Brokx op de terugtocht

Het beloofde een mooie zomerdag te worden, maar al gauw begon het te regenen.

Flink doorstappend bereikte ik het slot, dat geen kasteel bleek te zijn, maar een buiten. De gefnuikte illusies - geen zomerdag, geen kasteel - zouden maatgevend blijken voor wat volgde. Drie "kooplieden op de markt van de politiek' arriveerden eveneens op het slot. ""Kasteel, hè'', constateerde de heer Brokx. ""Mooie tuin. Allerhande gevogelte. Mooie lelies op het water. Waterlelies, hè.'' Ze liepen door naar de bibliotheek. ""Wonderschoon'', stelde Brokx vast. ""Al die mooie boeken. Ik heb eigenlijk zin om te kijken wat daarin staat.'' Maar dat was niet de bedoeling. De bedoeling was, hier op het Slot Montesquieu waarvan ik wel kan verklappen dat het "in het echt' Huize den Treek heet en ten zuiden van Amersfoort staat, een debat. De VPRO-radio speelde dat hier viermaal per eeuw "de balans opgemaakt' werd. Een kwart eeuw geleden, in 1966, ging het politieke debat over "creativiteit versus macht'. En nu? Laten we zeggen: over beheersing versus chaos.

De deelnemers vertegenwoordigden de drie hoofdstromen in de Nederlandse politiek: de christendemocraat Brokx, de liberaal Jacobse, de sociaaldemocraat Stemerdink. Geen democraat '66 - zou die nog minder te melden hebben gehad? Hier waren mannen bijeen, wier kansen op de markt van de politiek al gekeerd zijn en van wie je mocht hopen dat ze er enigszins onbevangen tegenover zouden staan, er van enige afstand beschouwend naar konden kijken. Niets bleek minder waar. Er werd de heren gevraagd naar "hun drijfveren, hun dromen' en er ontstond een ongemakkelijke sfeer. Brokx antwoordde: ""Om dingen voor elkaar te krijgen, om een bescheiden bijdrage te leveren - als ik nou even pathetisch mag zijn - aan een betere samenleving.'' Erg pathetisch. Stemerdink zei: ""De drijfveer is eigenlijk dat je mensen een zo plezierig en ontspannen mogelijk leven wilt bieden.'' Socialisme anno '91. En Jacobse gaf niet minder dan een definitie van geluk: ""Dat je dingen doet in je leven die je leuk vindt om te doen en die ook nog een plezierig effect hebben; het is bijna de definitie van menselijk geluk.'' Bijna. Plezier als de grootste gemene deler van politiek.

Er werd de heren ook gevraagd naar hun ambacht en opvallend was het volstrekte gebrek aan passie waarmee zij dit omschreven. Vraag een acteur, een journalist, een meubelmaker naar zijn ambacht en hij is niet meer stil te krijgen. Maar Brokx herhaalde, dat het ging om ""dingen voor elkaar krijgen, dingen regelen'', Jacobse had het over ""bezig zijn met dingen waarvan je het gevoel hebt dat ze van belang zijn voor de samenleving'' en Stemerdink verwees naar Jean Jaures die wel passie had. ""Om in de politiek wat te doen zou je wat ideeën moeten hebben, vind ik'', merkte Jacobse nog op, waarop Brokx zei: ""De maatschappij is veel gecompliceerder geworden dan vijftig jaar geleden.'' Vervolgens beklemtoonde hij de kunst van "het manoeuvreren, het zigzaggen'. Het gesprek ging niet meer over politiek, maar over het besturen, het regelen en het administreren. Het driemanschap rond de tafel in de bibliotheek van Slot Montesquieu belichaamde niet drie verschillende visies op de toekomst van de samenleving, het vormde een soort commissie-tot-beheer-van-de-natie. Het onderscheid tussen overheid en politiek was allang uit het oog verloren en misschien was dat wel het meest kenmerkende van het hele zg. debat.

Hoofdthema moest wezen dat in de trias politica van wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht de eerste - de politiek dus - aan de verliezende hand is. Eerder hadden rond de tafel vertegenwoordigers uit de beide andere sferen gezeten, die dit beaamd hadden en in schrille termen gewaarschuwd hadden voor de gevolgen: de "Italianisering' van de samenleving, de dreigende "jungle' en "verloedering'. ""De chaos neemt toe, het wordt voor de burger steeds moeilijker zijn democratische rechten op te eisen'', gaf voorzitter Felix Rottenberg de korte inhoud van het voorafgaande weer. Wat nu vooral opviel aan de heren politici was dat ze daar verder niet nieuwsgierig naar waren, maar hun antwoord al klaar hadden. Jacobse vond het globaal prima dat de overheid werd "teruggedrongen', Stemerdink beleed zijn hekel aan "ondergangsscenario's' en zei telkens dat het vroeger niks beter was. ""Het is in de mode om te zeggen dat de samenleving niet maakbaar is'', poneerde hij, ""gelukkig heeft Jos van Kemenade net een boek gepubliceerd waar in staat dat dit flauwekul is. Als je zegt dat de samenleving niet meer maakbaar is, is er voor een sociaaldemocratische partij geen taak meer.'' Exit Partij van de Arbeid? Welnee: ""De politicus van over 25 jaar zal precies dezelfde zijn als die van nu'', stelde hij ons in het vooruitzicht.

Alleen Brokx bevestigde: ""De politiek zit in een dal'', om dit later met het nominalisme dat men in Den Haag zo gaarne bedrijft te amenderen tot "windstilte'. Dal, windstilte - het zijn hoopvolle termen die suggereren dat het hierna weer bergopwaarts zal gaan en dat een koeltje op zal steken. Maar wie weet of de politiek in het democratische Westen niet, minder dramatisch en minder ingrijpend maar niet minder definitief dan in het Oosten, op de terugtocht is? Dat de burgers, individueel en in allerhande associaties, steeds meer hun eigen gang gaan, het recht in eigen hand houden en de politiek marginaliseren? En wat zou daar zo erg aan zijn? Het was opnieuw Brokx die aangaf wat daarbij het fundamentele probleem zou zijn: ""Dan laat je ook de bescherming van het belang van de zwakke los.''

Het was onvermijdelijk dat de voorzitter nu Enzensberger ter sprake zou brengen en diens "held van de terugtocht'. Welke politicus paalt de grenzen af tot waar de politiek zich kan terugtrekken? Maar rond de tafel zaten geen helden, niet eens procuratiehouders of zelfs maar toeschouwers van de terugtocht.

""Bij Hitler was "strategische terugtocht' een andere term voor "nederlaag' '', zei Stemerdink en daar wilde hij niet aan. Toen aan Brokx gevraagd werd welke rol hij de politicus toedichtte in de terugtocht van de politiek, somde hij op: ""Organisator. Regelaar. Regisseur.'' Hier klonk opnieuw die pretentie dat de politiek alles kan regelen, tot zelfs haar eigen faillissement.

Buiten stortregende het nu, binnen zoemde de opname-apparatuur van de VPRO die het dezer weken allemaal uitzendt, drie lange vrijdagmiddagen lang. Het "debat' der politici vond Rottenberg nog het "spectaculairst', ""in de zin van voorspelbaarheid en gebrek aan visie.'' Tot slot van de bijeenkomst speelde Stemerdink op de accordeon de Zuiderzee-ballade, ijl en melancholiek: ""Eens ging de zee hier te keer, maar die tijd komt nooit weer.''