Zeelucht uit een doos

Rijksmuseum Zuiderzeemuseum, Wierdijk 18, Enkhuizen. Tel. 02280-10122. Het buitenmuseum is open tot 20 oktober, dagelijks 10-17 u. Het binnenmuseum is het hele jaar open.

Op de tafel staat de naaimachine, er ligt een al vaak verstelde broek bij van een onbestemde kleur. Er staat een kachel die niet brandt want het is een warme zomerdag, voor de ramen bloeien geraniums, het is stil, alleen de klok tikt. Waar is de vrouw die hier zat te verstelllen? Misschien in het piepkleine keukentje achter de kamer waarvan je nog net een glimp ziet. Misschien achter op het erfje bij de geit. Misschien even een boodschap doen of naar de haven gelopen om te kijken of de schepen al binnenkomen. Er valt van alles te verzinnen, want er is geen vrouw, er zingt geen water in de keuken, de broek zal nooit afgemaakt worden.

Dit kamertje in dit kleine huisje aan het beklinkerde straatje is een museumkamertje in een museumhuisje in een museumstadje. In het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen is alles echt, behalve dan dat het niet helemaal echt is want er wonen geen mensen, er wordt niet gevist, de pekovens branden niet, in de theepot zit geen thee, in de bedstee slaapt geen kind. Maar er hebben wel mensen gezeten op precies deze stoelen. Die opgelapte broek is echt door een vissersjongen gedragen, de klok tikte vroeger in net zo'n stille kamer waar iemand voor het raam zat te breien en naar buiten te kijken.

Een elegante ouderwetse pijp die in een vitrine ligt, daarvan kan je je moeilijk voorstellen dat iemand die rookte. Als diezelfde pijp op de rand van een op tafel staande asbak leunt, is het een heel andere pijp, een pijp die daar net even is neergelegd, een pijp die zometeen weer gestopt zal worden, een echte pijp. Zo gaat het met alles in het Zuiderzeemuseum, dat wil zeggen, in het buitenmuseum. Alles is daar min of meer in leven gehouden: schuurtjes, houtblokken, visnetten, tafelkleden, oliestelletjes, kachels, theekopjes. Het is niet het volle leven wat die kopjes daar leiden, maar het lijkt er wel op.

In het binnenmuseum is alles anders. Daar liggen prachtige schepen (botters, boeiers, tjotters, tjalken) heel stil en droog in een hal. Je kunt ze zo wel goed bekijken. In een andere zaal is een tentoonstelling over de visserij ingericht, vooral over de haringvisserij die vroeger vanuit Enkhuizen plaatsvond. Sinds de Afsluitdijk er is, zijn er hier geen haringen meer, alleen nog paling. Op de tentoonstelling zie je portretten van vissers en een model van een zogenaamde "haringbuis', een groot schip speciaal voor de haringvangst. Er staat ook een blauwe houten doos, daar kun je zeelucht uit ruiken. Hu wat stinkt zeelucht uit een doos!

Wie naar de visserijtentoonstelling is geweest kan voortaan heel achteloos praten over "hoekwant' en "kuilnetten', of over een "Itse muts'. Eindelijk weet je dan ook wat een pilobroek is en op video kun je zien hoe vissers tot bijna aan hun middel in de haringen staan. Een glibberige toestand. Aan het eind van de tentoonstelling hangt een gedichtje uit 1694 van Jan Luyken:

Gy al die zwemt in 's waerelds stroomen, 't Groot visnet kont gy niet ontkomen

Zo. Dat weten we dan ook weer: de Grote Visser krijgt ons wel te pakken.