Zwedens nieuwe navelstreng

Even moesten de kortelings tot de Europese gedachte bekeerde Zweden nog de adem inhouden. Zouden de Deense parlementariërs, die woensdag stemden over het gigantische project van een spoor- en wegverbinding over de Sont tussen Denemarken en Zweden, op het laatste moment nog roet in het eten gooien? Niet alleen Deense milieugroepen hadden zich immers bezorgd getoond over de bedreigde dierenwereld in de Sont maar ook uitgerekend de Europese Gemeenschap, waar Zweden zich zo graag bij wil voegen, koesterde bedenkingen tegen het plan omdat dit strijdig zou zijn met de milieunormen van Brussel.

De Deense parlementariërs lieten zich evenwel niet van de wijs brengen en steunden - net als hun Zweedse collega's twee maanden geleden - het plan met een ruime meerderheid, waarmee voor Zweden de weg (en de spoorwegtunnel) naar Europa open ligt.

Voor de Zweden is de nieuwe verbinding niet alleen van groot belang wegens de commerciële impulsen die er ongetwijfeld van uit zullen gaan, maar ze is ook van grote psychologische betekenis. Ze zal het tastbare bewijs vormen van de band met de rest van de Europese Gemeenschap, een soort navelstreng die Zweden verbindt met een nieuw geadopteerde moederschoot.

De nieuwe verbinding, die tegen het einde van de eeuw gereed moet zijn, breekt tegelijkertijd radicaal met het verleden. Al meer dan een eeuw - de eerste plannen voor een tunnel dateren al van 1872 - verkoos Zweden bewust een betrekkelijk isolement achter de veilige barrière van het water boven nauwere banden met de buitenwereld. In het bijzonder de sociaal-democraten, de architecten van de lange tijd zo succesvolle Zweedse verzorgingsstaat, stonden huiverig tegenover een brug of een tunnel, waarlangs werkloosheid en andere onwelkome kwalen makkelijk een weg zouden kunnen vinden.

De al oude Zweedse neutraliteitspolitiek paste uitstekend bij deze opstelling. Trots weigerde Stockholm na 1945 om tot een van beide machtsblokken toe te treden. Niet zonder zelfgenoegzaamheid, zoals die zich wel vaker bij neutrale landen manifesteert, beschouwden de Zweden zich als een laatste bolwerk van redelijkheid in een verdorven wereld. Vooral de voormalige premier Olof Palme liet geen gelegenheid voorbij gaan om het systeem van zijn land, soms wel aangeduid als de "Derde Weg' of het "Zweedse model', ook bij andere landen aan te prijzen.

Al enkele jaren vertoont het Zweedse model echter scheuren. De ommekeer begon eigenlijk al met de nooit opgeloste moord op diezelfde Olof Palme begin 1986. Het feit dat de justitie er nooit in slaagde om de zaak op te helderen en zelfs abusievelijk een man liet berechten, bracht het bijna onvoorwaardelijk vertrouwen dat de Zweden in de staat hadden aan het wankelen.

Vorig jaar kwam hier de schok bij van een harde economische terugslag. De economische groei stagneerde, de inflatie steeg tot boven de tien procent en bezuinigingsmaatregelen waren onontkoombaar. In en buiten Zweden verklaarden velen daarop het Zweedse model voor dood. Hierin schuilt weliswaar enige overdrijving - ook vandaag de dag nog mogen ouders bij voorbeeld tot een maximum van zestig dagen met volledig behoud van salaris thuisblijven om hun zieke kind te verzorgen - maar een feit was dat steeds meer mensen gingen twijfelen aan de oude waarden.

Het laatste jaar is dit proces in een stroomversnelling geraakt. De steun voor de ietwat matte regering van premier Ingvar Carlsson begon althans in de opiniepeilingen fors te slinken. De sociaal-democraten zouden nu vermoedelijk amper dertig procent van de stemmen halen, een niveau waarop de partij al meer dan zestig jaar niet meer heeft verkeerd. Ook de andere gevestigde partijen winnen nauwelijks steun. Enkele nieuwe partijen daarentegen zoals de Groenen, de christen-democraten en vooral de populistische Nieuwe Democratie doen het uitstekend in de peilingen. Op 15 september kunnen bij de algemene verkiezingen de nieuwe verhoudingen hun beslag krijgen.

Dat Zweden rijp is voor iets nieuws toont ook het feit aan dat nu zelfs het oude beleid dat kernenergie wilde uitbannen op de tocht staat. Nergens blijkt het nieuwe klimaat evenwel beter uit dan de aanvraag van het lidmaatschap van de EG die de regering-Carlsson, na een snelle maar drastische ommekeer in eigen gelederen, vorige maand officieel indiende. Deze stap kon op brede steun van de bevolking rekenen. Niet langer vrezen de Zweden de economische aanpassingen die stellig het gevolg zullen zijn van de aansluiting bij de EG. Het besef is thans wijd verbreid dat zulke aanpassingen nodig zijn, ja zelfs weldadig.

Een probleem zou kunnen zijn dat Stockholm vooralsnog vasthoudt aan het heilige huisje van de neutraliteit. Maar ten eerste hechten de meeste Zweden in het tijdperk van na de Koude Oorlog ook hieraan steeds minder en ten tweede is de defensiepolitiek van de EG niet bepaald een terrein waarop de EG nu ver is gevorderd.