Dwingelose heide met cadmium en lood vervuild

DWINGELOO, 17 AUG. De Dwingelose Heide in Zuidwest-Drenthe is ernstig vervuild met de zware metalen lood en cadmium. Dit blijkt uit onderzoek van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, die het 900 hectare grote terrein in eigendom heeft. Door deze vervuiling dreigt het machinaal plaggen van de hei in de knel te komen. Dit is de beste methode om te voorkomen dat de velden worden overwoekerd door gras.

Samen met de Kraloër Heide, de Anserdennen en de boswachterij Dwingeloo vormt de Dwingelose Heide een nationaal park van 3.500 hectare onder de naam Dwingelderveld, dat volgende week donderdag door staatssecretaris Gabor (natuurbeheer) als zodanig zal worden ingesteld. Dat de uitslag van het onderzoek juist aan de "vooravond' van die plechtigheid bekend werd, is volgens Natuurmonumenten volstrekt toeval. “Er is geen sprake van doorgestoken kaart”, aldus een woordvoerder.

De heidebodem, zo toonde het onderzoek aan, bevat op diverse plaatsen één tot anderhalve milligram cadmium en 80 tot 94 milligram lood per kilo droge stof. Die concentraties zijn zo hoog, dat compostering van het plantaardig materiaal volgens de nieuwe wettelijke normen voorlopig niet mogelijk is, zegt beheerder-opzichter R. Schuiling. Die nieuwe normen worden in de loop van 1992 van kracht.

Beide stoffen komen met de zure regen uit de atmosfeer op de bodem terecht. Schuiling schrijft de loodconcentraties voornamelijk toe aan het wegverkeer; de bronnen van de cadmiumvervuiling moeten bij industrie en landbouw worden gezocht.

De beheerder pleit voor een vervolgonderzoek, dat het complete heidegebied van 1.400 hectare in deze omgeving omvat. “Zo'n onderzoek zou kunnen uitwijzen dat bepaalde delen van de Dwingelose Heide niet zo ernstig zijn verontreinigd en dus wel kunnen worden afgeplagd. Blijkt echter dat het hele gebied met zware metalen is vervuild, dan zullen we het plagbeheer moeten beëindigen.”

Atmosferische vervuiling van de heide is overigens geen typisch Drents probleem. Schuiling: “Een rapport van het ministerie van VROM toont aan dat we hier niet afwijken van het landelijke beeld. In Brabant zijn zelfs natuurgebieden waar de situatie veel ernstiger is.”