.”

Naar analogie van het Parijse Ballet de l'Opéra zijn de dansers van Het Nationale Ballet onderverdeeld in verschillende rangen: Aspirant, Élève, Corps de Ballet, Coryphée, Grand Sujet en Soliste. Suzanna Arbabzadeh werd onlangs bevorderd tot Coryphée en ze heeft inmiddels enkele demi-solorollen gedanst. “Ik ben maar een danseres, ik ben geen ballerina”, zo verzekert ze me. “Een danseres maakt geen carrière. Een ballerina heeft een vast punt waar ze naartoe werkt, ze wil een ster worden en is daar totaal op gericht. Dat zou ik niet kunnen, dat vind ik te beperkt.”

We komen terug op Iran. Ze vertelt dat er in haar jeugd één klassiek balletgezelschap in Teheran was. “Toen Khomeiny aan de macht kwam, hebben de fundamentalisten het theater afgebrand. De dansers zijn allemaal naar het buitenland gevlucht.” Ik vraag of ze nog weleens terug verlangt naar Iran. Suzanna Arbabzadeh: “Ja. Ik mis het land, de natuur, de geuren. Maar ik ben blij dat ik nu Nederlandse ben, dat ik een Nederlands paspoort heb. Vroeger, als we op tournee waren, had ik door mijn Iraanse paspoort altijd problemen aan de grens. Ik werd overal behandeld alsof ik een terroriste was.”

Ze kreeg haar Nederlandse paspoort in 1986. In dat jaar danste ze mee in de openingsvoorsteling van het Amsterdamse Muziektheater. Na afloop raakte ze in gesprek met koningin Beatrix die de voorstelling had bijgewoond. “De koningin raadde me aan om haar een persoonlijke brief te schrijven over mijn problemen. Dus ik schreef: Dear Queen..... Ik weet niet of het ermee te maken heeft, maar een paar maanden later kwam alles in orde en ik was de gelukkigste mens van Amsterdam. Kort daarna was het koninginnedag. Ik kocht een paar klompen en een t-shirt met de afbeelding van Beatrix erop en ik ben toen van pure blijdschap de hele stad doorgefietst.”